5.090 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigSchriftelijk vonnis bij de economische politierechter inzake het onthouden van de nodige verzorging van vee…
Rechtbank Noord-Nederland|22 oktober 2015|ECLI:NL:RBNNE:2015:4891
officier van justitie is gesteld, noch dat zulks gebleken is, dat artikel 152 lid 2 Sv in de onderhavige situatie van toepassing was. Het op 8 oktober 2015 alleen aan de economische … bepaalde in artikel 153 Sv. In deze situatie is evenmin vastgesteld dat artikel 152 lid 2 Sv van toepassing was. De economische politierechter stelt vast, dat deze e-mail van de ambtenaren
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Niet voldoen aan administratieplicht belastingen (art. 68 AWR). Middel over vervolging na…
Parket bij de Hoge Raad|18 maart 2025|ECLI:NL:PHR:2025:338
en/of een onjuiste toepassing van de artikelen 68 Sr, 249 Sv (ik begrijp: 243 lid 2 Sv) en 50 van het Handvest van de Grondrechten van de EU en/of de beginselen … daadwerkelijke oplegging van een bestuurlijke boete en dat op grond van art. 243 lid 2 Sv moet worden getoetst of daarna nog een strafvervolging als de onderhavige mogelijk
- Strafrecht overigHoger beroepNamens verdachte is betoogd dat de advocaat-generaal niet ontvankelijk moet worden verklaard primair omdat de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 januari 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:394
overweegt het hof als volgt. Op grond van de wet (artikel 65 lid 1 en 2 Sv jo. artikel 66 lid 1 en 2 Sv) kan de gevangenhouding van de verdachte … weten op 26 december 2022. Het hof verwijst in dit verband naar artikel 73 lid 2 Sv, eerste daar omschreven situatie. Vanaf dat moment zijn de zestig dagen als bedoeld in artikel
- Strafrecht overigCassatieVerduistering (meermalen gepleegd), art. 321 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te…
Hoge Raad|15 december 2020|ECLI:NL:HR:2020:2011Aangehaald in 12 uitspraken
omstandigheid, vermeld in artikel 408 lid 1 Sv. Ingevolge artikel 408 lid 2 Sv moet de verdachte in dat geval binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit … zich een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in artikel 408 lid 2 Sv is niet begrijpelijk. Als al moet worden aangenomen, zoals het hof heeft gedaan, dat op 13 april 2015 niet
- Strafrecht overigConclusie AG. Ontucht begaan tegen minderjarige bediende of ondergeschikte (art. 245, 247 en 248 Sr). M1…
Parket bij de Hoge Raad|5 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1100
getuige [slachtoffer]. Het tweede middel ziet op de bewijsminimumregel van art. 342 lid 2 Sv. Voordat ik de middelen inhoudelijk bespreek, geef ik eerst de bewezenverklaring en de bewijsvoering … kern genomen de klacht dat het hof de bewijsminimumregel van art. 342 lid 2 Sv niet in acht heeft genomen, dan wel de bewezenverklaring niet voldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd
- Strafrecht overigHoger beroepGedeeltelijke verwerping preliminaire verweren in Klimop-zaak. Openbaar ministerie deels niet-ontvankelijk in…
Gerechtshof Amsterdam|10 december 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5622
onder 3 ten laste gelegde feit waardoor in appel, op grond van artikel 407 lid 2 Sv jo. artikel 423 lid 4 Sv, de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten … reeds overwogen, in dat partieel appel niet is toegestaan, behoudens de in artikel 407 lid 2 Sv opgenomen uitzondering. Blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad dient aan deze hoofdregel strak
- Strafrecht overigCassatieJeugdzaak. Opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben hennep (art. 3.B en 3.C Opiumwet) en medeplichtigheid aan…
Hoge Raad|8 december 2020|ECLI:NL:HR:2020:1973Aangehaald in 16 uitspraken
heeft geoordeeld dat aan de verdachte niet de in artikel 29 lid 2 Sv bedoelde mededeling hoefde te worden gedaan voorafgaand aan het door de politie stellen van de vraag … cassatiemiddel betoogt dat – anders dan het hof heeft geoordeeld – de in artikel 29 lid 2 Sv bedoelde mededeling was vereist voordat de verbalisant de verdachte vroeg of hij de buddyseat van zijn
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|26 januari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BL0564
sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. 3. Achtergrond van de aanvrage Aan de aanvrage is gehecht een brief van 19 februari … minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder wordt niet verstaan
- Strafrecht overigHoger beroepGedeeltelijke verwerping preliminaire verweren in Klimop-zaak. Openbaar ministerie deels niet-ontvankelijk in…
Gerechtshof Amsterdam|10 december 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5616
laste gelegde feiten waardoor in appel, op grond van artikel 407 lid 2 Sv jo. artikel 423 lid 4 Sv, de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten en derhalve … reeds overwogen, in dat partieel appel niet is toegestaan, behoudens de in artikel 407 lid 2 Sv opgenomen uitzondering. Blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad dient aan deze hoofdregel strak
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen winkeldiefstal (art. 311.1.4 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 weken, waarvan 3 weken…
Hoge Raad|21 mei 2024|ECLI:NL:HR:2024:737Aangehaald in 12 uitspraken
oplegging van een straf in acht moet nemen . Het in artikel 359 lid 2 Sv neergelegde motiveringsvoorschrift heeft daarnaast zelfstandige betekenis. Dit voorschrift brengt met zich dat de rechter zijn beslissing over … Waar het gaat om de motiveringsverplichting van de tweede volzin van artikel 359 lid 2 Sv past de hiervoor genoemde terughoudendheid van de Hoge Raad als cassatierechter bij de eisen
- Strafrecht overigConclusie AG. Ontnemingszaak. Het namens betrokkene voorgestelde voorwaardelijke ‘middel’ betreft geen…
Parket bij de Hoge Raad|10 februari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:162
rechtspraak van de Hoge Raad kan als cassatiemiddel in de zin van art. 437 lid 2 Sv slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of … ontnemingszaak. In dat geval moet de regeling van artikel 6:1:16 lid 2 Sv en artikel 511i Sv uitkomst bieden. Die regeling houdt in dat zolang de strafzaak niet onherroepelijk
- Strafrecht overigHerzieningHerziening. Vervolging voor het feit waarop de sepotmededeling ziet kan niet worden aangemerkt als een…
Hoge Raad|19 januari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK4448Aangehaald in 5 uitspraken
sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat het onderzoek van de zaak zou hebben geleid … worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus ongegrond en moet ingevolge art. 468 Sv worden afgewezen. 5. Beslissing
- Strafrecht overigConclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Geen schriftuur ingediend binnen 60 dagen na betekening van de…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2024|ECLI:NL:PHR:2024:869
Sv schriftelijk aangezegd. Namens de verdachte is binnen de in art. 437 lid 2 Sv neergelegde termijn van 60 dagen geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Wel heeft de raadsman … rechtsgeldigheid van de betekening van de aanzegging 4. Op grond van art. 437 lid 2 Sv is de verdachte verplicht binnen twee maanden nadat hem overeenkomstig art. 435 lid 1 Sv
- Strafrecht overigHerzieningHerziening. Geurproefzaak.
Hoge Raad|27 januari 2009|ECLI:NL:HR:2009:BH1013
sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat zijn zaak destijds niet tot een veroordeling zou hebben … minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder wordt niet verstaan
- Strafrecht overigHerzieningHerziening. Geurproefzaak. Uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende stukken kan met voldoende mate…
Hoge Raad|2 december 2008|ECLI:NL:HR:2008:BG5663
sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat zijn zaak destijds niet tot een veroordeling zou hebben … minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder wordt niet verstaan
- Strafrecht overigOntvankelijkheid hernieuwd beklag. Vooropgesteld wordt dat, zolang het beslag niet is geëindigd, niet is…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH1478
behoeve van de rechthebbende kan door het Openbaar Ministerie op grond van art. 116 lid 2 Sv worden gelast. Ook art. 116 lid 3 Sv biedt die mogelijkheid. Daarnaast kent … naar zijn oordeel als rechthebbende moet worden aangemerkt. Op grond van art. 353 lid 2 Sv kan ook de zittingsrechter bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten. Uit de wet blijkt niet
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen van verkrachting en diefstal. Middelen over het gebruik van een onjuiste tekst bij…
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1104
bewezenverklaring van feit 1 in het licht van art. 342 lid 2 Sv ontoereikend heeft gemotiveerd. 6.1 Ten laste van de verdachte is onder feit 1 bewezenverklaard dat hij: “op 01 augustus … Voor de beoordeling van deze klacht heeft het volgende te gelden. Volgens art. 342 lid 2 Sv, dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan, kan het bewijs
- Strafrecht overigCassatiePoging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr). Hof heeft verdachte n-o…
Hoge Raad|15 juni 2021|ECLI:NL:HR:2021:930Aangehaald in 6 uitspraken
omstandigheid, vermeld in artikel 408 lid 1 Sv. Op grond van artikel 408 lid 2 Sv moet de verdachte in dat geval binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit … zich een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in artikel 408 lid 2 Sv is niet zonder meer begrijpelijk. Aan de enkele omstandigheid dat op 8 augustus 2019 is begonnen met de tenuitvoerlegging
- Strafrecht overigConclusie AG. Brandstichting met dodelijke afloop. Verdachte heeft op luchtplaats politiebureau zichzelf…
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2021|ECLI:NL:PHR:2021:295
Conclusie AG. Brandstichting met dodelijke afloop. Verdachte heeft op luchtplaats politiebureau zichzelf belastende uitlatingen gedaan tegenover verbalisante die zich voordeed als medegedetineerde. Middelen klagen over verwerping van verweren dat sprake is van een vormverzuim dat dient te leiden tot…
- Strafrecht overigHerzieningHerziening geurproef. Ingeval het resultaat van een onregelmatige geuridentificatieproef voor het bewijs is…
Hoge Raad|10 juni 2008|ECLI:NL:HR:2008:BD3411
sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat zijn zaak destijds niet tot een veroordeling ter zake … minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder wordt niet verstaan
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.