330 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigHoger beroepZaak bezit kinderpornografisch materiaal voormalig vicepresident rechtbank Maastricht De dagvaarding…
Gerechtshof 's-Gravenhage|11 juli 2008|ECLI:NL:GHSGR:2008:BD7009
bezit hebben" in strijd is met het legaliteitsbeginsel, onder andere neergelegd in artikel 7 EVRM. Het hof overweegt hiertoe
- Strafrecht overigConclusie AG. Drie middelen van verdachte over ’s hofs strafoplegging en -motivering. Middel b.p. klaagt dat…
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1109
derde middel 6. Het derde middel behelst de klacht het hof het recht op art. 7 EVRM en art 15 IVBPR heeft geschonden. 6.1 Voor de beoordeling van het middel … moet worden toegepast, zoals vervat in de door de stellers van het middel genoemde art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR, geldt niet voor regels met betrekking tot de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigNamaak Viagra. Verdachte wordt vrijgesproken van overtreding van de Auteurswet en de Wet op de…
Rechtbank Maastricht|9 september 2008|ECLI:NL:RBMAA:2008:BF0141
Openbaar Ministerie mag staan, betreft “nieuw recht” en mag daarom, mede gelet op artikel 7 EVRM, niet op feiten die gelegen zijn vóór de datum van die uitspraak worden toegepast … aard. Wijzigingen van strafvorderlijke aard hebben, anders dan wijzigingen van strafrechtelijke aard, onmiddellijke werking. Artikel 7 EVRM, dat ziet op strafrechtelijke regels, maakt dat niet anders. Al om deze reden dient
- Strafrecht overigHoger beroep1. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid via internet. 2. Overgangsrecht Wet wijziging voorwaardelijke…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 december 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7144
1. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid via internet. 2. Overgangsrecht Wet wijziging voorwaardelijke veroordeling. Ad 1. Verdachte, een volwassen man, heeft via internet contact gezocht met minderjarige meisjes die hij onder een valse naam en hoedanigheid (zich voordoend als 18-jarig meisje) heeft bewogen…
- Strafrecht overigVerdachte stelde te laat appèl in. Hof behandelde de zaak in appèl zonder in te gaan op de overschrijding van…
Parket bij de Hoge Raad|28 maart 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV1612
vallen dan wel zich op andere wijze onbehoorlijk te gedragen" verenigbaar is met art. 7 EVRM en art. 1 Sr. De Hoge Raad oordeelde dat deze bepaling, ook voor wat betreft … over het bepaaldheidsgebod van art. 1 Sr en art. 7 EVRM ook Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van Strafrecht, art. 1 , aant. 4 en 5 (suppl. 126., februari 2004), J. de Hullu
- Strafrecht overigHerroepingAfwijzing vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van Volkert van der G., nu Van…
Rechtbank Amsterdam|6 februari 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:634
beperkte groep personen, onder wie veroordeelde, terugwerkende kracht. Daarmee is sprake van schending van artikel 7 EVRM. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft in 2013 in de zaak … deze verandering niet met terugwerkende kracht mag worden opgelegd, nu dit in strijd met artikel 7 EVRM de inhoud of het wezen van die straf verandert. Gelet op de ‘ scope
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|18 september 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1471Aangehaald in 11 uitspraken
door het Hof bedoelde feiten kunnen worden aangemerkt als feiten in de zin van art. 7 EVRM respectievelijk art. 15 IVBPR, inhoudende dat het in het eerste lid van die bepalingen bedoelde
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|5 februari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD6981
evident onevenredig zou zijn in de zin van art. 11, derde lid. 4.11. In art. 7 EVRM ligt onder meer besloten dat de burger moet kunnen weten ter zake van welke gedragingen
- Strafrecht overigPiramidespel; HR verwerpt cassatieberoep en verwijst daartoe naar conclusie A-G, inhoudend: 1. De…
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR8424
kansspelen onverbindend zou zijn omdat het in strijd is met het aan art. 7 EVRM ten grondslag liggende lex certa-beginsel. Dit verweer is door het hof als volgt samengevat en verworpen
- Strafrecht overigCassatieVeroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een…
Hoge Raad|28 maart 2006|ECLI:NL:HR:2006:AV1613
standpunt ingenomen dat genoemde bepaling uit de APV 's-Gravenhage 1982 strijdig is met art. 7 EVRM, art. 16 Grondwet en art. 1, eerste lid, Sr, omdat zij niet voldoet
- Strafrecht overigCassatieVordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang als bedoeld in art. 577c Sv in…
Hoge Raad|20 december 2011|ECLI:NL:HR:2011:BP9449Aangehaald in 10 uitspraken
niet opheft.(...)" (Kamerstukken II, 2001-2002, 28 079, nr. 3, p. 9-12) 4.5. Art. 7 EVRM luidt: "1. No one shall be held guilty of any criminal offence on account
- Strafrecht overigArt. 344 aanhef onder 2 Sr, art. 110 Faillissementswet. “Bij verificatie van de schuldvorderingen in geval…
Parket bij de Hoge Raad|15 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ5424
zijn, zodat de veroordeling in strijd is met het in art. 1 Sr en art. 7 EVRM neergelegde lex certa-beginsel. 4.4. Art. 344, aanhef en onder 2° Sr luidde ten tijde
- Strafrecht overigBelaging ex art. 285b Sr. 1. Art. 2.1 Vierde Protocol EVRM verhindert niet ook gedragingen op de openbare weg…
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO5710
Belaging ex art. 285b Sr. 1. Art. 2.1 Vierde Protocol EVRM verhindert
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2377
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2376
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2373
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2372
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2378
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2370
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
- Strafrecht overigNaaktrecreatie in de Delftse Hout. Art. 430a Sr, ‘plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is’…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2379
afgeleid kan worden uit art. 1 Sr en, in het verlengde daarvan, de aan art. 7 EVRM te ontlenen eis van forseeability, waaruit voortvloeit dat het voor de verdachte duidelijk moet kunnen … zoeken naar de voor invulling van de norm relevante factoren. Denkend in termen van art. 7 EVRM kunnen die ontleend worden aan de ‘law’ - dus het recht in ruime zin, waaronder behalve
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.