2.204 uitspraken gevonden
Sorteer op: Datum uitspraak
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk voorhanden hebben van bestrijdingsmiddelen. 1. Voorzover het middel zich erop beroept dat…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS6019
Opzettelijk voorhanden hebben van bestrijdingsmiddelen. 1. Voorzover het middel zich erop beroept dat Picoplast geen biocide is, faalt het, reeds omdat het eraan voorbij ziet dat eerst bij wetswijziging van 20-06-02 (Stb. 461) – na het tenlastegelegde tijdstip – in art. 1.1.f Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Bmw) de term…
- Strafrecht overigCassatieHet rijverbod ex art. 162.2 WVW 1994 heeft eerst rechtskracht na de vastlegging in een beschikking en de…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS6017
Het rijverbod ex art. 162.2 WVW 1994 heeft eerst rechtskracht na de vastlegging in een beschikking en de bekendmaking daarvan aan de betrokkene (art. 3:41.1 Awb). ’s Hofs oordeel dat de omstandigheid dat het rijverbod mondeling is opgelegd niet in de weg staat aan de geldigheid van het verbod, is derhalve onjuist.
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie tegen vrijspraak. ’s Hofs opvatting dat de omstandigheid dat de geldigheidsduur van een…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS5866Aangehaald in 5 uitspraken
OM-cassatie tegen vrijspraak. ’s Hofs opvatting dat de omstandigheid dat de geldigheidsduur van een reisdocument is verstreken, meebrengt dat dit document niet (meer) als reisdocument ex art. 231 Sr kan worden aangemerkt, is onjuist. Voor die opvatting is noch in de tekst noch in de geschiedenis van die bepaling steun…
- Strafrecht overigCassatieVervolgingsverjaring. Tenlastelegging: schennis van de eerbaarheid ex art. 239, aanhef en sub 3 Sr in de…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS5865
Vervolgingsverjaring. Tenlastelegging: schennis van de eerbaarheid ex art. 239, aanhef en sub 3 Sr in de periode 1-1-90 t/m 1-1-99. De inleidende dagvaarding is op 19-11-02 betekend. Niet blijkt dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat de verjaring niet voor 19-11-02 is…
- Strafrecht overigCassatieBewijs(overweging) omtrent 1. leiderschap criminele organisatie en 2. voorbereiding invoer cocaïne. Ad 1. De…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS5843
Bewijs(overweging) omtrent 1. leiderschap criminele organisatie en 2. voorbereiding invoer cocaïne. Ad 1. De passage in ’s hofs bewijsoverweging dat verdachte jegens X geweld heeft gebruikt maakt deel uit van ’s hofs overwegingen waarin het uiteenzet waarom aan verdachte een centrale rol in de criminele organisatie…
- Strafrecht overigCassatieRedelijke termijn. 1. Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien o.g.v. art. 366 Sv…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS4741
Redelijke termijn. 1. Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien o.g.v. art. 366 Sv een verstekmededeling moet worden betekend en het OM niet de nodige voortvarendheid heeft betracht (HR NJ 2000, 721, rov. 3.19). 2. Een verdachte die, kennis dragende van een tegen hem ingestelde vervolging,…
- Strafrecht overigCassatieRedelijke termijn in appèl: overschrijding inzendtermijn gecompenseerd door bijzonder voortvarende…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS2771
Redelijke termijn in appèl: overschrijding inzendtermijn gecompenseerd door bijzonder voortvarende behandeling. Het hof heeft eerst na 8 maanden na instellen appèl kunnen beschikken over het p-v van de terechtzitting in eerste aanleg en het vonnis. Het hof heeft uitspraak gedaan nadat nagenoeg 17 maanden waren…
- Strafrecht overigCassatieBewijs medeplegen doodslag. Uit de bewijsmiddelen heeft het hof niet onbegrijpelijk afgeleid dat verdachte in…
Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS2769Aangehaald in 6 uitspraken
Bewijs medeplegen doodslag. Uit de bewijsmiddelen heeft het hof niet onbegrijpelijk afgeleid dat verdachte in elk geval bij de verwurging van het slachtoffer aanwezig is geweest en dat hij X daarvan niet heeft weerhouden, noch zich op enigerlei wijze van het handelen van X heeft gedistantieerd hoewel daartoe de…
- Strafrecht overigAntilliaanse vervolgingsuitlevering. De eis van een openbare behandeling is van zo wezenlijke betekenis dat…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS8860
Antilliaanse vervolgingsuitlevering. De eis van een openbare behandeling is van zo wezenlijke betekenis dat niet-nakoming daarvan nietigheid van de behandeling meebrengt (HR NJ 1988, 239).
- Strafrecht overigNoodweerexces. In ’s hofs overwegingen ligt als zijn niet onbegrijpelijke oordeel besloten dat niet…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS8469
Noodweerexces. In ’s hofs overwegingen ligt als zijn niet onbegrijpelijke oordeel besloten dat niet aannemelijk is geworden dat verdachtes bewezenverklaarde handelen een onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging ontstaan doordat het slachtoffer X verdachte in zijn gezicht heeft geslagen met een…
- Strafrecht overigEen beroep op vrijwillige terugtred is een verweer waarop de rechter ex art. 358.3 en 5 en 359.2 en 9 (oud)…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS6095
Een beroep op vrijwillige terugtred is een verweer waarop de rechter ex art. 358.3 en 5 en 359.2 en 9 (oud) jo. 415 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing moet geven in het verkorte arrest. Nu dat arrest zodanige beslissing niet inhoudt, is het middel gegrond. I.c. leidt dat niet tot…
- Strafrecht overigOpzettelijk voorhanden hebben van bestrijdingsmiddelen. 1. Voorzover het middel zich erop beroept dat…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS6019
Opzettelijk voorhanden hebben van bestrijdingsmiddelen. 1. Voorzover het middel zich erop beroept dat Picoplast geen biocide is, faalt het, reeds omdat het eraan voorbij ziet dat eerst bij wetswijziging van 20-06-02 (Stb. 461) – na het tenlastegelegde tijdstip – in art. 1.1.f Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Bmw) de term…
- Strafrecht overigHet rijverbod ex art. 162.2 WVW 1994 heeft eerst rechtskracht na de vastlegging in een beschikking en de…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS6017
Het rijverbod ex art. 162.2 WVW 1994 heeft eerst rechtskracht na de vastlegging in een beschikking en de bekendmaking daarvan aan de betrokkene (art. 3:41.1 Awb). ’s Hofs oordeel dat de omstandigheid dat het rijverbod mondeling is opgelegd niet in de weg staat aan de geldigheid van het verbod, is derhalve onjuist.
- Strafrecht overigOM-cassatie tegen vrijspraak. ’s Hofs opvatting dat de omstandigheid dat de geldigheidsduur van een…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5866
OM-cassatie tegen vrijspraak. ’s Hofs opvatting dat de omstandigheid dat de geldigheidsduur van een reisdocument is verstreken, meebrengt dat dit document niet (meer) als reisdocument ex art. 231 Sr kan worden aangemerkt, is onjuist. Voor die opvatting is noch in de tekst noch in de geschiedenis van die bepaling steun…
- Strafrecht overigVervolgingsverjaring. Tenlastelegging: schennis van de eerbaarheid ex art. 239, aanhef en sub 3 Sr in de…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5865
Vervolgingsverjaring. Tenlastelegging: schennis van de eerbaarheid ex art. 239, aanhef en sub 3 Sr in de periode 1-1-90 t/m 1-1-99. De inleidende dagvaarding is op 19-11-02 betekend. Niet blijkt dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat de verjaring niet voor 19-11-02 is…
- Strafrecht overigBewijs(overweging) omtrent 1. leiderschap criminele organisatie en 2. voorbereiding invoer cocaïne. Ad 1. De…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS5843
Bewijs(overweging) omtrent 1. leiderschap criminele organisatie en 2. voorbereiding invoer cocaïne. Ad 1. De passage in ’s hofs bewijsoverweging dat verdachte jegens X geweld heeft gebruikt maakt deel uit van ’s hofs overwegingen waarin het uiteenzet waarom aan verdachte een centrale rol in de criminele organisatie…
- Strafrecht overigRedelijke termijn. 1. Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien o.g.v. art. 366 Sv…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS4741
Redelijke termijn. 1. Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien o.g.v. art. 366 Sv een verstekmededeling moet worden betekend en het OM niet de nodige voortvarendheid heeft betracht (HR NJ 2000, 721, rov. 3.19). 2. Een verdachte die, kennis dragende van een tegen hem ingestelde vervolging,…
- Strafrecht overigRedelijke termijn in appèl: overschrijding inzendtermijn gecompenseerd door bijzonder voortvarende…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2771
Redelijke termijn in appèl: overschrijding inzendtermijn gecompenseerd door bijzonder voortvarende behandeling. Het hof heeft eerst na 8 maanden na instellen appèl kunnen beschikken over het p-v van de terechtzitting in eerste aanleg en het vonnis. Het hof heeft uitspraak gedaan nadat nagenoeg 17 maanden waren…
- Strafrecht overigBewijs medeplegen doodslag. Uit de bewijsmiddelen heeft het hof niet onbegrijpelijk afgeleid dat verdachte in…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2769
Bewijs medeplegen doodslag. Uit de bewijsmiddelen heeft het hof niet onbegrijpelijk afgeleid dat verdachte in elk geval bij de verwurging van het slachtoffer aanwezig is geweest en dat hij X daarvan niet heeft weerhouden, noch zich op enigerlei wijze van het handelen van X heeft gedistantieerd hoewel daartoe de…
- Strafrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigpoging doodslag door messteek in maagstreek; voorwaardelijk opzet afgeleid uit uiterlijke verschijningsvorm…
Rechtbank Zwolle-Lelystad|11 april 2005|ECLI:NL:RBZLY:2005:AT3831
poging doodslag door messteek in maagstreek; voorwaardelijk opzet afgeleid uit uiterlijke verschijningsvorm en algemene ervaringsregels; feitelijke weerlegging beroep op noodweer (exces)
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.