6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie AG. 1. Art. 359 Sv. Motivering strafoplegging. 2. Art. 51f.4 Sv. Procesbevoegdheid van verdachte…
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1073
november 2017 onder bewind staat en dat een persoon wiens vermogen ex art. 1:431 BW onder bewind is gesteld, over dat vermogen geen zelfstandige beheers- en beschikkingsbevoegdheid heeft. 8. De steller … standpunt ingenomen dat als de verdachte onder bewind is gesteld op grond van art. 1:431 BW en sprake is van een vordering van een benadeelde partij, de bewindvoerder voor de terechtzitting
- Strafrecht overigCassatieOntvankelijkheid vordering benadeelde partij als erfgenaam en als bewindvoerder. De wetgever heeft buiten het…
Hoge Raad|6 maart 2007|ECLI:NL:HR:2007:AZ6165
betrokkene 1] is bij kantonrechtersbeschikking van 19 oktober 2000 op grond van art. 1:431 BW benoemd tot bewindvoerder over de goederen van [betrokkene 2]; (ii) [betrokkene 2] is op 4 november
- Strafrecht overigOntvankelijkheid vordering benadeelde partij als erfgenaam en als bewindvoerder. De wetgever heeft buiten het…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AZ6165
worden opgemaakt dat er sprake is geweest van een onderbewindstelling als bedoeld in art. 1:431 BW. 14. Terecht wordt er in de toelichting op het middel op gewezen dat een dergelijk
- Strafrecht overigConclusie AG. 1. 359.2 Sv. UOS? 2. Art. 51f.4 Sv. Procesbevoegdheid van verdachte wiens vermogen onder bewind…
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1072
standpunt ingenomen dat als de verdachte onder bewind is gesteld op grond van art. 1:431 BW en sprake is van een vordering van een benadeelde partij, de bewindvoerder voor de terechtzitting
- Strafrecht overigConclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1175
Conclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken a.b.i. art. 225 Sr. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve constatering overschrijding redelijke termijn, hetgeen tot strafvermindering moet leiden.…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigNiet betalen van een taxirit levert in dit geval geen oplichting op. Bewezenverklaring van onder meer poging…
Rechtbank Noord-Holland|16 juli 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:5306
Niet betalen van een taxirit levert in dit geval geen oplichting op. Bewezenverklaring van onder meer poging tot afpersing. De rechtbank leidt uit het samenstel van gedragingen en uitingen van verdachte diens oogmerk af. Dat verdachte tijdens zijn optreden zei dat het een grapje was, maakt dit niet anders.…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.