Zoekresultaten

Voor “"1 EVRM"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

25 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overigHoger beroep
    Doodslag in relationele sfeer. Echtgenote, met wie verdachte huwelijksproblemen had, met mes om het leven…

    Gerechtshof Amsterdam29 juni 2001ECLI:NL:GHAMS:2001:AF3387

    Hoge Raad (LJN AE9038) vermindert tot 9 jaren en 6 maanden i.v.m. termijn (6, lid 1 EVRM). Door buren, via een babyfoon, opgenomen telefoongesprekken van verdachte met derden toegelaten als bewijs. arrestnummer

  • Strafrecht overigRaadkamer
    Nu in de kennisgeving van niet verdere vervolging is aangegeven dat fiscale afdoening prevaleert en de…

    Rechtbank 's-Hertogenbosch21 december 2001ECLI:NL:RBSHE:2001:AD7547

    worden aangemerkt als het instellen van een strafvervolging in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM (HR 19 juni 1985, NJ 1986, 104). De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt … boete moet worden aangemerkt als "a criminal charge" in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM doet hier niet aan af. Het gaat daarbij immers om de toepasselijkheid

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad10 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB0963

    Voorzover het middel erover klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM in de cassatiefase is geschonden, is het dus terecht voorgesteld.(2) 4.3. Een overschrijding … Hoge Raad bij een vergelijkbare termijn van acht maanden en elf dagen art. 6 lid 1 EVRM geschonden achtte. Zie voorts HR NJ 2000, 721, m.nt. J.d.H. 3 Vaste rechtspraak. Zie voorts

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad27 februari 2001ECLI:NL:HR:2001:AB0262

    enig hem ingevolge art. 6, eerste lid, EVRM toekomend recht dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren, in de weg staat aan de verplichting

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad9 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:ZD2776

    Nr. 01012 /00 Mr. Machielse Zitting: 10 april 2001 Conclusie inzake: OM inz. [verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij arrest van 4 januari 2000 is verzoeker door het gerechtshof te Amsterdam vrijgesproken van het aan hem primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde. 2. Het OM, dat tijdig beroep…

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad13 november 2001ECLI:NL:HR:2001:AB2882

    inbreuk op enig aan hem ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht, dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de nakoming

  • Strafrecht overigHoger beroep
    Gerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Strafrecht overig

    Gerechtshof Arnhem12 maart 2001ECLI:NL:GHARN:2001:AB0562

    zaak in hoger beroep onredelijk lang is, zulks getoetst aan artikel 6 lid 1 EVRM. Voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen is verdachte in de onderhavige strafzaak telastegelegd

  • Strafrecht overigRaadkamer
    Rechtbank 's-Hertogenbosch · Raadkamer · Strafrecht overig

    Rechtbank 's-Hertogenbosch27 juli 2001ECLI:NL:RBSHE:2001:AB3063

    zeer indirecte -inbreuk op het recht van vrije nieuwsgaring, conform artikel 10 lid 1 EVRM, opleveren [HR 9.11.99,nr 4014]. Subsidiariteit: er moge ander materiaal beschikbaar zijn geweest, bij een onderzoek naar

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 mei 2001ECLI:NL:PHR:2001:ZD2667

    sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, en, zo ja, voor wiens rekening die dient te komen, alsook met welk gevolg

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad30 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2946

    niet met zoveel woorden aangevoerd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM zou zijn overschreden waaraan het gevolg van de niet-ontvankelijkheid van het OM zou moeten

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 september 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2963

    samenhang met art. 6, lid 1 EVRM. 13. De vergelijking die de stellers van het middel met de onderhavige zaak maken gaat mank. De Opiumwet bevat diverse verboden die al dan niet

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1333

    verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, EVRM. Het hof is tevens van oordeel dat bij afweging van het belang dat de maatschappij heeft

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad23 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB3175

    verzet niet meer als een onpartijdige rechter in de zin van art. 6 lid 1 EVRM kan behandelen. 16. De tweede klacht ziet op het feit dat door de voorzitter is gemeld

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad5 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1947

    langer tijdsverloop kunnen rechtvaardigen) een inbreuk oplevert op het in art. 6 lid 1 EVRM gewaarborgde recht op berechting binnen een redelijke termijn, zal vastgesteld moeten worden - nu daarover wordt geklaagd

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad27 februari 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB0262

    eerste lid, EVRM toekomende recht op berechting binnen een redelijke termijn, dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de uit het te dezen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad9 januari 2001ECLI:NL:PHR:2001:AA9370

    recht op berechting binnen een redelijke termijn, als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, is geschonden. 28. Het middel treft derhalve geen doel. 29. In het vijfde middel wordt geklaagd over

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 december 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD5155

    rechten in art. 6 EVRM en 14 IVBP gegarandeerd dat de ingevolge art. 1 EVRM en art. 2 lid 1 IVBP op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2204

    Grondwet. Het maken van handelsreclame valt namelijk mede onder de bescherming van art. 10 lid 1 EVRM waarin het recht van "freedom of expression" is geregeld. Hieronder moet mede worden geacht

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1332

    verdachte heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, EVRM. Het hof verwerpt derhalve dit verweer." 3.3. De toelichting op het eerste middel verwijst naar hetgeen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad20 november 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD4290

    neergelegd recht van [de opgeëiste persoon] heeft voorgedaan die zou meebrengen dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren in de weg staat aan nakoming

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.