24 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4767
konden nemen van het gehele arrest en dat zulks in strijd is met art.6 lid 1 EVRM nu aan deze beslissing geen toereikende motivering ten grondslag lag. Het laatste wordt nog door … publicity would prejudice the interests of justice." 3.12. De vraag rijst welke eisen art.6 lid 1 EVRM stelt aan de uitwendige openbaarheid door de zinsnede dat "judgment shall be pronounced publicly". Niet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AF3557
klacht dat de Rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde recht op een behandeling 'within a reasonable time' inzake de 'determination of his civil rights … Rechtbank heeft het beroep op schending van het bepaalde in art 6 lid 1 EVRM verworpen en daartoe als volgt overwogen: De rechtbank stelt zich op het standpunt dat klagers geen beroep
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7635
klacht dat de Rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde recht op een behandeling 'within a reasonable time' inzake de 'determination of his civil rights … Rechtbank heeft het beroep op schending van het bepaalde in art 6 lid 1 EVRM verworpen en daartoe als volgt overwogen: De rechtbank stelt zich op het standpunt dat klagers geen beroep
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AB2873
Nr. 01819/00 Mr Wortel Zitting: 24 juli2001 Conclusie inzake: [verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Verzoeker is door het Gerechtshof te Arnhem wegens het medeplegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie veroordeeld tot een…
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1182
Nr. 01514/01/P Mr. Machielse Zitting: 19 maart 2002 Conclusie inzake: [Verdachte=de betrokkene] 1. Het gerechtshof te Amsterdam heeft betrokkene bij arrest van 17 juli 2001 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van fl. 27.950.000,- subsidiair 6 maanden hechtenis. 2.1. De advocaat-generaal…
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam|18 februari 2002|ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0617
berechting niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM, hetgeen tot strafvermindering dient te leiden. Het hof overweegt dat, nadat namens de verdachte … niet heeft plaatsgehad met de vereiste voortvarendheid en is van schending van artikel 6 lid 1 EVRM geen sprake geweest. Alle hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden in aanmerking nemende acht
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1195
aanvullende schriftuur behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM in de cassatiefase is overschreden, nu de stukken meer dan 8 maanden na het instellen … cassatie. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden, hetgeen tot strafvermindering dient te leiden(6). Het gerechtshof dat de zaak volgens hetgeen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9570
heeft op het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen, als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, zodat de in die verdragsbepaling gewaarborgde processuele rechten gerespecteerd dienen te worden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9568
heeft op het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen, als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, zodat de in die verdragsbepaling gewaarborgde processuele rechten gerespecteerd dienen te worden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE0532
flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht, dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de nakoming … rechten kan de rechter aannemen dat zich een conflict tussen verdragsverplichtingen voordoet, waarbij aan art. 1 EVRM prioriteit moet worden toegekend boven de verdragsbepaling die tot uitlevering verplicht. In de uitdrukking 'flagrante
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9474
verkeerd vertrekpunt kiest. Uitgangspunt zou moeten zijn dat schending van art.6 lid 1 EVRM, bijvoorbeeld doordat materiaal zoekraakt, bewust is geschied en dat enkel van die uitgangsstelling kan worden afgeweken indien … steller van het middel genoemde zaak Edwards(1) heeft het EHRM geoordeeld dat art.6 lid 1 EVRM verlangt dat "all material evidence for or against the accused" aan de verdediging wordt geopenbaard
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|15 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE6874
vallen onder de bescherming van artikel 7, lid 1 Grondwet en artikel 10, lid 1, EVRM, zoals door de raadsman van [verdachte] is betoogd - wordt hiermee door de rechtbank verworpen. Blijkens artikel
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3548
acht-maanden-termijn is overschreden, kan onbesproken blijven nu het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde recht op berechting binnen redelijke termijn bij de behandeling van de zaak in cassatie reeds
- Strafrecht overigHoger beroep1) Cocaïne op verschillende tijdstippen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het…
Gerechtshof Amsterdam|15 augustus 2002|ECLI:NL:GHAMS:2002:AE7961
raadsman bedoelde periode niet heeft geleid tot een overschrijding van de in artikel 6 lid 1 EVRM bedoelde redelijke termijn van behandeling van de zaak in hoger beroep, terwijl de totale duur
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1321
genomen binnen een redelijke termijn en zonder onredelijke vertraging als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM plaatsvindt, dient het hof alle daartoe in aanmerking komende omstandigheden te betrekken, zoals de ingewikkeldheid
- Strafrecht overigHoger beroep1) Cocaïne op verschillende tijdstippen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het…
Gerechtshof Amsterdam|15 augustus 2002|ECLI:NL:GHAMS:2002:AE7954
raadsman bedoelde periode niet heeft geleid tot een overschrijding van de in artikel 6 lid 1 EVRM bedoelde redelijke termijn van behandeling van de zaak in hoger beroep, terwijl de totale duur
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE6122
recht om binnen redelijke termijn te worden berecht zoals is neergelegd in art. 6 lid 1 EVRM. 16. Voor wat betreft de duur van de behandeling van de zaak
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Amsterdam|3 december 2002|ECLI:NL:RBAMS:2002:AF1639
telastegelegde feit wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1 EVRM. Voor compensatie in de zin van strafvermindering ziet de rechtbank - gelet op de omstandigheden - geen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8950
binnen redelijke termijn te worden berecht, zoals dat is neergelegd in art. 6 lid 1 EVRM. Het middel is gegrond aangezien de stukken meer dan 8 maanden na het instellen van beroep
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZD2938
ontvankelijkheid van het beklag in overeenstemming is met de sterk verruimde invloed die art.6 lid 1 EVRM inmiddels op de Nederlandse rechtsorde heeft. De verbeurdverklaring is beslissend voor de "private rights
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.