7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigVoor de vraag of klaagster (moeder van overleden slachtoffer, namens wie is gesteld dat haar zoon het…
Parket bij de Hoge Raad|6 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN8586
slachtoffer], de overleden zoon van verzoekster, onweersproken is gebleven, op grond van art. 3: 109 BW aangenomen moet worden dat hij het geld voor zichzelf hield, en op grond van art. 3 … rechten van haar overleden zoon. Hij was houder van het geld. Artikel 3:109 BW zegt dat de houder van een goed wordt vermoed dit voor zichzelf te houden en artikel 3
- Strafrecht overigCassatieVoor de vraag of klaagster (moeder van overleden slachtoffer, namens wie is gesteld dat haar zoon het…
Hoge Raad|6 januari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AN8586Aangehaald in 10 uitspraken
rechten van haar overleden zoon. Hij was houder van het geld. Artikel 3:109 BW zegt dat de houder van een goed wordt vermoed dit voor zichzelf te houden en artikel 3
- Strafrecht overig6 mei 2003 Strafkamer nr. 01501/02 B PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF5271
klager en zijn minderjarige kinderen en zou op de voet van art. 3:109 BW jo 3:119 BW aan de eigenaar teruggegeven dienen te worden. 3.2. Vooropgesteld dient te worden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1416
houder – wordt vermoed voor zichzelf te houden en dus bezitter te zijn (art. 3:109 BW). De bezitter wordt vermoed rechthebbende te zijn (art. 3:119 BW).’ Steneker schrijft
- Strafrecht overigConclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1175
Conclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken a.b.i. art. 225 Sr. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve constatering overschrijding redelijke termijn, hetgeen tot strafvermindering moet leiden.…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden. De verdachte is schuldig…
Rechtbank Overijssel|28 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3403
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag onttrekken en het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk.
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank veroordeelt een 60-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 jaren voor het plegen en medeplegen…
Rechtbank Overijssel|28 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3402
De rechtbank veroordeelt een 60-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 jaren voor het plegen en medeplegen van faillissementsfraude, begaan door een rechtspersoon terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven. De vordering tot gevangenneming van verdachte wordt afgewezen.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.