10 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigVoor de vraag of klaagster (moeder van overleden slachtoffer, namens wie is gesteld dat haar zoon het…
Parket bij de Hoge Raad|6 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN8586
houder van een goed wordt vermoed dit voor zichzelf te houden en artikel 3: 119 BW zegt dat de bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn. De zoon van klaagster … moet worden vermoed dat geld voor zichzelf te hebben gehouden en hij krachtens art. 3: 119 BW moet worden vermoed rechthebbende te zijn geweest. Bovendien zou het Hof ten onrechte hebben verwezen
- Strafrecht overigCassatieVoor de vraag of klaagster (moeder van overleden slachtoffer, namens wie is gesteld dat haar zoon het…
Hoge Raad|6 januari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AN8586Aangehaald in 10 uitspraken
houder van een goed wordt vermoed dit voor zichzelf te houden en artikel 3:119 BW zegt dat de bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn. De zoon van klaagster
- Strafrecht overig6 mei 2003 Strafkamer nr. 01501/02 B PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF5271
zijn minderjarige kinderen en zou op de voet van art. 3:109 BW jo 3:119 BW aan de eigenaar teruggegeven dienen te worden. 3.2. Vooropgesteld dient te worden dat, anders
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag beslagene ex art. 552a Sv vanwege art. 94 Sv beslag op een auto. De rechtbank heeft het…
Parket bij de Hoge Raad|23 april 2019|ECLI:NL:PHR:2019:422
geweest van de personenauto en daardoor rechthebbende, een onjuiste toepassing heeft gegeven aan art. 3:119 BW. Deze bepaling houdt in dat de bezitter van een goed wordt vermoed de rechthebbende
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1416
zijn (art. 3:109 BW). De bezitter wordt vermoed rechthebbende te zijn (art. 3:119 BW).’ Steneker schrijft dat als de beslaglegger ‘summierlijk mocht aannemen dat het beslagobject wel aan de schuldenaar
- Strafrecht overigDiefstal van auto en autosleutel d.m.v. valse sleutel, art. 310 jo. 311.1.5 Sr. Staat toestemming van…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1591
toebehorenseis in artikel 310 en in artikel 321 Sr hetzelfde zal zijn. Artikel 3:119 BW spreekt slechts een vermoeden uit. Dat vermoeden kan op losse schroeven komen te staan door andere
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag, beslag. Verwerping verweer dat vanwege onrechtmatigheid van de beslaglegging het…
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:951
proces nodeloos complex heeft gemaakt. De raadsvrouw stelt dat op grond van artikel 3:119 BW de bezitter van een goed wordt vermoed de rechthebbende daarvan te zijn. De raadsvrouw stelt
- Strafrecht overigConclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1175
Conclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken a.b.i. art. 225 Sr. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve constatering overschrijding redelijke termijn, hetgeen tot strafvermindering moet leiden.…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden. De verdachte is schuldig…
Rechtbank Overijssel|28 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3403
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag onttrekken en het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk.
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank veroordeelt een 60-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 jaren voor het plegen en medeplegen…
Rechtbank Overijssel|28 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3402
De rechtbank veroordeelt een 60-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 jaren voor het plegen en medeplegen van faillissementsfraude, begaan door een rechtspersoon terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven. De vordering tot gevangenneming van verdachte wordt afgewezen.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.