3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF6983
september 2001 zou niet als een stuitingshandeling in de zin van art. 3:317 BW kunnen worden aangemerkt omdat daarin niet is vermeld dat alle rechten op nakoming zijn voorbehouden en deze … BW van overeenkomstige toepassing. Stuiting van de verjaring op de voet van art. 3:317 BW door middel van een schriftelijke aanmaning is dus niet mogelijk. Deze mogelijkheid werd door de wetgever
- Strafrecht overigBeklag, beslag. Opeisen eigendom binnen termijn ex art. 3:86.3 BW door verzekeringsmaatschappij. HR herhaalt…
Parket bij de Hoge Raad|2 juli 2013|ECLI:NL:PHR:2013:948
3:319 BW alsmede het in dat vierde lid niet genoemde art. 3:317 BW luiden als volgt: “Artikel 316 1. De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen … rechtsvervolging” heeft willen begrijpen. Dat lijkt bevestigd te worden door het feit dat art. 3:317 BW juist niet van overeenkomstige toepassing is verklaard. De in het tweede lid van dit artikel
- Strafrecht overigConclusie AG. Geen sprake van verjaring van de vordering van de benadeelde partij. Voor de verjaring is art…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2019|ECLI:NL:PHR:2019:764
vordering benadeelde partij kunnen toekomen. Immers, art. 3:317 BW eist voor de stuiting van de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis - en dat is de vordering benadeelde partij
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.