6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 mei 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1473
verweer, daartoe strekkende dat door de verdachte afgelegde, bekennende verklaringen wegens strijd met art. 3 EVRM niet voor het bewijs gebezigd mochten worden, voor wat betreft de voor het bewijs gebezigde verklaring … meer bij meergenoemd verhoor van de verdachte door de politie op 14 januari 1999 art. 3 EVRM is geschonden, dan wel het verbod van art. 29, eerste lid, Sv is overtreden, zonder
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5155
heeft erkend(4), dan wel b) een gemotiveerd verweer wordt gevoerd omtrent schending van art. 3 EVRM aangezien die bepaling derogeert aan een uit enig uitleveringsverdrag voortvloeiende uitleveringsverplichting(5). Het voorenstaande geldt … casu verweer is gevoerd - ziet op het bijzondere ius cogens rond de in art. 3 EVRM neergelegde vrijwaring van marteling.(10) 3.4. Zuiver ten overvloede nog het volgende. De stelling
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3249
aspecten worden onderscheiden. 7. Indien het gaat om een aannemelijk geworden dreigende schending van art. 3 EVRM moet uitlevering worden geweigerd. Het verbod van foltering is dwingend; enige uitzondering is niet denkbaar
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1473
raadsman van verzoeker aangevoerd dat de bekentenis is verkregen in strijd met het in art. 3 EVRM uitgedrukte folterverbod en het verbod van een onmenselijke of vernederende behandeling. 17. Het hof heeft
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0439
vragen aan de aldaar gehoorde getuigen te stellen. Van een schending van art. 6 lid 3 EVRM is dan ook geen sprake.(9) De enkele omstandigheid dat de voorzitter
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1471
Nr. CW 2323 mr Th.B. ten Kate inzake D.D. Bouterse Edelhoogachtbaar College, Voordracht en vordering tot cassatie in het belang der wet: In het belang der wet heb ik de eer mij in cassatie te voorzien tegen de Beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam, van 20 november 2000, gewezen op het schriftelijk beklag van…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.