13 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5531
gebezigde bewijsmiddelen en de redengevende omstandigheden als bedoeld in art. 359 leden 1 en 3 Sv te bevatten, en dat, indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid die art. 365a … categorie van verweren waarop een gemotiveerde beslissing op de voet van art. 358 lid 3 Sv moet volgen; er kan niet worden volstaan met een overweging als bedoeld
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|3 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7309Aangehaald in 72 uitspraken
uitspraak rechtsgeldig is betekend door de in art. 588, eerste lid onder b sub 3°, Sv voorziene uitreiking aan de griffier om reden dat de verdachte niet als ingezetene is ingeschreven
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4310
procureur-generaal dat het arrest, in de vorm waarin het overeenkomstig art. 433 lid 3 Sv (oud) aan de griffier van de Hoge Raad zal worden gezonden, blijkens een daarop geplaatste stempel … procureur-generaal is gekomen. 4. Het op de voet van art. 433 lid 3 Sv (oud) aan de Hoge Raad gezonden afschrift van het arrest is niet voorzien van een datumstempel. Aangezien
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8295Aangehaald in 8 uitspraken
volgende zitting anders is samengesteld (HR NJ 1929, blz. 83) en art. 322 lid 3 Sv. 11. Art. 309 lid 2 Sv, waarbij in dit onderdeel van het middel steun wordt gezocht
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6307
Sv, noch de (voor de bewezenverklaring) redengevende feiten en omstandigheden, bedoeld in art. 359 lid 3 Sv zijn opgenomen. Uit de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat de zoëven genoemde Wet opleverde
- Strafrecht overigOntucht met stiefkind, meermalen gepleegd (art. 245 (oud) en 247 jo. 249.1 Sr). Verzuim hof om te beslissen…
Parket bij de Hoge Raad|25 juli 2000|ECLI:NL:PHR:2000:2
heeft verzuimd te reageren op een door de verdediging gedaan verzoek ex art. 326 lid 3 Sv, welk verzuim op grond van art. 330 Sv nietigheid ten gevolge heeft. 4. De procesgang
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7960
geen betrekking op het bewezenverklaarde feit, met als gevolg dat de in artikel 358 lid 3 Sv neergelegde verplichting om op een strafuitsluitend verweer te reageren niet (meer) van toepassing
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Arnhem|25 mei 2000|ECLI:NL:RBARN:2000:AA5011
nemen van de termijn geen nietigheid van de dagvaarding (meer) is verbonden (art. 265 lid 3 Sv). De dagvaarding is dan ook geldig. 3. De beslissing inzake het bewijs De rechtbank acht
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4795
bewijs zijn gebruikt - of op een verkeerde uitleg van het in artikel 342 lid 3 Sv neergelegde bewijsminimum. Voor het tweede geval volsta ik met de opmerking dat het bewijsminimum slechts geldt
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5442
danwel vormverzuim in verband met het motiveringsvereiste van art. 358 lid 3 Sv). 4. Het bestreden arrest houdt dienaangaande het volgende in: “Door de raadsman is aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5734
Nr. 703/99 Mr Machielse Zitting: 1 februari 2000 Conclusie inzake: [verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij arrest van 24 februari 1999 is verzoeker door het gerechtshof te ‘s-Gravenhage - voorzover aan zijn oordeel onderworpen gelet op het partieel ingestelde hoger beroep - veroordeeld ter zake van 1.…
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 juli 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6376
deze zaak onvoldoende is bewaakt dat de bestreden uitspraak binnen de in art. 365a lid 3 Sv bedoelde termijn van 3 maanden werd aangevuld met de bewijsmiddelen en het dossier onverwijld werd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|31 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7957
aanwijzing is ten aanzien van de hulpofficier van justitie ook opgenomen in art. 58 lid 3 Sv. Juist in verband met dit voorschrift krijgt praktische betekenis dat “het belang van het onderzoek
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.