5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieArtt. 190, 344a, 360 Sv. De in art. 344a.3 Sv gebezigde term “personen wier identiteit niet blijkt” omvat…
Hoge Raad|4 februari 2014|ECLI:NL:HR:2014:230Aangehaald in 16 uitspraken
Artt. 190, 344a, 360 Sv. De in art. 344a.3 Sv gebezigde term “personen wier identiteit niet blijkt” omvat niet een geval als i.c. waarin het gaat om personen wier persoonsgegevens niet (volledig … aanhef bedoelde persoon te ondervragen of te doen ondervragen. 4. (...)." - Art. 360 Sv: "1. Van het gebruik als bewijsmiddel van het proces-verbaal van een verhoor bij de rechter-commissaris of rechtbank
- Strafrecht overigCassatieVerklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit…
Hoge Raad|11 november 2014|ECLI:NL:HR:2014:3151Aangehaald in 9 uitspraken
Verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460, inhoudende dat ex art. 360.1 en 4 Sv de rechter
- Strafrecht overigCassatieArt. 360.1 Sv en art. 216a.2 Sv. Motivering gebruik getuigenverklaring van iemand die de leeftijd van 16 jaar…
Hoge Raad|27 mei 2014|ECLI:NL:HR:2014:1244
niet beëdigd, doch aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen." Art. 360 Sv, dat ingevolge art. 415 Sv ook in hoger beroep geldt: "1. Van het gebruik … aanmaning als bedoeld in art. 216a, tweede lid, Sv, afgelegde verklaring als bedoeld in art. 360 Sv. 2.5. Ingevolge het ook in hoger beroep toepasselijke art. 360, eerste lid, Sv dient
- Strafrecht overigVerklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit…
Parket bij de Hoge Raad|16 september 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1971
Verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460, inhoudende dat ex art. 360.1 en 4 Sv de rechter … aanhef bedoelde persoon te ondervragen of te doen ondervragen. 4. (...)." - art. 360 Sv: "1. Van het gebruik als bewijsmiddel van het proces-verbaal van een verhoor bij de rechter-commissaris, houdende
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 augustus 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2017
beslissingen, zoals nader geregeld in art. 359, art. 359a, derde lid, en art. 360 Sv.” 3.3. Het hof heeft in de onderhavige zaak de beslissingen van de politierechter intact gelaten, behoudens
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.