8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Datum uitspraak
- InsolventierechtSprongcassatie. Insolventierecht. WHOA. Binding aan aspectenbeschikking ex art. 378 lid 9 Fw. Gezag van…
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2026|ECLI:NL:PHR:2026:434
Sprongcassatie. Insolventierecht. WHOA. Binding aan aspectenbeschikking ex art. 378 lid 9 Fw. Gezag van gewijsde? Ook binding derde als bedoeld in art. 370 lid 2 Fw? Regresverbod art. 370 lid 2 Fw. Geldt dit verbod ook als regresnemer verhaal neemt op zekerheden? Vergelijking met art. 136 Fw. Homologatie voorwaarde…
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen over samenloop van aansprakelijkstellingen van belanghebbende wegens…
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2021|ECLI:NL:PHR:2021:527
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over samenloop van aansprakelijkstellingen van belanghebbende wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, eerst door de curator en nadien door de Ontvanger. Staat de door de curator met belanghebbende ter beëindiging van het geschil gesloten vaststellingsovereenkomst in de weg aan…
- OndernemingsrechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Rechtskarakter vennootschap onder…
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:189
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Rechtskarakter vennootschap onder firma. Arbeidsovereenkomst 'met de vof'; wie is als werkgever aan te merken? Pluraliteit van schuldenaren (art. 6:6 BW); hoofdelijke verbondenheid vennoten (art. 18 WvK). Geldt het wettelijk voorrecht van…
- InsolventierechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1593
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten, art. 37-40 Fw. Fixatiebeginsel, art. 24 Fw. Mogelijkheid tot verificatie van vorderingen uit overeenkomst of andere rechtsverhouding die na ingaan van het faillissement zijn ontstaan; precisering van HR 19…
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004…
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1691
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7575, NJ 2004/618 (Bannenberg). Verhaal door pandhouder voor ten tijde van faillietverklaring toekomstig vorderingen. Art. 483e Rv. Rechtsverhouding waaruit regresvordering van borg rechtstreeks voortvloeit.
- Civiel recht overigOnteigening vermogensbestanddelen en effecten SNS Reaal en SNS Bank. Verzoek tot vaststelling…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1825Aangehaald in 5 uitspraken
Onteigening vermogensbestanddelen en effecten SNS Reaal en SNS Bank. Verzoek tot vaststelling schadeloosstelling, art. 6:8-10 Wft. Recht op volledige vergoeding van de schade, werkelijke waarde onteigende vermogensbestanddeel of effect. Formele rechtskracht onteigeningsbesluit. Betekenis overwegingen ABRvS in…
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Vóór faillissement verstrekt pandrecht op onder meer bestaande vorderingen en op…
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BN9463
Faillissementsrecht. Vóór faillissement verstrekt pandrecht op onder meer bestaande vorderingen en op vorderingen die rechtstreeks worden verkregen uit reeds bestaande rechtsverhoudingen. Vorderingen tot ongedaanmaking of restitutie als gevolg van ontbinding of opzegging van een overeenkomst, moeten voor de toepassing…
- Civiel recht overigZekerheidsrecht. Subrogatie borg in rechten van bank als schuldeiser/hypotheekhouder na uitwinning…
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC1486
Zekerheidsrecht. Subrogatie borg in rechten van bank als schuldeiser/hypotheekhouder na uitwinning borgtocht?; toepasselijkheid van art. 1439 (oud) BW; overgangsrecht, strekking art. 220 Ow NBW.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.