9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Datum uitspraak
- BelastingrechtArt. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1015
Art. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de inkomstenbelasting mee dat bij emigratie geen fictieve vervreemding van een aanmerkelijk belang in aanmerking kan worden genomen? Heffingsrechtverdeling onder belastingverdragen.
- BelastingrechtArt. 4.16(1)(h) Wet IB 2001. Art. 13(4) en (5) Verdrag Nederland-België 2001. Kan Nederland - gelet op het…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1016
Art. 4.16(1)(h) Wet IB 2001. Art. 13(4) en (5) Verdrag Nederland-België 2001. Kan Nederland - gelet op het aanmerkelijkbelangvoorbehoud - het heffingsrecht effectueren over de conserverende aanslag die ziet op bij emigratie genoten inkomen uit aanmerkelijk belang vanwege een fictieve vervreemding van een in België…
- BelastingrechtAanmerkelijk belang; fideï-commis de residuo: tweetrapsmaking van a.b. door vader naar dochter (thans…
Parket bij de Hoge Raad|7 juli 2023|ECLI:NL:PHR:2023:660
Aanmerkelijk belang; fideï-commis de residuo: tweetrapsmaking van a.b. door vader naar dochter (thans erflaatster) en bij haar overlijden naar drie stichtingen; overlijden dochter is een fictieve vervreemding; zij/haar erfgename (de belanghebbende) moet a.b.-heffing betalen hoewel het a.b. naar de stichtingen gaat;…
- BelastingrechtErfbelasting; afgezonderd particulier vermogen; stichting met vier verhuurde panden beheerst door…
Parket bij de Hoge Raad|26 april 2023|ECLI:NL:PHR:2023:461
Erfbelasting; afgezonderd particulier vermogen; stichting met vier verhuurde panden beheerst door erflaatster; verzet de (niet uitgevoerde) statutaire doelstelling c.q. het uitkeringsverbod ex 2:285(3) BW zich tegen toepassing van het APV-regime? Wie heeft het vermogen ingebracht? Meer dan bijkomstig particulier…
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/02384. Belanghebbende woont sinds 1992 in…
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:176
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/02384. Belanghebbende woont sinds 1992 in België. Belanghebbende had een belang van 25,5% in de BV. Op 31 maart 2005 en 31 mei 2006 heeft de BV liquidatie-uitkeringen gedaan. Op 19 mei 2006 is bij de Kamer van Koophandel geregistreerd dat de BV per 12 mei…
- BelastingrechtInkomstenbelasting. Artikel 3.92 Wet IB 2001. Toepassing van het Belastingverdrag Nederland – België 1970 op…
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BX4018
Inkomstenbelasting. Artikel 3.92 Wet IB 2001. Toepassing van het Belastingverdrag Nederland – België 1970 op een afwaardering van een vordering van een aandeelhouder op zijn BV. TBS. Beroep op Schumacker-doctrine faalt.
- Belastingrecht- Invorderingswet; artikelen 25 en 26 - Successierecht - Inkomstenbelasting - Wet IB 2001; artikelen 4.10…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0236
- Invorderingswet; artikelen 25 en 26 - Successierecht - Inkomstenbelasting - Wet IB 2001; artikelen 4.10, 4.11 en 4.17 - artikel 56 EG - niet-inwoner van Nederland erft van AB-houder een pakket van minder dan 5 percent aandelen: bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van toepassing?
- BelastingrechtConclusie PG: Successierecht. Heeft een in Canada wonende verkrijger van een fictief aanmerkelijk belang geen…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0239
Conclusie PG: Successierecht. Heeft een in Canada wonende verkrijger van een fictief aanmerkelijk belang geen recht op de invorderingsfaciliteiten ter zake van bedrijfsopvolging? Gelijkheidsbeginsel. Vrij verkeer van kapitaal. Aan belanghebbende, die woont in Canada, is een aanslag in het recht van successie opgelegd…
- Civiel recht overig7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/019HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|7 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO4013
7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/019HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand. 1. Het geding in feitelijke…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.