17 uitspraken gevonden
Sorteer op: Datum uitspraak
- Civiel recht overigHoger beroepRv 118; BW 7:363, 7:369, 7:370 7:371 Ten onrechte, want overbodig, is door de voorgestelde medepachter een…
Gerechtshof Arnhem|22 november 2011|ECLI:NL:GHARN:2011:BU7762
Rv 118; BW 7:363, 7:369, 7:370 7:371 Ten onrechte, want overbodig, is door de voorgestelde medepachter een incidentele vordering tot voeging ingesteld. Door zijn oproeping op de voet van art. 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering werd hij (reeds) partij in het geding. Als opgeroepen partij is hij in de…
- Civiel recht overigHoger beroepBW 6:248, 7:348, 7:355, 7:363, 7:376. 1. De wettelijke regeling van de pacht gaat uit van persoonlijk gebruik…
Gerechtshof Arnhem|15 november 2011|ECLI:NL:GHARN:2011:BU6543
BW 6:248, 7:348, 7:355, 7:363, 7:376. 1. De wettelijke regeling van de pacht gaat uit van persoonlijk gebruik door de pachter van het gepachte. Tot onderverpachting is volgens artikel 7:355 Burgerlijk Wetboek de pachter niet bevoegd, behoudens toestemming door de verpachter en tenzij partijen anders zijn…
- Civiel recht overigHoger beroep7:363 lid 3 BW Indeplaatsstelling. Erven verweren zich tegen indeplaatsstelling door zoon van pachter, maar…
Gerechtshof Arnhem|12 april 2011|ECLI:NL:GHARN:2011:BR6293
7:363 lid 3 BW Indeplaatsstelling. Erven verweren zich tegen indeplaatsstelling door zoon van pachter, maar vergeefs. De voorgestelde pachter voldoet aan de eisen.
- Civiel recht overigHoger beroep7:365, 7:366, 7:376 en 7:377 BW; 130 en 150 Rv Pluraliteit en processuele ondeelbaarheid. Pacht en…
Gerechtshof Arnhem|29 maart 2011|ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1789
7:365, 7:366, 7:376 en 7:377 BW; 130 en 150 Rv Pluraliteit en processuele ondeelbaarheid. Pacht en bedrijfsmatig gebruik. Bewijslast. Medewerking verpachter aan verdeling. Acht medepachters, waarvan er vier niet in hoger beroep zijn verschenen. De verpachtster kan in haar gewijzigde eis tegenover de niet verschenen…
- Civiel recht overigHoger beroepVervolg van LJN BK4249. Artt. 7:363 BW en 236 lid 1 Rv. Vorderingen tot medepacht. Overgangsrecht. Gezag van…
Gerechtshof Arnhem|28 december 2010|ECLI:NL:GHARN:2010:BQ1395
Vervolg van LJN BK4249. Artt. 7:363 BW en 236 lid 1 Rv. Vorderingen tot medepacht. Overgangsrecht. Gezag van gewijsde van uitspraak pachtkamer eerste aanleg, ook indien de overwegingen strijdig zijn met nadien gewezen rechtspraak van het pachthof. In eerste aanleg heeft de pachtkamer de vordering tot medepacht t.a.v.…
- Civiel recht overigHoger beroepWat betreft melkquotum zelfde overwegingen als in zaak 200.041.810, LJN BO 3607. Pachter zorgt er (na de…
Gerechtshof Arnhem|23 november 2010|ECLI:NL:GHARN:2010:BO5267
Wat betreft melkquotum zelfde overwegingen als in zaak 200.041.810, LJN BO 3607. Pachter zorgt er (na de dagvaarding in eerste aanleg) voor dat het melkquotum weer in zijn macht komt. Vorderingen verpachtser tot ontbinding en schadevergoedering niet toewijsbaar, nu in deze zaak niet (langer) kan worden geoordeeld dat…
- Civiel recht overigHoger beroepBW 7:364; Rv 118 Inzet van het geding is onder meer de vordering van van de pachter zijn zoon als medepachter…
Gerechtshof Arnhem|9 november 2010|ECLI:NL:GHARN:2010:BO3625
BW 7:364; Rv 118 Inzet van het geding is onder meer de vordering van van de pachter zijn zoon als medepachter als bedoeld in artikel 7:364 BW aan te merken. Volgens het eerste lid van art. 7:364 BW is het de (zittende) pachter die kan vorderen zijn echtgenoot of geregistreerde partner, een of meer van zijn bloed- en…
- Civiel recht overigHoger beroepBW 7:364; Rv 118 Medepacht. Verplichte oproeping van voorgestelde medepachters. Zelfde beslissing als in zaak…
Gerechtshof Arnhem|9 november 2010|ECLI:NL:GHARN:2010:BO3609
BW 7:364; Rv 118 Medepacht. Verplichte oproeping van voorgestelde medepachters. Zelfde beslissing als in zaak 200.069.498, LJN BO3625.
- Civiel recht overigHoger beroep7:225, 7:363, 7:370 en 7:371 BW; 217 en 218 Rv; 45 Pachtwet (oud) Dat alleen de pachter indeplaatsstelling…
Gerechtshof Arnhem|23 maart 2010|ECLI:NL:GHARN:2010:BM2122
7:225, 7:363, 7:370 en 7:371 BW; 217 en 218 Rv; 45 Pachtwet (oud) Dat alleen de pachter indeplaatsstelling kan vorderen, sluit niet uit dat de voorgestelde pachter, vanwege zijn belang bij toewijzing van de vordering, zich aan de zijde van de pachter voegt en een doelmatige uitleg van de artikelen 217 en 218 Wetboek…
- Civiel recht overigHoger beroepBW 7:363 en 364. Vordering tot indeplaatsstelling en medepacht. Tekort aan voldoende (hoge) agrarische…
Gerechtshof Arnhem|20 oktober 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BK4249
BW 7:363 en 364. Vordering tot indeplaatsstelling en medepacht. Tekort aan voldoende (hoge) agrarische scholing kan worden gecompenseerd door praktische ervaring in de agrarische sector. Economisch belang van pachter bij zijn vorderingen. Gezichtspunten voor de vraag of er sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. Het…
- Civiel recht overigHoger beroepBW 7:312, 7:363. Indeplaatsstelling. Bedrijfsmatige exploitatie. Indien aannemelijk is dat de voorgestelde…
Gerechtshof Arnhem|12 mei 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BI4361Aangehaald in 23 uitspraken
BW 7:312, 7:363. Indeplaatsstelling. Bedrijfsmatige exploitatie. Indien aannemelijk is dat de voorgestelde pachter het gepachte het gepachte bedrijfsmatig zal gebruiken, dient de vordering tot indeplaatsstelling als bedoeld in artikel 7:363 Burgerlijk Wetboek te worden afgewezen. Voor de vraag wat valt te beschouwen…
- Civiel recht overigHoger beroepBW 7:363 Op de vordring tot indeplaatsstelling beslist de pachtrechter volgens het derde lid van artikel…
Gerechtshof Arnhem|12 mei 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BI4266
BW 7:363 Op de vordring tot indeplaatsstelling beslist de pachtrechter volgens het derde lid van artikel 7:363 Burgerlijk Wetboek naar billijkheid. In dat verband zijn alle omstandigheden van het geval van belang, waaronder ook eventuele tekortkomingen van de zittende pachter(s). Voor zover de voorgestelde pachter…
- Civiel recht overigHoger beroepBW art. 7:311, 7:312, 7:317, 7:363; Ow nieuw BW art. 68a lid 1; art. II lid 1 Wet van 12 oktober 1995, Stb…
Gerechtshof Arnhem|24 februari 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7354
BW art. 7:311, 7:312, 7:317, 7:363; Ow nieuw BW art. 68a lid 1; art. II lid 1 Wet van 12 oktober 1995, Stb. 504 “Schriftelijke vastlegging van (wijziging) pachtovereenkomst. Indeplaatsstelling. Overgangsrecht. Verweer tegen vastleggingsvordering dat het beoogde en feitelijke gebruik hobbymatig is.…
- Civiel recht overigHoger beroepSchriftelijke vastlegging pachtovereenkomst. Omvang en ontsluiting van het gepachte. Indeplaatsstelling…
Gerechtshof Arnhem|16 september 2008|ECLI:NL:GHARN:2008:BG4561
Schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst. Omvang en ontsluiting van het gepachte. Indeplaatsstelling. Pachter slaagt niet in bewijs dat met verpachter toevoeging van bepaald perceel aan het gepachte is overeengekomen. Aanbod pachter tot leveren aanvullend bewijs wordt gepasseerd. Op verpachter rust bewijslast ter…
- Civiel recht overigHoger beroepIndeplaatsstelling; wettelijke duur; verlenging (oud recht) BW 7:322 en 7:363; Pw (oud) 9 en 36…
Gerechtshof Arnhem|15 juli 2008|ECLI:NL:GHARN:2008:BE0092
Indeplaatsstelling; wettelijke duur; verlenging (oud recht) BW 7:322 en 7:363; Pw (oud) 9 en 36 Pachtoverenkomst eindigt binnenkort definitief en pachter heeft niet heeft aangevoerd dat hij het gepachte niet nog een korte tijd kan exploiteren. Gelet daarop is zijn belang bij de door hem gevorderde indeplaatsstelling…
- Civiel recht overigHoger beroepPersoonlijk gebruik. Inbreng in BV BW 7:355, 7:363, 7:419 Niet op voorhand is ondenkbaar dat onder…
Gerechtshof Arnhem|25 maart 2008|ECLI:NL:GHARN:2008:BE8720
Persoonlijk gebruik. Inbreng in BV BW 7:355, 7:363, 7:419 Niet op voorhand is ondenkbaar dat onder omstandigheden een vennootschap met de pachter kan worden vereenzelvigd, in die zin dat de inbreng van het gepachte in die vennootschap ook zonder toestemming van de verpachter aan de pachter vrij staat en bovendien dat…
- Civiel recht overigHoger beroepBW 7:363; Pachtwet (oud) 49. Indeplaatsstelling. Het hof bepaalt een comparitie van partijen.
Gerechtshof Arnhem|19 februari 2008|ECLI:NL:GHARN:2008:BC9869
BW 7:363; Pachtwet (oud) 49. Indeplaatsstelling. Het hof bepaalt een comparitie van partijen.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.