5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Datum uitspraak
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - meervoudigGeneesmiddelenwet: art. 42 Richtlijn Europees Parlement en Raad 6 november 2001 (nr. 2001/83/EG), zoals…
Rechtbank Breda|2 februari 2011|ECLI:NL:RBBRE:2011:BP5365
Geneesmiddelenwet: art. 42 Richtlijn Europees Parlement en Raad 6 november 2001 (nr. 2001/83/EG), zoals gewijzigd op 31 maart 2004 (nr. 2004/27/EG): art. 28 en 29 Handelsvergunning geneesmiddel (levocetirizine PCH), dit wil zeggen: registratie ervan door College ter beoordeling van geneesmiddelen. Wederzijdse…
- Bestuursrecht overigVoorlopige voorzieninghandelsvergunning voor geneesmiddel, gedecentraliseerde procedure, rechtsbescherming
Rechtbank Breda|20 juli 2009|ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ3033
handelsvergunning voor geneesmiddel, gedecentraliseerde procedure, rechtsbescherming
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigArt. 8:26 lid 1 Awb. Degene die beroep tegen een besluit had kunnen instellen, wordt niet aangemerkt als…
Rechtbank Breda|12 juni 2007|ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8386
Art. 8:26 lid 1 Awb. Degene die beroep tegen een besluit had kunnen instellen, wordt niet aangemerkt als partij in de zin van art. 8:26 lid 1 Awb. Art. 8:69 lid 1 Awb. Het standpunt van verweerder dat voor het plaatsen chalets en stacaravans geen bouwvergunning is vereist, is uitdrukkelijk en zonder voorbehoud…
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - meervoudigNu artikel 18, achtste lid, van de WAO een ontoereikende wettelijke grondslag biedt om de urenomvang van de…
Rechtbank Breda|23 maart 2006|ECLI:NL:RBBRE:2006:AV6543
Nu artikel 18, achtste lid, van de WAO een ontoereikende wettelijke grondslag biedt om de urenomvang van de maatman te maximeren op 38 uur per week, is artikel 9, aanhef en onder b, tweede volzin van het Schattingsbesluit 2004 onverbindend wegens strijd met artikel 18, eerste lid, van de WAO. Hetzelfde geldt voor de…
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigBestaan voorperiode niet aannemelijk geacht Belanghebbende stelt dat hij per 30 juni 2000 een…
Rechtbank Breda|15 december 2005|ECLI:NL:RBBRE:2005:AU8708
Bestaan voorperiode niet aannemelijk geacht Belanghebbende stelt dat hij per 30 juni 2000 een voorovereenkomst heeft gesloten tot oprichting van een B.V. De rechtbank overweegt echter dat de feiten die conclusie niet toelaten. Zo is belanghebbendes eenmanszaak nog tot in 2001 voortgezet en wordt de stelling, dat de…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.