36 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepParkeerbelasting. Nadere stukken binnen de 10-dagentermijn van 8:58 Awb. Het hof oordeelt dat er geen sprake…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 juni 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:1533
Parkeerbelasting. Nadere stukken binnen de 10-dagentermijn van 8:58 Awb. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van overschrijding van de kostenlimiet voor de naheffingsaanslag. Ook oordeelt … eerdere fase van de procedure, in elk geval buiten de termijn van artikel 8:58 Awb, had kunnen overleggen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de procedure al geruime tijd loopt
- BelastingrechtHoger beroepArt. 17, lid 2, Wet WOZ. Artt. 8:42, lid 1, en 8:58 Awb. Art. 30 Wet WOZ. Artt. 27h, lid 2, en 27c AWR. Art…
Gerechtshof Den Haag|4 februari 2026|ECLI:NL:GHDHA:2026:1022
Artt. 8:42, lid 1, en 8:58 Awb. Art. 30 Wet WOZ. Artt. 27h, lid 2, en 27c AWR. Art. 6, lid 1, EVRM. Twaalfde Protocol bij het EVRM. De Heffingsambtenaar
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4433
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4432
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4429
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4421
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4430
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 18.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4359
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4328
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4349
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4340
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4348
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4327
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4418
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4330
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4343
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4344
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4332
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4331
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4346
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.