891 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepPer gewone mail ingediend hoger beroepschrift is toch ontvankelijk omdat tot 1 juli 2024 een eenduidige…
Gerechtshof Amsterdam|18 februari 2025|ECLI:NL:GHAMS:2025:416
ontvankelijkheid niet aan de griffie is, aldus mr. Hoyng. De beoordeling 3.4 Artikel 358 lid 2 Rv regelt voor de verzoekschriftprocedure de beroepstermijn. Nu de onderhavige zaak een scheidingszaak
- Civiel recht overigHoger beroepProcesrecht. Schorsing en hervatting (art. 225-227 Rv). Procesfinancier roept op grond van een medegedeeld…
Gerechtshof Amsterdam|26 juli 2022|ECLI:NL:GHAMS:2022:2185
voor schorsing is het geding met ingang van 15 februari 2022 geschorst (artikel 225 lid 2 Rv). 2.3. Ter onderbouwing van de ingeroepen grond voor schorsing voert [appellante] het volgende
- Civiel recht overigHoger beroepDe Republiek Suriname is niet-ontvankelijk in haar verzet tegen het verstekvonnis van 3 oktober 2022 want het…
Gerechtshof Amsterdam|15 juli 2025|ECLI:NL:GHAMS:2025:1796
heeft te gelden als een betekening in persoon in de zin van artikel 55 lid 2 Rv. Daarmee is op 2 november 2022 de verzettermijn gaan lopen. De verzettermijn bedroeg acht weken
- Civiel recht overigHoger beroepProcesrecht. Toepassing van art. 3:301 lid 2 BW. ‘’Binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel’’…
Gerechtshof Amsterdam|30 september 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:4534
appellant naar het oordeel van het hof voldaan aan het in artikel 3:301 lid 2 Rv gestelde voorschrift. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat de termijn voor inschrijving
- Civiel recht overigHoger beroepZekerheid is niet gesteld. Desbetreffende partij niet ontvankelijk in haar appel.
Gerechtshof Amsterdam|15 april 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:1334
bekende verblijfplaats heeft, niet is gebleken dat zich één van de in art. 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen voordoet. Het hof heeft [appellant sub 2] vervolgens bevolen uiterlijk op 19 november
- Civiel recht overigHoger beroepIncidentele vordering tot afgifte van bescheiden is door de rechtbank afgewezen. Van dit tussenvonnis staat…
Gerechtshof Amsterdam|30 september 2008|ECLI:NL:GHAMS:2008:BG4368
bestreden vonnis, nu de rechtbank niet anders heeft bepaald, op grond van art. 337 lid 2 Rv geen hoger beroep open. Het hof is zich ervan bewust dat het in vergelijkbare gevallen
- Civiel recht overigHoger beroepIncident ex artikel 224 Rv tot zekerheidsstelling voor proceskosten. Tussenarrest. Uitzondering van artikel…
Gerechtshof Amsterdam|23 november 2021|ECLI:NL:GHAMS:2021:3689
procedure veroordeeld zou kunnen worden, tenzij een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is. Deze bepaling is op grond van artikel 353 lid 1 Rv
- Civiel recht overigHoger beroepVordering in incident m.b.t. hoedanigheid geïntimeerde
Gerechtshof Amsterdam|27 juli 2021|ECLI:NL:GHAMS:2021:2315
juiste wijze zijn betekend en is appellanten op grond van artikel 121 lid 2 Rv de gelegenheid geboden de erfgenamen zelf in het geding te roepen bij exploot van de rolzitting
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep tegen vonnis waarbij de vordering van appellant tot herroeping van een tussen partijen gewezen…
Gerechtshof Amsterdam|14 mei 2024|ECLI:NL:GHAMS:2024:1304
beroep. 2.2. [appellant] is echter niet-ontvankelijk in dit hoger beroep, omdat artikel 388 lid 2 Rv bepaalt dat de beslissing inzake de heropening van het geding niet vatbaar is voor hoger
- Civiel recht overigHoger beroepVervolg van 23 april 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:1459). Niet bewezen dat makelaar heeft meegedeeld dat het…
Gerechtshof Amsterdam|20 oktober 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:2750
geen althans onvoldoende steun biedt, is – nog afgezien van het bepaalde in art. 164 lid 2 Rv – onvoldoende komen vast te staan dat [X] [appellante sub 5] heeft meegedeeld dat het verkrijgen
- Personen- en familierechtHoger beroepTussenarrest. Appellant toch ontvankelijk ondanks te late betaling griffierecht, toepassing hardheidsclausule…
Gerechtshof Amsterdam|31 mei 2016|ECLI:NL:GHAMS:2016:2037
heeft aangevoerd op zichzelf onvoldoende grond voor toepassing van de hardheidsclausule van artikel 282a lid 2 Rv. De omstandigheid die volgens de vrouw tot de te late betaling heeft geleid, ligt immers
- Civiel recht overigHoger beroepVerzetzaak. Verzet staat (ook) open tegen rolbeslissing waarbij tegen geïntimeerde verstek is verleend…
Gerechtshof Amsterdam|20 september 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6405
beginsel, namelijk behoudens gevallen waarin processuele fouten of verzuimen worden hersteld (art. 120 lid 2 Rv), niet vrijstaat de in de appeldagvaarding vermelde roldatum waartegen was gedagvaard, vóór die datum te wijzigen
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep tegen beslissing rechtbank om zich onbevoegd te verklaren; eindvonnis waarvoor de appeltermijn…
Gerechtshof Amsterdam|3 februari 2026|ECLI:NL:GHAMS:2026:299
vonnis als een (zuiver) tussenvonnis moet worden aangemerkt, waarvan op grond van artikel 337 lid 2 Rv uitsluitend tegelijk met het eindvonnis hoger beroep kan worden ingesteld. Dit volgt ook niet
- Personen- en familierechtHoger beroepOntvankelijkheid, Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Gerechtshof Amsterdam|25 september 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5039
omstandigheid kan dan ook niet leiden tot de conclusie dat toepassing van artikel 282a lid 2 Rv leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hetgeen de vrouw en haar advocaat in haar
- Civiel recht overigHoger beroepZekerheidstelling? Art. 224Rv. Dat de verweerder in het incident niet staat ingeschreven in de…
Gerechtshof Amsterdam|29 september 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:4039
procedure veroordeeld zou kunnen worden, tenzij een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is. Doel van de regeling is te voorkomen dat verhaal van proceskosten wordt
- Personen- en familierechtHoger beroepMachtigingsprocedure opzeggen huurovereenkomst curandus geen zaak van curatele.
Gerechtshof Amsterdam|1 september 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:3599
niet kan worden aangemerkt als een ‘zaak van curatele’ als bedoeld in artikel 798 lid 2 Rv en derhalve evenmin als bedoeld in artikel 1:381 lid 6 BW. Daaruit volgt
- Personen- en familierechtHoger beroepMoeder niet-ontvankelijk in het hoger beroep; is geen belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1, eerste…
Gerechtshof Amsterdam|8 november 2022|ECLI:NL:GHAMS:2022:3148
zaken betreffende het personen- en familierecht kan, in afwijking van artikel 358 lid 2 Rv, op grond van artikel 806 lid 1 Rv van een beschikking hoger beroep worden ingesteld door
- Civiel recht overigBeschikkingToewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in bij het hof aanhangige appelzaak met betrekking tot toedracht…
Gerechtshof Amsterdam|17 maart 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:872
bericht heeft overgelegd. 2.3. Het verzoek is, als gegrond op de wet (art. 186 lid 2 Rv) en overigens door de Provincie en Achmea niet weersproken, toewijsbaar als na te melden
- Personen- en familierechtHoger beroepOntvankelijkheid ouder zonder gezag in procedure over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
Gerechtshof Amsterdam|19 mei 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:1560
heeft de Hoge Raad overwogen dat alleen pleegouders op grond van artikel 798 lid 2 Rv als belanghebbenden worden aangemerkt. Ten aanzien van anderen dient op grond van het eerste lid beoordeeld
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingAfspraak tussen partijen komt erop neer dat de uitkomst van het hoger beroep zonder enig belang zal zijn voor…
Gerechtshof Amsterdam|8 december 2005|ECLI:NL:GHAMS:2005:AV3085
hoger beroep te laat is ingesteld, immers niet binnen de in artikel 339 lid 2 Rv. bepaalde termijn van vier weken. De omstandigheid dat de kantonrechter op deze zitting heeft medegedeeld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.