40 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepMandaat, rechtsgeldigheid indicatiebesluiten, machtiging uithuisplaatsing, ondertoezichtstelling.
Gerechtshof Amsterdam|30 oktober 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ8584
lokken en een verzoek als bedoeld in artikel 1:254 en artikel 1:261 BW in rechte aanhangig te maken. Hieraan doet niet af dat de moeder en de kinderen geen verstandelijke … ondertoezichtstelling, niet eerder in werking treedt dan nadat de machtiging als bedoeld in artikel 1:261 BW van de kinderrechter is verkregen. In de door WSJ bij haar inleidende verzoeken overgelegde indicatiebesluiten
- Personen- en familierechtHoger beroepontheffing gezag, onderzoek onafhankelijk en objectief, strafrechtelijke veroordeling, ontuchtige…
Gerechtshof Amsterdam|5 augustus 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:3151
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel, door
- Personen- en familierechtHoger beroepVoor verblijf in een netwerkpleeggezin is, voor zover die pleegouders (nog) niet door een pleegzorginstelling…
Gerechtshof Amsterdam|11 maart 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:1504
nacht uit huis te plaatsen. Op grond van het tweede lid van artikel 1:261 BW is het verzoek, indien de uithuisplaatsing betrekking heeft op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing gezag moeder. Minderjarige in 2012 voor de vierde keer uit huis geplaatst. Periodes waarin de…
Gerechtshof Amsterdam|17 november 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:4796
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW (oud) van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepIndicatiebesluiten ongeldig, vernietiging uithuisplaatsing.
Gerechtshof Amsterdam|10 december 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:4871
ondertoezichtstelling, niet eerder in werking treedt dan nadat de machtiging als bedoeld in art. 1:261 BW van de kinderrechter is verkregen. Het hof overweegt voorts dat een indicatiebesluit een besluit
- Personen- en familierechtHoger beroepBeschikking waarvan beroep (uhp) is achterhaald door latere beschikking over hoofdverblijfplaats. Geen belang…
Gerechtshof Amsterdam|29 mei 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:4448
neer dat zij aanvaardt dat [de minderjarige] met een machtiging als bedoeld in artikel 1:261 BW uit huis wordt geplaatst, maar dat zij het niet eens is met plaatsing
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing ouderlijk gezag
Gerechtshof Amsterdam|14 september 2010|ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9758
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepHet blijk geven van duurzame bereidheid om het kind in het pleeggezin te laten opgroeien dient weliswaar in…
Gerechtshof Amsterdam|9 juli 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:2804
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepontheffing van het ouderlijk gezag
Gerechtshof Amsterdam|16 november 2010|ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6429
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepVerzet tegen ontheffing gezag.
Gerechtshof Amsterdam|19 juni 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5489
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing ouderlijk gezag, art 1:266 en 268 BW
Gerechtshof Amsterdam|8 juli 2008|ECLI:NL:GHAMS:2008:BE8995
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepGedwongen ontheffing van het gezag.
Gerechtshof Amsterdam|22 januari 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:74
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing ouderlijk gezag.
Gerechtshof Amsterdam|18 februari 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:6060
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag.
Gerechtshof Amsterdam|24 mei 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8876
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag. Geen perspectief op thuisplaatsing. De kinderen dienen duidelijkheid en zekerheid…
Gerechtshof Amsterdam|6 augustus 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:2511
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag.
Gerechtshof Amsterdam|5 juli 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BS8894
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepNoodzaak tot uithuisplaatsing ontbreekt thans.
Gerechtshof Amsterdam|22 november 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6071
moet beoordeeld worden er nog steeds sprake is van een situatie bedoeld in artikel 1:261 BW. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat in juli 2010 uit de veiligheidscontrole met behulp
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing gezag na uithuisplaatsing van een kind dat 3 maanden na de geboorte uit huis is geplaatst afgewezen
Gerechtshof Amsterdam|6 mei 2008|ECLI:NL:GHAMS:2008:BD9733
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing gezag, gronden niet aanwezig, uitzonderingspositie minderjarige.
Gerechtshof Amsterdam|29 oktober 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:3793
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel, door
- Personen- en familierechtHoger beroepVerzoek Raad voor de Kinderbescherming de moeder te ontheffen van het gezag over de minderjarige is door de…
Gerechtshof Amsterdam|27 november 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ4186
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1: 261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.