11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepArt. 139 Rv, art. 6:227 BW Hoger beroep van eiseres (verkoper) tegen een verstekvonnis. Betreft de koop in…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|3 november 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:9010
6:227 BW Hoger beroep van eiseres (verkoper) tegen een verstekvonnis. Betreft de koop in 2014 van een nog te produceren BMW 18 Spider. Productie start in 2017. Kantonrechter oordeelt in verstekvonnis
- Civiel recht overigHoger beroepVervolg op Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden 3 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1879. Arrest na bewijsopdracht. In…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 september 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:9121
overeenkomst van 26 november 2012 onvoldoende bepaald is in de zin van artikel 6:227 BW omdat onduidelijk is wat precies moet worden betaald, wat er al was betaald … oordeel dat deze stellingen van [geïntimeerde] onjuist zijn. Op grond van artikel 6:227 BW moeten de verbintenissen die partijen op zich nemen bepaalbaar zijn. Daaraan is voldaan wanneer de vaststelling
- Civiel recht overigHoger beroepAanhoudende echtscheidingsperikelen; recht op levering van horecapand dat beweerdelijk door beide voormalige…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 december 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:10783Aangehaald in 6 uitspraken
hiervoor beschreven verbintenissen acht het hof voldoende bepaalbaar in de zin van artikel 6:227 BW. Dat neemt niet weg dat voor beide partijen de verplichting geldt nog datgene te verrichten
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg van overeenkomst; is sprake van een onvoorwaardelijke koopoptie of een voorkeursrecht/recht van eerste…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|30 augustus 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:6966
geldende huurwaarde op jaarbasis" onvoldoende bepaalbaar is in de zin van artikel 6:227 BW, onderschrijft het hof dit standpunt niet. Voor het bestaan van een onvoorwaardelijke koopoptie is niet vereist
- Civiel recht overigHoger beroepOvergang economische eigendom. Vepo is eigenaar van drie panden. Zij heeft deze panden in 1991 verkocht aan…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|6 juli 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:6525
leven geroepen verbintenissen onvoldoende bepaalbaar zouden zijn in de zin van artikel 6:227 BW. Uit de discussie die Vepo en de Stichting hebben gevoerd, blijkt dat zij het eens waren over
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep. Overdracht economisch eigendom panden. Geen sprake van een huurovereenkomst. Reikwijdte…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|21 november 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:9882
gebruiksrecht en anderzijds dat deze voldoende bepaalbaar is in de zin van artikel 6:227 BW. 4.8. Uit de bepalingen van de Econoom in samenhang met de toelichting van zowel [de kinderen
- Civiel recht overigHoger beroepProjectontwikkeling. Totstandkoming overeenkomst. Afgebroken onderhandelingen. Schadevergoeding. Over één van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|6 april 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:3293
detailniveau. Voldoende is dat de verbintenissen die partijen op zich nemen bepaalbaar zijn (artikel 6:227 BW). Dat betekent dat van een overeenkomst sprake is indien over de meest wezenlijke onderdelen (‘essentialia
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg leveringsakte, Onzekere erfgrens. Vaststelling op de voet van art. 5:47 BW. Redelijkheid en billijkheid.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 april 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:3101
niet worden gezegd dat de transactie tussen [naam1] en [geïntimeerde] wegens onvoldoende bepaalbaarheid (artikel 6:227 BW) of bepaaldheid (artikel 3:84 BW) non-existent respectievelijk nietig moet worden geacht
- Civiel recht overigHoger beroepWijziging franchiseovereenkomst. Uitleg wijzigingsbeding en regeling collectieve opzegging. Vraag of beding…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|6 februari 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:870
omdat het beding onredelijk bezwarend is (artikel 6:233a BW) en te onbepaald (artikel 6:227 BW) en dat zij hebben gedwaald over de betekenis van dit beding (artikel 6
- Civiel recht overigHoger beroepVerkooptransactie voormalig bejaardentehuis De Arendshorst in Assen tussen twee projectontwikkelaars…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 maart 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:2653
daarin opgenomen verplichtingen van [geïntimeerden] onvoldoende bepaalbaar waren in de zin van artikel 6:227 BW. Daarop strandde de primaire vordering. De subsidiaire vordering heeft de rechtbank afgewezen omdat geen sprake
- Civiel recht overigHoger beroepOntbindende voorwaarde bij koop onroerende zaak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|9 februari 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:882
verzoek om uitstel. 5.7 Die stelling faalt. Zoals is bepaald in art. 6:227 BW, geldt een aanvaarding die van het aanbod afwijkt, als een nieuw aanbod en als een verwerping
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.