47 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepHof is van oordeel dat de directeur grootaandeelhouder niet onrechtmatig heeft gehandeld in het kader van de…
Gerechtshof Den Haag|11 juli 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:1314
externe aansprakelijkheid voor een bestuurder van een B.V. is aan te merken art. 2:248 BW. Het gaat in deze bepaling om de aansprakelijkheid van bestuurders jegens de boedel in geval … bestuurshandelen zouden worden benadeeld (Hoge Raad 21 december 2018 NJ 2019/31). Naast art. 2:248 BW kan een aansprakelijkheid van de bestuurder gebaseerd worden op basis van art. 6:162 BW. Beslissend
- OndernemingsrechtHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Vordering van curator is niet verjaard. Bewijsvermoeden dat…
Gerechtshof Den Haag|30 april 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:775
beoordeling van de vordering van de curator op de grondslagen van artikel 2:248 BW jo artikel 2:11 BW en artikel 6:162 BW. 2.12 De curator verwijt [geïntimeerden … persoonlijk ernstig verwijt kunnen worden gemaakt, aldus steeds de curator. Aansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW 2.13 Op grond van artikel 2:248 lid 1 BW is in geval van faillissement
- InsolventierechtHoger beroepOok na turboliquidatie kan vennootschap failliet verklaard worden.
Gerechtshof Den Haag|2 juli 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1846
bedoelde termijn openbaar te maken (de publicatieplicht), hetgeen meebrengt dat op grond van artikel 2:248 BW vaststaat dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed … uitgesloten. De aan de curator in het faillissement toekomende vordering op grond van artikel 2:248 BW is weliswaar strikt genomen geen bate van de vennootschap, maar een bate voor de boedel
- Civiel recht overigHoger beroepturboliquidatie; verzoek heropening vereffening art. 2:23c BW; (potentiële) bate; vordering vennootschap op…
Gerechtshof Den Haag|17 juli 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:1677
potentiële) bate in de vorm van een vordering op grond van artikel 2:248 BW niet aan de orde kan zijn, omdat een dergelijke vordering alleen kan worden ingesteld indien de vennootschap … bestaan van een (potentiële) bate in de vorm van een vordering ex artikel 2:248 BW, niet toegekomen. Beoordeling van het incidentele verzoek tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring 17. Hericon heeft in eerste
- Civiel recht overigHoger beroepvrijwaringsprocedure, eindarrest voor einde schadestaatprocedure in de hoofdzaak,
Gerechtshof Den Haag|12 mei 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:894
vrijwaringszaak moeten worden beoordeeld in het kader van de bestuurdersaansprakelijkheid van art. 2:248 BW. Zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaringszaak zijn alle elementen die bij de aansprakelijkheid uit hoofde … 2:248 BW een rol spelen aan de orde gekomen. 2.9. De curator vordert – kort gezegd – aanzuivering door [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van het tekort in het faillissement van SPG. Onder
- Civiel recht overigHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 lid 1 en 2 BW. Andere belangrijke oorzaken faillissement niet…
Gerechtshof Den Haag|15 december 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:2484
Detachering een zienswijze is gevraagd. 5 Beoordeling van de grieven Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW 5.1 Met grief I in principaal hoger beroep komt [appellant] op tegen het oordeel … aangevoerd dat geen sprake is van aansprakelijkheid van [appellant] op grond van artikel 2:248 BW en dat daarmee ook de grondslag van artikel 106a lid 1 sub a FW voor
- VerbintenissenrechtHoger beroepEindarrest. Zie tussenarrest van 11 juli 2023. Verzekeringsovereenkomst. Een deel van het in een…
Gerechtshof Den Haag|7 mei 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:731
curator slechts één vordering pretendeerde, met als grondslag onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW in samenhang met artikel 2:9 BW dan wel onrechtmatige daad als bedoeld in artikel … één vordering van de curator die (primair) is gebaseerd op onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW in samenhang met artikel 2:9 BW dan wel onrechtmatige daad als bedoeld in artikel
- Civiel recht overigHoger beroepbestuurdersaansprakelijkheid, bestuurder geen bemoeienis met gewraakt handelen? derde-beleidsbepaler…
Gerechtshof Den Haag|10 december 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:3238
onbelangrijk verzuim als bedoeld in de slotzin van het tweede lid van artikel 2:248 BW. De gebreken aan de administratie zijn bovendien zodanig ernstig dat ook om die reden niet … beroep op disculpatie. 2.24. Ingevolge het bepaalde in het vierde lid van artikel 2:248 BW kan de rechter het bedrag waarvoor het bestuur aansprakelijk isverminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet
- InsolventierechtHoger beroepbestuurdersaansprakelijkheid na faillissement, van buitenkomende oorzaak?, stelplicht en bewijslast
Gerechtshof Den Haag|10 september 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:2342
reconventie afgewezen. De rechtbank gaat uit van de bestuurdersaansprakelijkheid als geregeld in art. 2:248 BW. Zij heeft daarbij overwogen – verkort weergegeven – dat de curator onweersproken heeft gesteld dat de jaarrekening … sprake is van een onbelangrijk verzuim. Voor de toepassing van de bestuurdersaansprakelijkheidsregeling van art. 2:248 BW betekent dit dat het hof, op grond van lid 2 van dit artikel als uitgangspunt
- OndernemingsrechtHoger beroepAansprakelijkheid bestuurder vennootschap jegens onbetaalde schuldeiser. Aansprakelijkheid afgewezen. Geen…
Gerechtshof Den Haag|12 juli 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:1935
jaarrekeningen door EnC c.s. schade heeft geleden. Dat de rechtbank in een op artikel 2:248 BW gegronde vordering van de curator in het faillissement van EnC c.s. tot aansprakelijkheid van [geïntimeerde … gekomen maakt dit niet anders. Het toetsingskader van artikel 2:248 BW is immers (op dit punt) wezenlijk anders dan dat van artikel 6:162 BW. 4.5.2 Wat de verplichting betreft
- OndernemingsrechtHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:248 lid 1 en lid 2 BW.
Gerechtshof Den Haag|18 augustus 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:2232
hebben (HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053, Panmo). Aangezien artikel 2:248 BW beoogt schuldeisers te beschermen, ligt in deze maatstaf besloten dat aan de bestuurder een ernstig verwijt … sprake is van aansprakelijkheid op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur als bedoeld in artikel 2:248 BW. Artikel 2:9 en 6:162 BW 19. De curator heeft zijn primaire vorderingen
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag|16 juni 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1389
bestuurder “om diverse redenen”, met name uit hoofde van de artikelen 2:9 en 2:248 BW, jegens IKB aansprakelijk is. Het hof stelt vast dat grief XII inhoudelijk correspondeert … thans aan de orde zijnde kernbezwaar. De op de artikelen 2:9 en 2:248 BW gebaseerde aansprakelijkheid van een bestuurder voor handelingen en gedragingen die hij als bestuurder van een rechtspersoon
- OndernemingsrechtHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid. Aannemingsovereenkomst. Aannemer heeft van de opdrachtgever een voorschot…
Gerechtshof Den Haag|30 augustus 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:1563
geïntimeerde 2] hun taak als bestuurders van de Vennootschap op grond van art. 2:248 BW onbehoorlijk hebben vervuld en dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement … faillissement (art. 2:248 lid 1 BW). Een vordering op grond van art. 2:248 BW kan alleen worden ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling die in de periode van drie jaar
- Civiel recht overigHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid 2:9 BW. Onverplichte afbetaling bankschuld van aandeelhouder, tegen verkrijging…
Gerechtshof Den Haag|24 november 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:2119
redenen geen bespreking voor zover de vorderingen zijn ingesteld op de grondslag van artikelen 2:248 BW (bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement) en 6:162 BW (onrechtmatige daad tegenover de gezamenlijke schuldeisers; de zogenaamde
- OndernemingsrechtHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248, 2:9, 2:162 BW. De onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke…
Gerechtshof Den Haag|22 maart 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:863
eerst het beroep van de curator op de grondslag van artikel 2:248 BW beoordelen. Aansprakelijkheid ex art.2:248 BW; inleiding 6.5. In hoger beroep is niet meer in geschil … ander moet immers worden gelezen in het licht van het aan art. 2:248 BW ten grondslag liggende uitgangspunt dat het niet erom gaat de bestuurders persoonlijk voor het gehele tekort aansprakelijk
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag|16 januari 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:140
appellant] in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 2:9 en 2:248 BW, zoals door de curator is vermeld in zijn verslag van 4 juni 2010, aangezien de termijn
- Civiel recht overigHoger beroepOndernemingsrecht,. Aansprakeklijkheid ex 6:162 BW van feitelijk en formeel bestuurder jegens crediteur van…
Gerechtshof Den Haag|2 augustus 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:2259
verzuim brengt met zich dat sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 BW). 4.3. Anders dan De Zonnebloem verdedigt betekent deze in beginsel tegenover de curator bestaande aansprakelijkheid niet
- OndernemingsrechtHoger beroepbestuurdersaansprakelijkheid, buitenlandse vennootschappen, feitelijk beleidsbepaler, publicatieplicht…
Gerechtshof Den Haag|17 september 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:1578
samengevat: voor recht te verklaren dat [appellant] zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld ex art. 2:248 BW (al dan niet jo. art. 2:248 lid 2 BW en/of jo. art. 2:248
- Civiel recht overigHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid ex-bestuurder. Overdracht aandelen aan katvanger? Boekhoudplicht…
Gerechtshof Den Haag|13 maart 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:446
betaling van het faillissementstekort van € 682.906,30 – primair uit hoofde van onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:248 BW c.q. 2:9 BW), subsidiair uit hoofde van onrechtmatig handelen – vermeerderd met de boedelkosten, alsmede
- Civiel recht overigHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling bestuur. Disculpatie bestuurder? Art. 2:248 lid 3 BW?
Gerechtshof Den Haag|20 augustus 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5386
curator op de voet van het eerste lid van artikel 2:248 BW aannemelijk te maken dat nochtans de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. (Hoge
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.