76 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtHoger beroepTussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling in hoger beroep bekrachtigd. Bij toelating verzwegen…
Gerechtshof Den Haag|22 december 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:3772
althans dat [appellant 1] met een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw had kunnen worden toegelaten tot de regeling. 3. De bewindvoerder heeft in zijn reactie
- InsolventierechtHoger beroepVerzoek dwangakkoord door rechtbank afgewezen, verzoek toepassing WSNP toegewezen. Verzoeker is door de…
Gerechtshof Den Haag|23 mei 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2503
appellant] in zijn beroep ontvankelijk is. Daarover wordt het volgende overwogen. Ingevolge artikel 292 lid 3 Fw kan de schuldenaar tegen de uitspraak tot afwijzing van zijn verzoek tot toepassing
- InsolventierechtHoger beroepNiet te goeder trouw t.a.v. ontstaan schulden aan de Belastingdienst en UWV. Onvoldoende aannemelijk dat…
Gerechtshof Den Haag|23 juli 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:1978
voor te leggen, waarbij zij een beroep doet op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw. Ter zitting van het hof heeft [appellante] haar standpunt toegelicht. 4. Het hof zal eerst
- InsolventierechtHoger beroepToewijzing verzoek tot opheffing van op eigen aangifte uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig…
Gerechtshof Den Haag|23 mei 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:1445
vallen. Tot slot heeft [appellant] een beroep gedaan op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw. [appellant] heeft de oorzaken van zijn schulden, die in de zakelijke sfeer lagen, onder controle
- InsolventierechtHoger beroepVerzoek tot faillietverklaring afgewezen. Niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht aanvrager.
Gerechtshof Den Haag|20 mei 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2001
volgende voorop. Op grond van het bepaalde in artikel 1 en artikel 6 lid 3 Fw is voor een faillietverklaring vereist dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen
- InsolventierechtHoger beroepGeen nieuwe feiten en omstandigheden bekend geworden, die op het tijdstip van de indiening van het…
Gerechtshof Den Haag|23 mei 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:1446
gestaan aan toelating. Daarnaast doet [appellante] een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw. 3. De bewindvoerder heeft het volgende verklaard. Uit de door [appellante] overgelegde voorintake-rapportage
- InsolventierechtHoger beroepAfwijzing verzoek tot wijziging van de met toepassing van art. 287a Fw tot stand gebrachte schuldregeling…
Gerechtshof Den Haag|21 juli 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:2649
betaling en de schuldsanering (vgl. art. 146, 165, 280, lid 1 en 340 lid 3 Fw) - voor het overige geen regeling in de Faillissementswet en is daardoor verder onderworpen aan de gewone
- InsolventierechtHoger beroepHet niet rechtstreeks toestemming vragen aan rechter-commissaris kan schuldenaar, wanneer bewindvoerder reeds…
Gerechtshof Den Haag|28 november 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5058
stukken en de behandeling ter zitting oordeelt het hof als volgt. Blijkens artikel 297 lid 3 Fw kan de rechter-commissaris bij schriftelijke beschikking het maandelijks vrij te laten bedrag verhogen
- InsolventierechtHoger beroepVerzoek tot faillietverklaring afgewezen. Indien na een opheffing wegens gebrek aan baten binnen drie jaar…
Gerechtshof Den Haag|10 juni 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1997
niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 18 Fw. 2.7 Ingevolge artikel 15 lid 3 Fw is het thans aan het hof om de faillissementskosten vast te stellen en dit bedrag
- InsolventierechtHoger beroepFaillissement. Vernietiging. Niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht aanvrager. Vordering aanvrager ten…
Gerechtshof Den Haag|7 oktober 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2413
voorgaande niet af. Het hof heeft immers een ambtshalve matigingsbevoegdheid (art. 15 lid 3 Fw). Al met al stelt het hof de kosten vast op € 10.000,-. Dat bedrag zal ten laste
- InsolventierechtHoger beroepFaillissement. Vernietiging. Niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht aanvrager.
Gerechtshof Den Haag|13 september 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1917
voor de faillissementskosten en het salaris van de curator inclusief BTW ex art. 15 lid 3 Fw enigszins te matigen en vast te stellen op € 8.000,-. Dat bedrag zal ten laste
- OndernemingsrechtHoger beroepCivielrechtelijk bestuursverbod. Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Schending informatieplicht…
Gerechtshof Den Haag|11 mei 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1570
maximum van € 100.000,- (honderdduizend euro); - draagt de griffier op grond van artikel 106b lid 3 Fw op om deze uitspraak zodra deze onherroepelijk is geworden, met bekwame spoed aan de Kamer
- InsolventierechtHoger beroepGerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Insolventierecht
Gerechtshof Den Haag|27 september 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:2230
schuldsaneringsregeling thans geen sprake zijn, ook niet via de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw. Voor toepassing daarvan bestaat onder de hiervoor geschetste omstandigheden onvoldoende aanleiding. Bovendien geldt die clausule niet
- InsolventierechtHoger beroepTussentijdse beëindiging WSNP. Vernietiging. Bij berekening van het VTLB en de boedelachterstand zijn ten…
Gerechtshof Den Haag|10 juni 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1206
kunnen, hij de mogelijkheid had de rechter-commissaris op de voet van artikel 295 lid 3 Fw om een dienovereenkomstige verhoging van het vtlb te vragen. Dan had [appellant] aan de rechter
- InsolventierechtHoger beroepIntrekking voorlopige surseance van betaling. Bekrachtiging. Ook in hoger beroep is nog steeds sprake van…
Gerechtshof Den Haag|7 mei 2026|ECLI:NL:GHDHA:2026:1570
Procesverloop 1.1 OSS heeft op l januari 2026 een startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw gedeponeerd (de Whoa-procedure) en heeft op 14 januari 2026 ex artikel 376 Fw een afkoelingsperiode
- VerbintenissenrechtHoger beroepGerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Verbintenissenrecht
Gerechtshof Den Haag|8 december 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:2468
door hem betaalde slechts als concurrent schuldeiser in het faillissement kan opkomen (artikel 51 lid 3 Fw (slot)). De exclusieve wijze om deze vordering geldend te maken is indiening ter verificatie (artikel
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.