215 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepVerzoek voorlopig getuigenverhoor. Afwijzingsgronden. Uitleg volgens cao-norm.
Gerechtshof Den Haag|15 januari 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:44
nauwelijks, en hij voldoet aldus niet aan de formele vereisten van art. 187 lid 3 Rv. Verder zijn de adressen van de te horen getuigen niet in het verzoekschrift opgenomen. Het standpunt
- Personen- en familierechtHoger beroepZwitserse meerderjarigenadoptie komt niet voor erkenning in Nederland in aanmerking. Geen sprake van…
Gerechtshof Den Haag|26 oktober 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:2170
nicht heeft haar woonplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 Rv bevoegd is om van de verzoeken van de man kennis te nemen. Is de Zwitserse adoptie
- Personen- en familierechtHoger beroep1e tussenbeschikking. Echtscheiding; gezag en zorgregeling. Hof gelast ouderschapsonderzoek vanwege hevige…
Gerechtshof Den Haag|26 augustus 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:1610
onderzoek zal meewerken. Beide partijen zijn daartoe ook verplicht op grond van artikel 198 lid 3 Rv. Wanneer aan deze verplichting niet wordt voldaan, zal het hof daaruit de gevolgtrekking maken
- Personen- en familierechtHoger beroepDe moeder van de minderjarige is overleden. Het hof is het eens met de vervangende toestemming voor erkenning…
Gerechtshof Den Haag|21 juli 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1504
artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van toepassing is. In artikel 3 Rv staat – kort gezegd – dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft als (een van) de verzoeker
- Personen- en familierechtHoger beroepInternationale echtscheiding, afwikkeling huwelijksvermogensregime en partneralimentatie. Litispendentie. Het…
Gerechtshof Den Haag|21 juni 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:2854
schriftelijk uit te laten. Verdeling en gebruiksvergoeding Rechtsmacht 5.14 Op grond van artikel 4 lid 3 Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om te oordelen over de nevenvoorziening betreffende de verdeling
- Personen- en familierechtHoger beroepRechtbank en hof gaan uit van het huwelijksvermogensrecht van de staat Texas. Naar het oordeel van de…
Gerechtshof Den Haag|2 juni 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1025
komt in het kader van een echtscheidingsprocedure bij de Nederlandse rechter (artikel 4 lid 3 Rv). Tussen partijen is niet in geschil dat het huwelijksvermogensrecht van de staat Texas van toepassing
- VerbintenissenrechtHoger beroepuitleg van aannemingsovereenkomst; dwaling
Gerechtshof Den Haag|19 september 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2939
gewijsde van voormelde beslissing van de rechtbank. Dit betekent, gelet op artikel 236 lid 3 Rv, dat het hof de vraag of er een afnameverplichting op BAM rustte in dit geschil
- Civiel recht overigHoger beroepOpstalaansprakelijkheid gemeente als exploitant van openbare sporthal. Val van tribunetrap. Letselschade…
Gerechtshof Den Haag|22 augustus 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2331
tribunetrap. Op grond van art. 7:954 BW jo. art. 1019w lid 3 Rv komt [appellante] daarnaast een directe actie toe tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea, welke gelet op het voorgaande eveneens gegrond
- Civiel recht overigHoger beroepWoonhuis- en opstalverzekering. Brandschade. Vraag of sprake is van hennepkwekerij en van risicowijziging in…
Gerechtshof Den Haag|1 september 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:3911
daaraan de voorwaarde van zekerheid te verbinden als bedoeld in art. 233 lid 3 Rv.. Beslissing Het hof, recht doende in hoger beroep : - vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende
- Civiel recht overigHoger beroepHuur bedrijfsruimte. Wie is partij bij de huurovereenkomst? Is voldaan aan de inspanningsverplichting om een…
Gerechtshof Den Haag|16 februari 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:243
door partijen ondertekende huurovereenkomst een onderhandse akte is in de zin van art. 156 lid 3 Rv. Een dergelijke akte levert ingevolge art. 157 lid 2 Rv dwingend bewijs op – behoudens tegenbewijs
- Civiel recht overigHoger beroepincident ex art. 335 lid 2 Rv; volmacht; vereenzelviging?
Gerechtshof Den Haag|18 juni 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:1833
veroordeling een executoriale titel geeft – HR 19 maart 2010, LJN: BL1116). Ingevolge art. 237 lid 3 Rv blijft de vaststelling van de proceskosten door het hof in dit arrest beperkt
- Civiel recht overigHoger beroepfinancial lease, geen koop op afbetaling of huurkoop, geldlening.
Gerechtshof Den Haag|30 september 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:3018
titel geeft – HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116). Ingevolge artikel 237 lid 3 Rv blijft de vaststelling van de proceskosten door het hof in dit arrest beperkt
- Civiel recht overigHoger beroepTotstandkoming financieringsovereenkomst. Na waardering van het door appellant in eerste aanleg en in hoger…
Gerechtshof Den Haag|25 juni 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:1009
door mr. [persoon 3] op 29 januari 2018 opgestelde onderhandse akte (art. 156 lid 3 Rv) kan niet al worden gezegd dat tussen [appellant] en [geïntimeerde] wilsovereenstemming is bereikt over het aangaan
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof Den Haag|17 januari 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:301
deskundige te hebben gehoord - te beoordelen of die partij conform artikel 198 lid 3 Rv aan het onderzoek zijn of haar medewerking heeft verleend. Deskundige 27. De opdracht dient door de deskundige
- Personen- en familierechtHoger beroepInternationale kinderontvoering; waar hebben de kinderen hun gewone verblijfplaats? Geen sprake van…
Gerechtshof Den Haag|6 juli 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1270
beoordeeld te worden volgens de commune regels van internationaal bevoegdheidsrecht, meer in het bijzonder artikel 3 Rv. Op grond van artikel 3, aanhef en onder a, Rv komt de Nederlandse rechter
- VerbintenissenrechtHoger beroepOvereenkomst van geldlening bedoeld als overbruggingskrediet; is appellant op enige grond hoofdelijk gebonden?
Gerechtshof Den Haag|2 september 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1645
betekent dat het bestreden vonnis op grond van het bepaalde in art. 140 lid 3 Rv als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. 4.3 De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis, voor
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag|22 januari 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:150
cassatie te voeren. Subsidiair verlangt [geïntimeerde] een zekerheidsstelling op de voet van art. 233 lid 3 Rv. 28. Gelet op de wederzijdse belangen van partijen, alsmede op het feit dat niet
- Civiel recht overigHoger beroepTatoeagebeleid RET. Goed werkgeverschap in relatie tot de regel om tijdens de werkzaamheden geen voor het…
Gerechtshof Den Haag|28 december 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:2552
Tatoeagebeleid RET. Goed werkgeverschap in relatie tot de regel om tijdens de werkzaamheden geen voor het publiek zichtbare tatoeages te dragen.
- Personen- en familierechtHoger beroepVermogensrechtelijke afwikkeling van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen. De vrouw heeft een…
Gerechtshof Den Haag|15 november 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:2338
betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij op grond van artikel 4 lid 3 Rv tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensregime van partijen
- Europees civiel rechtHoger beroepPakketreisovereenkomst (7:7A BW en richtlijn (EU) 2015/2302). Ambtshalve onderzoek naar (pre)contractuele…
Gerechtshof Den Haag|13 augustus 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:1432
exploot (appeldagvaarding) aan [verweerder] betekend, zodat daarop recht kan worden gedaan (artikel 130 lid 3 Rv). 5.2 [verweerder] is ook in hoger beroep niet verschenen. 6 Beoordeling in hoger beroep Ambtshalve bevoegdheden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.