2 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtHoger beroepAppartementsrecht en verenigingsrecht. Verhouding VvE ex art 5:112 BW en Vereniging ex art 2:26 BW…
Gerechtshof Den Haag|5 maart 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:382
artikel 2:26 BW, waarbij vrijheid van uittreden bestaat (overeenkomstig het dwingendrechtelijke artikel 2:35 BW) en waarbij geen sprake is van een kwalitatief lidmaatschap. Daarom is het lidmaatschap van [geïntimeerde … boek 2 BW en dat [geïntimeerde] zijn bestaande lidmaatschap van [de vereniging] (ingevolge artikel 2:35 BW) heeft mogen opzeggen. De omstandigheid dat [geïntimeerde] tot eind 2013 heeft berust in zijn lidmaatschap
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingKort geding. Royement lid vereniging. Opzegging lid vereniging. Afweging belangen in kort geding…
Gerechtshof Den Haag|22 juli 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:2465
rechtsgeldige wijze zijn geroyeerd. Het hof oordeelt daarover als volgt. 8. Uit artikel 2:35 BW lid 1 BW volgt dat het lidmaatschap van een vereniging (onder meer) eindigt door opzegging door
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.