28 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtHoger beroepart. 7:231 BW, art. 6:265 BW, burgemeesterssluiting, art. 6:248 lid 2 BW, art. 3:307 BW
Gerechtshof Den Haag|15 oktober 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:2755
BW, art. 6:265 BW, burgemeesterssluiting, art. 6:248 lid 2 BW, art. 3:307 BW GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.245.248/01 Zaak-, rolnummer rechtbank : 6356911 CV EXPL … volgende ten grondslag gelegd. Volgens Club 010 is voldaan aan de vereisten uit art. 3:307 BW. Er is volgens haar kort gezegd sprake van (a) een bedrijfsoverdracht door Club
- Civiel recht overigHoger beroepZorgverzekeringswet. Declaratie van een ECP-therapeut die 2de lijns GGZ-zorg verleend heeft. Verjaring…
Gerechtshof Den Haag|12 mei 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:869
verjaring verschillende geschilpunten: - Is de verjaringstermijn van vijf jaar als bedoeld in art. 3:307 BW van toepassing of de verjaringstermijn van drie jaar als bedoeld in art. 7:942 BW? Volgens … Verjaringstermijn 4.2.1 Wat betreft de geldende verjaringstermijn overweegt het hof als volgt. Art. 3:307 BW bepaalt dat een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg vaststellingsovereenkomst tussen verzekeraars. Verjaring.
Gerechtshof Den Haag|16 mei 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2406
oordeelde dat het beroep op verjaring moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 3:307 BW, aangezien het gaat om een vordering tot nakoming van een tussen Axa Belgium en Reaal … betoogt met grief II dat de rechtbank ten onrechte aansluiting heeft gezocht bij artikel 3:307 BW. De vordering die Reaal c.s. op Axa Belgium had, was reeds op 12 april
- Civiel recht overigHoger beroepVerjaring vordering tot nakoming.
Gerechtshof Den Haag|25 november 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:3695
tegen de kostenveroordeling. 6. Het debat van partijen is gevoerd binnen het door artikel 3:307 BW gegeven kader. Het hof zal de vraag of de vordering is verjaard … verricht. Dat betekent dat de vordering op grond van het bepaalde in artikel 3:307 BW in beginsel is verjaard indien deze eerder opeisbaar is geworden dan op 23 april
- Civiel recht overigHoger beroepBurengeschil over de aabouw van een serre; goederenrecht; nakoming overeenkomst, verjaring.
Gerechtshof Den Haag|19 februari 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2335
hebben gesteld dat deze vordering is verjaard op grond van het bepaalde in artikel 3:307 BW. Deze stelling is juist. Er zijn immers méér dan vijf jaren verlopen sinds 2002, terwijl … overeenkomst en niet bijvoorbeeld tot opheffing van een onrechtmatige toestand, is artikel 3:307 BW aan de orde. [appellante] is met haar stelling dat er geen sprake is van een overeenkomst (akte
- Civiel recht overigHoger beroeppensioenrecht; inhoud pensioenovereenkomst directeur; tekortkoming in nakoming?; verjaring?…
Gerechtshof Den Haag|6 april 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:580
pensioenrecht; inhoud pensioenovereenkomst directeur; tekortkoming in nakoming?; verjaring?; waardeoverdracht; onrechtmatige daad pensioenadviseur?
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg arbeidsovereenkomst, algemeen verbindende CAO, werkgeversbijdrage pensioenpremie, opstellen pensioenplan
Gerechtshof Den Haag|12 juli 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:1945
door ACSL gevoerde verjaringsverweer moet worden beoordeeld aan de hand van het in artikel 3:307 BW neergelegde kader. 14. Aan de orde is vervolgens de vraag of op de onderhavige rechtsvordering … eerste of (zoals door de kantonrechter is aangenomen) het tweede lid van artikel 3:307 BW toepasselijk is, gegeven het feit dat in artikel 6 van de arbeidsovereenkomst geen termijn voor nakoming
- VerbintenissenrechtHoger beroepGestelde overeenkomst van geldlening. Verjaring: verbintenis tot terugbetaling na bepaalde of onbepaalde tijd…
Gerechtshof Den Haag|17 februari 2026|ECLI:NL:GHDHA:2026:143
betreft het beroep van [geïntimeerde] Ltd. op verjaring is in eerste instantie artikel 3:307 BW van belang. Hierin is verjaring van een vordering tot nakoming van een overeenkomst tot een geven … nakoming na onbepaalde tijd en of lid 1 dan wel lid 2 van artikel 3:307 BW van toepassing is, moet de betrokken geldleningsovereenkomst worden uitgelegd. [geïntimeerde] Ltd. stelt niet dat (voor
- VerbintenissenrechtHoger beroepFinanciële afwikkeling van eenvoudige gemeenschap tussen ongehuwd samenwoners op grond van notariële…
Gerechtshof Den Haag|4 februari 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:409
aldus de vrouw. Gelet op de verjaringstermijn van vijf jaar op grond van artikel 3:307 BW, betoogt de vrouw dat de vordering van de man is verjaard. 25. Het hof overweegt
- Civiel recht overigHoger beroepverschotten betaald door advocatenkantoor voor advocaat die een zaak voor zichzelf voert, hof kwalificeert…
Gerechtshof Den Haag|7 februari 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:153
nooit was gedeclareerd, brengt dat niet mee dat de vordering niet is verjaard. Artikel 3:307 BW houdt, anders dan de artikelen 3:309-3:311 BW, geen rekening met de mogelijkheid
- Civiel recht overigHoger beroepVerjaring vordering tot betaling exploitatiebijdrage.
Gerechtshof Den Haag|28 januari 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:1752
grieven in het incidenteel hoger beroep. 5.2. Op grond van artikel 3:307 BW verjaart een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting door verloop van vijf jaar na de aanvang
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg exploitatie-overeenkomst. Verjaring vordering tot betaling van exploitatiebijdrage.
Gerechtshof Den Haag|28 januari 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:97
grieven in het incidenteel hoger beroep. 5.2. Op grond van artikel 3:307 BW verjaart een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting door verloop van vijf jaar na de aanvang
- Personen- en familierechtHoger beroepErfrecht. Vordering van een erfgenaam op de nalatenschap. Hof komt tot het oordeel van de vordering is…
Gerechtshof Den Haag|17 april 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:1466
aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (3:307 BW). Een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart door verloop
- Personen- en familierechtHoger beroepVerschuldigdheid van een 'ere'compensatie uit hoofde van het tussen partijen gesloten Mut'a huwelijk.
Gerechtshof Den Haag|4 juni 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5254
opeising van het bedrag overgaat, in aanmerking genomen de hoogte daarvan. Ingevolge artikel 3: 307 BW verjaart een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen
- Civiel recht overigHoger beroepToezegging door werkgever een ouderdomspensioen te verzekeren houdt niet in dat werkgever zich heeft…
Gerechtshof Den Haag|16 april 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ8982
grond dat deze vorderingen wegens het verstrijken van de verjaringstermijn van artikel 3:307 BW (vijf jaar), respectievelijk 3:310 BW (20 jaar) waren verjaard. 4. Grief I is gericht tegen
- Civiel recht overigHoger beroepNalatenschap. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden tot stand gekomen? Vordering uit hoofde afwikkeling…
Gerechtshof Den Haag|23 juni 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1989
erven. Een verrekenbeding schept een verplichting om te geven en valt dus onder art. 3:307 BW en art. 3:313 BW. De verjaringstermijn is derhalve gaan lopen op 17 april
- Personen- en familierechtHoger beroepVerkoop echtelijke woning, mede-eigendom (eenvoudige gemeenschap). Toerekening van verkoopopbrengst en…
Gerechtshof Den Haag|24 juni 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1902
verbintenis uit een overeenkomst tot een geven of doen. Daarvoor geldt ingevolge artikel 3:307 BW een verjaringstermijn van vijf jaar na aanvang van de dag, volgend op die waarop de vordering
- Civiel recht overigHoger beroepBorgstelling bestuurder. Is bank bevoegd als pandhouder over te gaan tot inning van een aan haar verpande…
Gerechtshof Den Haag|6 april 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:867
vordering van Beheer op [appellant] is – gelet op de verjaringstermijn van vijf jaar (artikel 3:307 BW) – dus op 28 februari 2018 door verjaring tenietgegaan. Dat is vóórdat ING bij brief
- Civiel recht overigHoger beroepVordering tegen bestuurder van een stichting derdengelden van een advocatenkantoor tot schadevergoeding…
Gerechtshof Den Haag|15 mei 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:1086
schuldeiser van de Stichting, omdat diens vordering tot uitbetaling op grond van art. 3:307 BW toen was verjaard. Jegens de Stichting kon [appellant] ook na 25 januari 2013 nog aanspraak maken
- ArbeidsrechtHoger beroepontslag op staande voet, onverwijldheid, dringende reden, billijke vergoeding? ernstig verwijtbaar handelen…
Gerechtshof Den Haag|8 juni 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1001
Verder stelt [werknemer] dat een groot deel van de vorderingen op grond van art. 3:307 BW is verjaard (Verweerschrift op zelfst
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.