11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepverjaring, bezit, recht van erfdienstbaarheid of persoonlijk gebruik, grondeigendom, overbouw; art. 3:105…
Gerechtshof Den Haag|7 november 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:3086
jurisprudentie van de Hoge Raad en de maatstaf van artikel 3:105 jo 3:314 BW (grief 2), op hun gedragingen die bezit van een erfdienstbaarheid inhouden (grief 3), op getuigenverklaringen (grief … meer dan 20 jaren. Op grond van de artikelen 3:105, 3:306 en 3:314 BW, mede gelet op de artikelen 73 en 93 van de Overgangswet NBW, is de rechtsvordering
- GoederenrechtHoger beroepGeen bezit maar houderschap van een perceel water. Dus geen verjaring. Ontruiming woonboot gelast…
Gerechtshof Den Haag|7 september 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1609
rechtsvordering tot opheffing van de gestelde onrechtmatige toestand op grond van artikel 3:314 BW in verbinding met artikel 3:306 BW is verjaard. 10. De rechtbank heeft bij het tussenvonnis Arenborg
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht, hoge bomen, hinder, verjaring, bewijsopdracht, artikelen 5:21, 5:37, 5:42, 5:44 en 6:162 BW.
Gerechtshof Den Haag|29 december 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:3696
verwijdering geen misbruik van bevoegdheid oplevert. Op grond van het bepaalde in artikel 3:314 BW juncto artikel 3:306 BW verjaart de vordering tot verwijdering van de esdoorn, kort gezegd, twintig
- Civiel recht overigHoger beroepGeen verkrijgende verjaring van een strook grond van de gemeente.
Gerechtshof Den Haag|8 september 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:3460
rechtsvordering tot revindicatie van de gemeente is evenmin sprake. Op grond van artikel 3:314 BW neemt de verjaringstermijn van 20 jaar een aanvang met de dag volgende op die waarop
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil tussen een agrariër en het waterschap, als eigenaren van twee aangrenzende percelen, over een sloot…
Gerechtshof Den Haag|11 november 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2378
rechtbank heeft voor recht verklaard dat het waterschap door bevrijdende verjaring (artikel 3:314 BW in verbinding met 3:105 BW) eigenaar van de ondergrond van de sloot is geworden, zoals
- Civiel recht overigHoger beroepGoederenrecht. Onvoldoende is betwist dat sprake is van houderschap van een strook grond. De houder is geen…
Gerechtshof Den Haag|28 november 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:2351
geen onrechtmatige toestand waarvan een rechtsopvolger van [voormalig eigenaar] opheffing kon vorderen (zie artikel 3:314 BW lid 2) en er liep dus geen verjaring van een vordering (van [geïntimeerde] of zijn
- VerbintenissenrechtHoger beroepOnrechtmatige hinder door hoge boom in achtertuin (art 5:37 BW). Verwijdering boom gelast…
Gerechtshof Den Haag|31 oktober 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:3012
artikel 5:37 BW, Dit betreft een vordering in de zin van artikel 3:314 BW met een 20-jarige verjaringstermijn. (De verjaringstermijn van vijf jaar ex artikel 3:310 BW speelt
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingexecutie eerder vonnis; vordering tot verwijdering; misbruik van recht?
Gerechtshof Den Haag|8 juli 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:3091
vorderen. De daarvoor geldende verjaringstermijn van twintig jaren (artikel 3:306 jo. artikel 3:314 BW) was ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding (januari 2011) nog - lang- niet voltooid
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Vordering tot snoeien is verjaard. Vordering tot plaatsen muur in de voortuin toegewezen.
Gerechtshof Den Haag|24 maart 2026|ECLI:NL:GHDHA:2026:436
toestand begint te lopen op de dag nadat opheffing daarvan kan worden gevorderd (artikel 3:314 BW) en bedraagt twintig jaar (artikel 3:306 BW). [appellant] stelt direct na levering van zijn
- Civiel recht overigHoger beroepMandelige muur, artikel 5:62 lid 2 BW, Verjaring?
Gerechtshof Den Haag|24 april 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:1107
moet zijn gebeurd zodat ieder vorderingsrecht terzake op grond van artikel 3:306 juncto 3:314 BW is verjaard. 19. Het hof stelt allereerst vast dat muur B ooit niet mandelig
- GoederenrechtHoger beroepBezit onroerende zaak door een niet-rechthebbende. Geen bevrijdende verjaring, aangezien het bezit minder dan…
Gerechtshof Den Haag|12 november 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:1997
Bezit onroerende zaak door een niet-rechthebbende. Geen bevrijdende verjaring, aangezien het bezit minder dan twintig jaar heeft geduurd. Art 3:117 BW staat op gespannen voet met (de ratio van) het kenbaarheidsvereiste van bezit gedurende twintig jaar. In ieder geval heeft de niet-rechthebbende het bezit van de…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.