7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepcessie en verpanding vordering op naam, artikel 3: 88 jo 3:98 BW
Gerechtshof Den Haag|25 juli 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2177
zijn van (1) een levering, (2) krachtens geldige titel (3) door een beschikkingsbevoegde. Artikel 3:88 BW bepaalt dat ondanks de beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder, een overdracht van een recht op naam … verpanding toch geldig is. Anders dan [geintimeerde c.s.] meent, is het bepaalde in artikel 3:88 BW dus wel degelijk van toepassing op de situatie die is ontstaan wanneer de mededeling
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep door partij die door rechtbank niet als tussenkomende partij is toegelaten. Verjaring van…
Gerechtshof Den Haag|29 oktober 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5387
vennoot 1] de vorderingen ook niet aan Fine Star kunnen overdragen. Art. 3:88 BW kan deze onbevoegdheid ook niet repareren, zoals [appellant] aanvoert. De onbevoegdheid van [vennoot 2] en [vennoot … betrokkene 3] nu handelde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid of niet. Art. 3:88 BW is ook hier niet van toepassing, [vennoot 2] en [vennoot 1] waren immers in het hier
- Civiel recht overigHoger beroepVerstek. Derdenbescherming.
Gerechtshof Den Haag|19 juli 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:2069
bewijslastverdeling door de rechtbank. Deze grief slaagt. Uit artikel 3:94 lid 3 jo. 3:88 BW volgt dat ondanks onbevoegdheid van [P] als vervreemder de overdracht van zijn vordering
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingkort geding, ontruiming, eigenaar, goede trouw, waarheidsplicht
Gerechtshof Den Haag|10 september 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:2321
perceel] aan haar werd geleverd bovendien niet ter goede trouw als bedoeld in art. 3:88 BW. Ten aanzien van dit laatste punt voert [appellant] aan dat [X] en [Y] achter zijn
- Personen- en familierechtHoger beroepVerzoening van partijen na scheiding van tafel en bed?; art. 1:176 BW (oud); omstandigheden van het geval…
Gerechtshof Den Haag|28 maart 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:517
Verzoening van partijen na scheiding van tafel en bed?; art. 1:176 BW (oud); omstandigheden van het geval; samenwonen van partijen is niet doorslaggevend. Gevolgen voor het bezwaren en vervreemden van onroerende goederen.
- GoederenrechtHoger beroepVerkrijging van een beschikkingsonbevoegde. Verkrijger te goeder trouw in de zin van artikel 3:86 BW?
Gerechtshof Den Haag|31 mei 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:1464
verkrijging ervan door Boy. Een registergoed in de zin van artikel 3:10 en 3:88 BW is een goed dat is ingeschreven in de door het Nederlandse kadaster gehouden openbare registers
- GoederenrechtHoger beroepRechtsgeldige overdracht van recht van onderopstal? Toestemming opstalhouder vereist? Uitleg akte van vestiging.
Gerechtshof Den Haag|6 juni 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:1034
appellant] zich beroept, op p. 15 van zijn opinie stelt). Een beroep op art. 3:88 BW kan [appellant] daarom niet baten, nog afgezien van het feit dat hij niet als verkrijger
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.