7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtHoger beroepHoger beroep WSNP. Toewijzing verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Beroep op…
Gerechtshof Den Haag|4 november 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2414
vonnis van de rechtbank en vindt dat de rechtbank de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw had moeten toepassen. Ter onderbouwing daarvan heeft zij het volgende aangevoerd. Bij beschikking … vraag of het beroep van [appellante] op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw slaagt en zo ja, of aan de overige voorwaarden van artikel 288 lid 1 Fw is voldaan
- InsolventierechtHoger beroepWSNP. Vernietiging vonnis rechtbank. Toewijzing verzoek. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat…
Gerechtshof Den Haag|21 oktober 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2415
desalniettemin tot de regeling toe te laten. De hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw kan naar het oordeel van de rechtbank in dit geval geen toepassing vinden. 2.3 De grieven … ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen (artikel 288 lid 3 Fw). 2.7 Het hof is van oordeel dat uit de stukken en de toelichting op de zitting
- InsolventierechtHoger beroepWSNP. Toewijzing verzoek toepassing. Hardheidsclausule. Eerdere ingangsdatum.
Gerechtshof Den Haag|23 september 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1978
appellanten] hun financiële situatie nu onder controle hebben gekregen als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. Het hof zal daarom het verzoek van [appellanten] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toewijzen
- InsolventierechtHoger beroepVerzoek tot faillietverklaring afgewezen. Niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht aanvrager.
Gerechtshof Den Haag|20 mei 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2001
volgende voorop. Op grond van het bepaalde in artikel 1 en artikel 6 lid 3 Fw is voor een faillietverklaring vereist dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen
- InsolventierechtHoger beroepVerzoek tot faillietverklaring afgewezen. Indien na een opheffing wegens gebrek aan baten binnen drie jaar…
Gerechtshof Den Haag|10 juni 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1997
niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 18 Fw. 2.7 Ingevolge artikel 15 lid 3 Fw is het thans aan het hof om de faillissementskosten vast te stellen en dit bedrag
- InsolventierechtHoger beroepFaillissement. Vernietiging. Niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht aanvrager. Vordering aanvrager ten…
Gerechtshof Den Haag|7 oktober 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2413
voorgaande niet af. Het hof heeft immers een ambtshalve matigingsbevoegdheid (art. 15 lid 3 Fw). Al met al stelt het hof de kosten vast op € 10.000,-. Dat bedrag zal ten laste
- InsolventierechtHoger beroepTussentijdse beëindiging WSNP. Vernietiging. Bij berekening van het VTLB en de boedelachterstand zijn ten…
Gerechtshof Den Haag|10 juni 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1206
kunnen, hij de mogelijkheid had de rechter-commissaris op de voet van artikel 295 lid 3 Fw om een dienovereenkomstige verhoging van het vtlb te vragen. Dan had [appellant] aan de rechter
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.