13 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtHoger beroepBeroepsaansprakelijkheid advocaat. Termijn 715 lid 3 Rv. Heeft advocaat het verzoekschrift ex artikel 474g Rv…
Gerechtshof Den Haag|16 december 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2580
Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Termijn 715 lid 3 Rv. Heeft advocaat het verzoekschrift ex artikel 474g Rv te laat ingediend en daarmee een beroepsfout gemaakt? Advocaat is niet aansprakelijk. GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht … beslag onder een derde is gelegd, ook aan deze is betekend. Artikel 715 lid 3 Rv bepaalt voor onder meer conservatoir beslag op aandelen op naam: De termijn, vermeld in artikel 474g
- Civiel recht overigHoger beroepOctrooirecht. Niet-ontvankelijk verklaring appellante o.g.v. artikel 616 lid 3 Rv, omdat geen zekerheid is gesteld.
Gerechtshof Den Haag|6 mei 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:846
Octrooirecht. Niet-ontvankelijk verklaring appellante o.g.v. artikel 616 lid 3 Rv, omdat geen zekerheid is gesteld. GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.343.042/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/658707 … niet heeft gesteld, zal het hof Maxeon gelet op het bepaalde in artikel 616 lid 3 Rv niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep. Maxeon zal om die reden in de kosten
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepIncident tot inzage ex art. 843a Rv.
Gerechtshof Den Haag|15 juli 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1752
dreigende) inbreuk moet kunnen worden afgeleid. 5.4 Op grond van art. 1019a lid 3 Rv is art. 843a lid 4 Rv niet van toepassing indien, zoals hier, de vordering tot inzage betrekking … vordering af voor zover de bescherming van vertrouwelijke informatie niet is gewaarborgd (art. 1019a lid 3 Rv). Het hof ziet geen aanleiding om partijen in de gelegenheid te stellen om zich
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepNieuw bewijsrecht. Rechtsmiddelenverbod (art. 200 Rv). Niet-ontvankelijkheid.
Gerechtshof Den Haag|21 oktober 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2158
gezegd – overwogen dat het verzoek niet voldoet aan de formele vereisten van artikel 187 lid 3 Rv (oud). Het is volgens de rechtbank onduidelijk gebleven welke andere rechten, dan wel rechtsvragen buiten
- Civiel recht overigHoger beroepAmbtshalve toetsing oneerlijke bedingen; Europese richtlijn; indexatiebeding; opslagbeding; splitsing
Gerechtshof Den Haag|16 december 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2680
geïntimeerde 1] wel. Tegen [geïntimeerde 2] is verstek verleend. Op grond van art. 140 lid 3 Rv is door de kantonrechter een vonnis op tegenspraak gewezen. De kantonrechter heeft samengevat [geïntimeerde
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepVerzoek om het horen van een curator in voorlopig getuigenverhoor afgewezen. Verschoningsrecht.
Gerechtshof Den Haag|8 juli 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1324
grond van artikel 190 lid 2 Rv (oud) (per 1 januari 2025: artikel 201 lid 3 Rv) en de toelichting daarop geldt dat het houden van een contra-enquête van rechtswege
- InsolventierechtHoger beroepTussentijdse beëindiging WSNP. Vernietiging. Bij berekening van het VTLB en de boedelachterstand zijn ten…
Gerechtshof Den Haag|10 juni 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1206
september 2024 wordt melding van de achterstand gemaakt. Artikel 475db lid 1 onder 3 Rv bepaalt dat de fiscale bijtelling in mindering komt op de berekening van het vtlb. De bewindvoerder
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepVerlengde termijn van art. 339 lid 5 Rv voor het instellen van hoger beroep in een vrijwaringszaak. Het hoger…
Gerechtshof Den Haag|8 juli 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1431
hoger beroep hoeft daarom pas te worden ingesteld bij de memorie van antwoord (339 lid 3 Rv). 6.3 Markel heeft betoogd dat lid 5 van artikel 339 Rv alleen van toepassing
- VerbintenissenrechtHoger beroepVerkoop huis door moeder aan zoon met geldlening of schijnconstructie? bewijsopdracht
Gerechtshof Den Haag|24 juni 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1157
Deze stukken zijn uitsluitend ondertekend door partijen en zijn daarmee onderhandse akten (art. 156 lid 3 Rv). Deze akten hebben tussen partijen dwingende bewijskracht van de door [geïntimeerde] gestelde geldlening
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepVerzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland. Het ontbreken…
Gerechtshof Den Haag|25 november 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2435
procedure bij advocaat verschenen ter gelegenheid van het verhoor als bedoeld in artikel 987 lid 3 Rv op 9 oktober 2025. De aanloop naar dat verhoor is als volgt geweest: De griffie
- VerbintenissenrechtHoger beroepOvereenkomst van geldlening bedoeld als overbruggingskrediet; is appellant op enige grond hoofdelijk gebonden?
Gerechtshof Den Haag|2 september 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1645
betekent dat het bestreden vonnis op grond van het bepaalde in art. 140 lid 3 Rv als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. 4.3 De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis, voor
- Burgerlijk procesrechtTussenuitspraakVorderingen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor en tot afgifte van stukken gedeeltelijk toegewezen.
Gerechtshof Den Haag|19 augustus 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1707
woonplaatsen van de personen die men als getuigen wil doen horen (artikel 187 lid 3 Rv). Een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor dat aan deze vereisten voldoet, moet in beginsel worden toegewezen
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepVordering tot vernietiging arbitraal vonnis, gewezen in een investeringsarbitrage. Vernietigingsgronden: het…
Gerechtshof Den Haag|1 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:743
Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis, gewezen in een investeringsarbitrage. Vernietigingsgronden: het scheidsgerecht heeft zijn opdracht geschonden; het arbitraal vonnis is niet gemotiveerd dan wel (totstandgekomen) in strijd met de openbare orde. Heeft het scheidsgerecht ten onrechte geen res judicata-effect…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.