12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigVerwijzing na Hoge RaadVervolg op HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:132, NJ 2015/345 m. nt. B.F. Keulen. Op 13 maart 2012…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 januari 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:442
Nederland. Op grond van de met ingang van 1 juli 2014 gewijzigde art. 5 en 7 Sr (Wet herziening regels betreffende extraterritoriale rechtsmacht in strafzaken) is de Nederlandse strafwet met terugwerkende kracht … worden verklaard voor de in Duitsland begane feiten omdat de rechtsmachtbepalingen van art. 5 en 7 Sr in casu niet van toepassing zijn. Daartoe is in de eerste plaats aangevoerd
- Strafrecht overigHoger beroepTussenarrest ten behoeve van het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een strafzaak over…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 maart 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:724
oktober 2021 niet gold als ‘Nederlander’ in de zin van (het derde lid van) artikel 7 Sr. Het voorgaande betekent dat er sprake is van een feit dat buiten Nederland zou zijn … hiervoor genoemde voorbeelden – de situatie als bedoeld in (het derde lid van) artikel 7 Sr zich niet voordoet. Voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep is aan de procespartijen gevraagd
- Strafrecht overigHoger beroepGepubliceerd in verband met cassatieberoep
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 april 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:1412
Sr waardoor oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting niet mogelijk is. Artikel 36e lid 7 Sr beperkt die mogelijkheid tot een betalingsverplichting die haar grondslag vindt in een vaststelling van het bedrag
- Strafrecht overigHoger beroepGepubliceerd in verband met cassatieberoep
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 april 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:1413
Sr waardoor oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting niet mogelijk is. Artikel 36e lid 7 Sr beperkt die mogelijkheid tot een betalingsverplichting die haar grondslag vindt in een vaststelling van het bedrag
- Strafrecht overigHoger beroepGepubliceerd in verband met cassatieberoep.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 januari 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:1977
voordeel heeft gebaseerd op artikel 36e lid 3 Sr en artikel 36e lid 7 Sr ( hof: de hoofdelijke betalingsverplichting ) enkel toepassing kan vinden wanneer het voordeelsbedrag is gegrond op artikel
- Strafrecht overigHoger beroepGepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 februari 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:560
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.
- Strafrecht overigHoger beroepGepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 februari 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:559
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.
- BelastingrechtHoger beroep(Navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw 2013 tot en met 2016 met vergrijpboeten. Het hof acht de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 maart 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:1031
(Navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw 2013 tot en met 2016 met vergrijpboeten. Het hof acht de informatie-uitwisseling tussen de betrokken overheidsinstanties niet onrechtmatig. De inspecteur heeft niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd, maar hieraan wordt door het hof voorbijgegaan. Verder acht…
- Strafrecht overigHoger beroepTen laste van de verdachte rechtspersoon is bewezenverklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 april 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:1012
Taiwan en (b) de verdachte rechtspersoon (hierna: [verdachte] ) geen ‘Nederlander’ is als bedoeld in artikel 7 Sr. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van die feiten niet-ontvankelijk moet worden
- Strafrecht overigHoger beroepHet hof acht bewezen dat de verdachte zich als feitelijk leidinggever, al dan niet samen met anderen…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 april 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:996
verdachte rechtspersoon 1] (hierna: [verdachte rechtspersoon 1] ) geen ‘Nederlander’ is als bedoeld in artikel 7 Sr. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van die feiten niet-ontvankelijk moet worden verklaard
- Strafrecht overigHoger beroepMedeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 juni 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:2001
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel…
- Strafrecht overigHoger beroepMedeplegen van om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|9 november 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:3826
Medeplegen van om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen of zich of een ander…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.