748 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Bewijsrecht. Art. 186 Rv. Art. 28 Wet Bibob. Kunnen partijen onmiddellijk hoger beroep instellen…
Hoge Raad|17 februari 2023|ECLI:NL:HR:2023:255Aangehaald in 13 uitspraken
eigen positie in ten opzichte van een nog aanhangig te maken zaak (art. 186 lid 1 Rv) of een reeds aanhangig geding (art. 186 lid 2 Rv) en leidt niet … uitgangspunt is evenwel niet juist. Daartoe wordt het volgende overwogen. 3.3.2 Art. 165 lid 1 Rv bepaalt dat eenieder die daartoe op wettige wijze is opgeroepen, verplicht is getuigenis af te leggen
- Civiel recht overigCassatieFinancieel recht, procesrecht. Vraag of cassatieberoep openstaat tegen uitspreken overdrachtsregeling (art…
Hoge Raad|6 april 2018|ECLI:NL:HR:2018:538
bevat daarvoor geen bijzondere termijn, zodat dan in beginsel ingevolge art. 426 lid 1 Rv een termijn van drie maanden zou gelden. Er bestaat evenwel grond om voor art. 3:159ij … maanden van art. 358 lid 2 Rv voor hoger beroep respectievelijk van art. 426 lid 1 Rv voor cassatieberoep, maar ook, in art. 3:191 lid 6 Wft, van de regel
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Pandrecht. Schorsing en hervatting geding (art. 225 lid 1, aanhef en onder c, Rv en art. 227…
Hoge Raad|9 februari 2024|ECLI:NL:HR:2024:217Aangehaald in 5 uitspraken
procespartij aan wier zijde zich een schorsingsgrond als bedoeld in art. 225 lid 1 Rv voordoet, als partij uit het geding verdwijnt en dat het geding aan haar zijde wordt voortgezet door … nieuwe procespartij. De in art. 225 lid 1 Rv genoemde gronden voor schorsing van het geding kunnen niet worden ingeroepen door de wederpartij van de procespartij aan wier zijde zich de schorsingsgrond
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Verval van (appel)instantie; artt. 284 (oud) Rv en art. 253 Rv. Verval van appelinstantie…
Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:HR:2010:BO1806
toepasselijke oude recht (art. 284 (oud) Rv.), als naar het nieuwe recht (art. 253 lid 1 Rv.), heeft het verval van de appelinstantie in de eerste procedure ertoe geleid dat het rechtbankvonnis … instantie was verzocht, in welk geval zowel art. 284 (oud) als art. 253 lid 1 Rv. ertoe leidt dat het verval van de appelinstantie slechts gevolgen heeft voor die onderdelen
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA9131
Rv. (iii) [Verweerster] heeft de volgens de verklaring verschuldigde geldsommen niet overeenkomstig art. 477 lid 1 Rv. aan de belastingdeurwaarder voldaan. (iv) De Ontvanger heeft [verweerster] op 18 september 1997 gedagvaard … proceskosten, waar [verweerster] door haar verzuim te voldoen aan haar uit art. 477 lid 1 Rv. bedoelde betalingsverplichting de Ontvanger genoopt had tot het aanspannen van de onderhavige procedure
- Civiel recht overigCassatie in het belang der wetCassatie in belang der wet. Kan enkelvoudig rechtsprekende kantonrechter kantonzaak verwijzen naar…
Hoge Raad|22 november 2024|ECLI:NL:HR:2024:1724
verband met de onderbrenging van de kantongerechten in de rechtbanken en dat art. 15 lid 1 Rv ook van toepassing is op kantonzaken. 3.3.4 Art. 98 Rv maakt het – eveneens sinds 1 … vraag opgeworpen of, indien partijen dat wensen, althans daarmee instemmen, art. 96 lid 1 Rv kan worden gebruikt om kantonzaken meervoudig te laten behandelen en beslissen. 3.9.2 Art. 96 lid 1 Rv
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Recht op mondelinge behandeling, art. 134 Rv en art. 6 EVRM. Belang dat uitspraak wordt gewezen…
Hoge Raad|31 oktober 2014|ECLI:NL:HR:2014:3076Aangehaald in 162 uitspraken
geweest. Het middel acht dat in strijd met de art. 37 Ow en 134 lid 1 Rv. Voorts wijst het erop dat bij het wijzen van het vonnis nog geen proces-verbaal … behandeling in de civiele procedure. In verzoekschriftprocedures is de mondelinge behandeling hoofdregel (art. 279 lid 1 Rv, art. 362 Rv). In dagvaardingsprocedures is in eerste aanleg de comparitie na antwoord hoofdregel geworden
- Civiel recht overigCassatieArbitragerecht; cassatie in het belang der wet over de vraag of en zo ja in hoeverre een arbiter (i) met…
Hoge Raad|29 juni 2007|ECLI:NL:HR:2007:AV7405
arbiters onpartijdig en onafhankelijk moeten zijn en kan op de voet van art. 1033 lid 1 Rv. tijdens een arbitrageprocedure een partij een arbiter binnen de door de wet gestelde beperkingen wraken … partijen en de fundamentele beginselen van procesrecht, zoals onder meer voorgeschreven in art. 1039 lid 1 Rv., tenzij beide partijen vooraf op niet voor misverstand vatbare wijze te kennen hebben gegeven
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Art. 87 Rv. Art. 6 EVRM. Hoger beroep bij civiele rechter na afwijzing vordering benadeelde…
Hoge Raad|18 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:1153
volwaardige mondelinge behandeling in de zin van art. 131 Rv of art. 88 lid 1 Rv en/of art. 89 lid 1 Rv en dat daar nog bij komt dat die vordering geen … toonbank in hoger beroep voor het eerst is opgeworpen. 3.3.2 Art. 87 lid 1 Rv bepaalt dat de rechter, op verzoek van partijen of van een van hen dan wel ambtshalve
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Beoordeling verstek. Vermelding in cassatiedagvaarding van niet toepasselijke sanctie in geval van…
Hoge Raad|5 oktober 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX9301
niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht. Die gevolgen zijn vervat in art. 411 lid 1 Rv dat bepaalt dat in dat geval het recht van de verweerder vervalt om in cassatie … komen vervalt." 2.3 De dagvaarding vermeldt aldus niet alleen het in art. 411 lid 1 Rv genoemde gevolg, maar ook dat in geval van niet tijdige betaling van het griffierecht de rechter
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Beoordeling verstek. Vermelding in cassatiedagvaarding van niet toepasselijke sanctie in geval van…
Hoge Raad|5 oktober 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX9298
niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht. Die gevolgen zijn vervat in art. 411 lid 1 Rv dat bepaalt dat in dat geval het recht van de verweerder vervalt om in cassatie … komen vervalt." 2.3 De dagvaarding vermeldt aldus niet alleen het in art. 411 lid 1 Rv genoemde gevolg, maar ook dat in geval van niet tijdige betaling van het griffierecht de rechter
- Civiel recht overigCassatieDocumentair krediet. Toepasselijk recht. Procesrecht. Oordeel dat geopende documentaire accreditieven…
Hoge Raad|6 april 2012|ECLI:NL:HR:2012:BV1523
wordt terecht betoogd dat het hof de art. 24 en 149 lid 1 Rv. heeft geschonden. Rasheed Bank heeft in haar memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel uitdrukkelijk aangevoerd dat Irving … verlaging afleidt", heeft het hof in strijd met de art. 24 en 149 lid 1 Rv. gehandeld. Genoemde stellingen van Rasheed Bank vormen immers niet slechts een betwisting van de door Solvochem
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Bewijsaanbod in hoger beroep ten onrechte afgewezen; art. 166 Rv (HR 9 juli 2004…
Hoge Raad|9 oktober 2015|ECLI:NL:HR:2015:3009Aangehaald in 58 uitspraken
althans onbegrijpelijk is. Het bewijsaanbod van [eiser] voldoet aan de eis van art. 166 lid 1 Rv dat het ter zake dienend is. Het hof heeft in rov. 7 ten onrechte … ingevolge het bepaalde in art. 166 lid 1 in verbinding met art. 353 lid 1 Rv, een partij in hoger beroep tot getuigenbewijs moet worden toegelaten indien zij voldoende specifiek bewijs aanbiedt
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn consumentenrechten. Moet de rechter bij een op afstand of buiten…
Hoge Raad|12 november 2021|ECLI:NL:HR:2021:1677Aangehaald in 770 uitspraken
gesteld. Arvato en [verweerster 1] hebben geen schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft J. den Hoed, advocaat … Hoge Raad gesteld. Intrum heeft schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft M.A.J.G. Janssen, advocaat bij de Hoge
- Civiel recht overigCassatieVerbintenissenrecht, beslag. Lossingsrecht ex art. 3:269 BW is niet van overeenkomstige toepassing in geval…
Hoge Raad|19 februari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK5999
argument worden ontleend tegen deze overeenkomstige toepassing. In deze regeling is, in art. 526 lid 1 Rv., wat betreft afdeling 3.9.4 BW (recht van hypotheek) uitsluitend art. 3:273 BW (zuivering … verkoop van een onroerende zaak waarop meer beslagen zijn gelegd, vindt ingevolge art. 513 lid 1 Rv. de executie plaats op de vervolging van degene die het eerst overeenkomstig
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv)…
Hoge Raad|3 juni 2016|ECLI:NL:HR:2016:1087Aangehaald in 125 uitspraken
bodemprocedure, maar daarvan toch in diverse opzichten afwijken. 3.3.3 De bepaling van art. 125 lid 1 Rv, dat het geding aanhangig is vanaf de dagvaarding, leent zich niet voor toepassing … uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard. In dit verband is de in art. 332 lid 1 Rv vermelde appelgrens van € 1.750,-- (overeenkomstig) van toepassing omdat het antwoord op de vraag in welke
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht; art. 337 lid 2 Rv. Incidentele vordering op de voet van art. 843a Rv.; uitsluiting tussentijds…
Hoge Raad|13 juli 2012|ECLI:NL:HR:2012:BW3264Aangehaald in 54 uitspraken
incidentele vordering is toegewezen, noch een provisioneel vonnis is als bedoeld in art. 337 lid 1 Rv., noch een eindvonnis. Dat standpunt is juist. Art. 843a Rv. biedt weliswaar in het algemeen … betrekking heeft op het verkrijgen van een voorlopige voorziening als bedoeld in art. 337 lid 1 Rv. Heeft de rechter op een zodanige vordering beslist in een afzonderlijk vonnis, dan moet
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke…
Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:HR:2015:1868Aangehaald in 74 uitspraken
kosten redelijk zijn? [appellante] heeft schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, zijn schriftelijke opmerkingen op de voet … Rv bevat regels betreffende de proceskosten als hiervoor in 3.5.2 bedoeld. Art. 242 lid 1 Rv bepaalt onder meer dat de rechter bedragen die geacht kunnen worden te zijn bedongen ter vergoeding
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Na tijdig aanbrengen zaak vóór aangezegde eerste rechtsdag in hoger beroep wordt H-formulier…
Hoge Raad|21 februari 2025|ECLI:NL:HR:2025:318
betekend. Vanaf die dag was het geding aanhangig (artikel 125 lid 1 en 353 lid 1 Rv). Op grond van het tweede lid van artikel 125 Rv moest de appeldagvaarding uiterlijk … Rv. Deze klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 3.2 Art. 125 lid 1 Rv bepaalt dat het geding aanhangig is vanaf de dag van dagvaarding. Ingevolge art. 125 lid 2 Rv wordt
- InsolventierechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Wsnp. Wat dient te worden verstaan onder 'eerste…
Hoge Raad|20 december 2024|ECLI:NL:HR:2024:1913Aangehaald in 211 uitspraken
Hoge Raad gesteld. De schuldenaren hebben schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. De bewindvoerder heeft geen schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.