748 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Betekening verstekvonnis. Art. 143 lid 2 Rv en art. 46 e.v. Rv. Betekening aan de Ontvanger ‘in…
Hoge Raad|12 augustus 2016|ECLI:NL:HR:2016:1927Aangehaald in 8 uitspraken
afschrift aan een huisgenoot of andere persoon die zich ter plaatse bevindt (art. 46 lid 1 Rv) of achterlating van een afschrift aan de woonplaats dan wel toezending per post … 1 Rv). 3.4.3 De ontvanger voert rechtsgedingen voortvloeiende uit de uitoefening van zijn taak in zijn eigen hoedanigheid (zie art. 3 lid 2 Iw 1990). Alleen hij is dus bevoegd
- Burgerlijk procesrechtCassatieArbeidsrecht. Procesrecht. Bewijsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Klokkenluidersrichtlijn. Art. 17eb…
Hoge Raad|7 februari 2025|ECLI:NL:HR:2025:190Aangehaald in 13 uitspraken
Hoge Raad (art. 407 lid 3 Rv en art. 409 Rv respectievelijk art. 426a lid 1 Rv, art. 426b Rv en art. 427a lid 1 Rv). De wet bevat op deze verplichte
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Betekening verstekvonnis. Art. 143 lid 2 Rv en art. 46 e.v. Rv. Betekening aan de Ontvanger ‘in…
Hoge Raad|12 augustus 2016|ECLI:NL:HR:2016:1928Aangehaald in 7 uitspraken
afschrift aan een huisgenoot of andere persoon die zich ter plaatse bevindt (art. 46 lid 1 Rv) of achterlating van een afschrift aan de woonplaats dan wel toezending per post … 1 Rv). 3.4.3 De ontvanger voert rechtsgedingen voortvloeiende uit de uitoefening van zijn taak in zijn eigen hoedanigheid (zie art. 3 lid 2 Iw 1990). Alleen hij is dus bevoegd
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Voorlopig getuigenverhoor. Getuigen beroepen zich voorafgaand aan verhoor op verschoningsrecht…
Hoge Raad|3 oktober 2025|ECLI:NL:HR:2025:1462Aangehaald in 5 uitspraken
recht van toepassing zoals dat gold vóór 1 januari 2025. 3.2 Art. 165 lid 1 Rv bepaalt dat een ieder, daartoe op wettige wijze opgeroepen, verplicht is getuigenis af te leggen. Deze … relatie van de getuige tot een partij of belanghebbende in de zaak (art. 177 lid 1 Rv). Uit het antwoord van de getuige kan blijken dat de getuige behoort tot de kring
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6342
deel uit. De vrouw heeft primair verzocht de man op grond van art. 824 lid 1 Rv. niet-ontvankelijk te verklaren in het beroep, subsidiair het beroep te verwerpen. De man heeft … maand zal verstrekken. Tegen een zodanige beschikking staat ingevolge art. 824 lid 1 Rv. geen hogere voorziening open, behoudens cassatie in het belang der wet. Ook indien zou moeten worden aangenomen
- Civiel recht overigCassatie4 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/003HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO5667
procedure een dagvaardings-procedure is, had het cassatieberoep ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv. bij dagvaarding moeten worden ingesteld. De onder 1 vermelde brief van 14 oktober … uitspraak is gegeven op rekest, had het verzoekschrift ingevolge het bepaalde in art. 426a lid 1 Rv. getekend moeten worden door een advocaat bij de Hoge Raad. De voormelde brief
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Herroeping arbitrale vonnissen (art. 1068 Rv). Begin termijn art. 1068 lid 2 Rv indien beroep…
Hoge Raad|28 mei 2021|ECLI:NL:HR:2021:784
Rv. Deze klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 3.2 Art. 1068 lid 1 Rv houdt in dat herroeping van een arbitraal vonnis slechts kan plaatsvinden op een of meer van de navolgende … vermeld, heeft het ziekenhuis met een beroep op elk van de in art. 1068 lid 1 Rv genoemde herroepingsgronden vernietiging van de arbitrale vonnissen gevorderd. Bij een dergelijke vordering kan de driemaandentermijn
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening…
Hoge Raad|10 juli 2020|ECLI:NL:HR:2020:1276Aangehaald in 20 uitspraken
Hoge Raad gesteld. Beide partijen hebben schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, hebben F.E. Vermeulen, advocaat
- BelastingrechtCassatieArt. 8:63 Awb. Art. 179 Rv. Getuige horen buiten aanwezigheid van belanghebbende.
Hoge Raad|2 oktober 2009|ECLI:NL:HR:2009:BJ9112
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van overeenkomstige toepassing. In artikel 179, lid 1, Rv is bepaald dat de rechter ieder van de getuigen hoort buiten tegenwoordigheid van de mede ter terechtzitting … waarheidsvinding wordt belast door het risico dat verklaringen als bedoeld in artikel 179, lid 1, Rv op elkaar worden afgestemd, kan een getuige door de rechter buiten aanwezigheid van de belanghebbende worden
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Onteigening SNS-aandeelhouders. Verzoek van Stichting Beheer SNS Reaal tot voorlopig…
Hoge Raad|17 november 2017|ECLI:NL:HR:2017:2904Aangehaald in 6 uitspraken
voorlopig getuigenverhoor te bevelen, geldt ingevolge art. 186 Rv in verbinding met art. 166 lid 1 Rv als hoofdregel dat de rechter een getuigenverhoor beveelt zo vaak een der partijen dit verzoekt … overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet (art. 284 lid 1 Rv). Tot die bepalingen behoren ook de art. 163 e.v. Rv over het getuigenverhoor
- Civiel recht overigCassatieMerkenrecht. Uitputting van merkrechten; art. 13 lid 1 GMVo en art. 2.23 lid 3 BVIE; HvJEU 30 november 2004…
Hoge Raad|23 april 2021|ECLI:NL:HR:2021:641Aangehaald in 15 uitspraken
hetgeen op grond van de ‘in beginsel strakke twee-conclusie-regel’ van art. 347 lid 1 Rv niet is toegelaten. (rov. 5.23) Dit betoog faalt. De ‘in beginsel strakke twee-conclusie-regel … 1 Rv houdt voor een appellant in dat na de memorie van grieven in beginsel geen nieuwe feiten of nieuwe stellingen kunnen worden aangevoerd. De regel kent een aantal uitzonderingen, waaronder
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|25 mei 1990|ECLI:NL:HR:1990:AD6609
deze overweging in strijd is met het recht, ‘’met name met art. 611a lid 1 Rv.’’, aangezien het de rechter niet — ‘’ook niet in kort geding’’ — vrijstaat een dwangsom op te leggen … conclusie dat art. 1 lid 1 van de Eenvormige wet en mitsdien art. 611 lid 1 Rv. aldus moeten worden verstaan dat ook de rechter in kort geding een dwangsom slechts
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|10 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF0225
gevoerde procedure een dagvaardingsprocedure is, had het cassatieberoep ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv. bij dagvaarding moeten worden ingesteld. Indien aangenomen moet worden dat de bestreden beslissing … kantonrechter is gegeven op rekest, had het verzoekschrift ingevolge het bepaalde in art. 426a lid 1 Rv. getekend moeten worden door een advocaat bij de Hoge Raad. Voormelde brief van 28 augustus
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Beschermingsbewind en mentorschap. Hybride zitting. Deelname door deel belanghebbenden…
Hoge Raad|13 juni 2025|ECLI:NL:HR:2025:902Aangehaald in 7 uitspraken
zogenoemde ‘hybride zitting’), indien een andere partij daartegen bezwaar maakt. 3.2.2 Ingevolge art. 279 lid 1 Rv bepaalt de rechter, behoudens in uitzonderingsgevallen die hier niet aan de orde zijn, een mondelinge … Rv. Art. 809 lid 2, in verbinding met lid 1, Rv houdt in dat de rechter de persoon ten aanzien van wie om de instelling van curatele, bewind of mentorschap wordt verzocht
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Art. 32 Rv. Verzuim rechter om te beslissen over onderdeel van het gevorderde of verzochte…
Hoge Raad|10 mei 2019|ECLI:NL:HR:2019:699
vullen op de voet van art. 32 Rv. 3.3.2 Art. 32 lid 1 Rv houdt in dat de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn vonnis, arrest of beschikking … partij immers vrij van die vordering of dat verzoek af te zien. Art. 32 lid 1 Rv is niet geschreven voor de wederpartij. Het verzoek om aanvulling op de voet
- Civiel recht overigCassatiePrejudiciële vraag (art. 392 Rv). EU-Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG. Exhibitie. Art. 1019a, 1019b en 843a…
Hoge Raad|18 november 2016|ECLI:NL:HR:2016:2643Aangehaald in 7 uitspraken
welke zin.” De advocaten van partijen hebben schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend, voor Synthon mede door mr. M.G.R. van Gardingen en mr. H.J. Pot. De advocaat … Handhavingsrichtlijn is door de Nederlandse wetgever mede invulling gegeven door het (in art. 843a lid 1 Rv) stellen van de eis dat de rechthebbende een rechtmatig belang bij de exhibitie heeft. Weliswaar
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 april 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1205
beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat, zoals blijkt uit art. 224 lid 1 Rv., het schriftelijk bericht van de deskundige met redenen moet zijn omkleed. Dit heeft het Hof echter … ervaring van de deskundige. Aldus heeft het Hof het bepaalde in art. 224 lid 1 Rv. niet miskend; voor een deskundigenbericht kunnen eigen wetenschap en ervaring van de deskundige in belangrijke mate
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Griffierecht in hoger beroep, na anticipatie door geïntimeerde, door appellant te laat betaald…
Hoge Raad|2 december 2016|ECLI:NL:HR:2016:2760
verleend. De zaak is overeenkomstig art. 123 lid 1 in verbinding met art. 353 lid 1 Rv verwezen naar de roldatum van 25 november 2014 voor “Procesvertegenwoordiger stellen appellant + afwachten betaling griffierecht … ontslagen van de instantie (art. 127a lid 2 Rv in verbinding met art. 353 lid 1 Rv). 4.2.1 Het middel keert zich tegen de laatstgenoemde beslissingen, alsmede tegen een viertal daaraan voorafgegane
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Beslag- en executierecht. Overgang door fusie (art. 2:309 BW) van…
Hoge Raad|30 oktober 2015|ECLI:NL:HR:2015:3197Aangehaald in 5 uitspraken
welke wijze? Namens Achmea zijn schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend door haar advocaat alsmede mr. F. van Buchem. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn … volgende van belang. 3.4.2 Een executoriale titel als bedoeld in art. 430 lid 1 Rv kan in Nederland worden ten uitvoer gelegd na betekening ervan aan de partij tegen wie de executie
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Begrotingsprocedure tussen advocaat en cliënt ingevolge art. 38 lid 4 Wet…
Hoge Raad|8 juli 2016|ECLI:NL:HR:2016:1514
Raad leest:] vatbare beschikking. Partijen hebben geen schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. De Advocaat-Generaal L.A.D. Keus concludeert dat art. 38 lid 4 Wrb aldus moet … voorgaande betekent dat de vaststelling geschiedt bij beschikking. Op grond van art. 430 lid 1 Rv is de grosse van die beschikking vatbaar voor tenuitvoerlegging. De omstandigheid dat de hiervoor
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.