28 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieAanwezig hebben van 12 kilo cocaïne in sporttas, die verdachte op verzoek van zijn buurman heeft meegenomen…
Hoge Raad|24 november 1998|ECLI:NL:HR:1998:ZD1317Aangehaald in 5 uitspraken
Aanwezig hebben van 12 kilo cocaïne in sporttas, die verdachte op verzoek van zijn buurman heeft meegenomen uit Suriname, op Schiphol (art. 2.1.C Opiumwet). Bewijsklacht, tegenstrijdigheid tussen nadere bewijsoverweging en overweging t.a.v. verweer. Feit is ex art. 2.1.C jo. 10.1 en 13.1 Opiumwet strafbaar als…
- Strafrecht overigCassatieVervolg op ECLI:NL:HR:2011:BQ0048. Bewijsklacht wetenschap bestemming, art. 10a Opiumwet. ’s Hofs oordeel dat…
Hoge Raad|23 september 2014|ECLI:NL:HR:2014:2757Aangehaald in 14 uitspraken
Vervolg op ECLI:NL:HR:2011:BQ0048. Bewijsklacht wetenschap bestemming, art. 10a Opiumwet. ’s Hofs oordeel dat vd, die al voor zijn aanhouding op het vliegveld had begrepen dat hij “een fout” had gemaakt, wist dat de poedermengsels van paracetamol en cafeïne resp. fenacetine, bestemd waren om een feit bedoeld in art.…
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|25 september 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX4994
Opiumwet gegeven verbod, en 2. een feit, bedoeld in het vierde lid van art. 10 Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan
- Strafrecht overigCassatieUitlevering door Nederland aan Rusland. HR: art. 81 RO.
Hoge Raad|22 februari 2011|ECLI:NL:HR:2011:BP2747
bestreden uitspraak, welk feit naar Nederlands recht strafbaar is gesteld bij de art. 2 en 10 Opiumwet. 1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. 2. Geding in cassatie Het beroep
- Strafrecht overigCassatieUitlevering aan Kroatië. Feit naar NL recht strafbaar gesteld in art. 10a Opw.
Hoge Raad|11 mei 2010|ECLI:NL:HR:2010:BL8803
artikel 10a Opiumwet gekwalificeerd worden als 'een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 Opiumwet voorbereiden, door zich middelen te verschaffen tot het plegen van dat feit'. Artikel 10
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|17 december 1996|ECLI:NL:HR:1996:ZD0602
jaar. 4.2.2. Bij art. 140 Sr en art. 2 in samenhang met art. 10 Opiumwet zijn de overeenkomstige feiten naar Nederlands recht strafbaar gesteld en is daarvoor gevangenisstraf bedreigd met een maximum
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|24 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7786
betreft de aan het bewezenverklaarde gegeven kwalificatie, de vermelding van de art. 2 en 10 Opiumwet als toepasselijke wettelijke voorschriften en de strafoplegging; Kwalificeert het bewezenverklaarde als: “Opzettelijk handelen in strijd
- Strafrecht overigCassatie1. Vordering ex art. 314a Sv te laat; verdachte in casu niet in zijn verdediging geschaad. 2. Art. 46b Sr is…
Hoge Raad|29 april 1997|ECLI:NL:HR:1997:ZD0146
1. Vordering ex art. 314a Sv te laat; verdachte in casu niet in zijn verdediging geschaad. 2. Art. 46b Sr is niet van toepassing op voorbereidingsdelicten cfm. art 10a Opiumwet.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.