119 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieVennootschapsbelasting en belastingrente; art. 30hb AWR; art. 1, aanhef en letters a en b, van het Besluit…
Hoge Raad|16 januari 2026|ECLI:NL:HR:2026:59Aangehaald in 59 uitspraken
bepaling geregelde rentepercentage is in beginsel gelijk aan de in artikel 6:119 BW bedoelde wettelijke rente voor verbintenissen tot betaling van een geldsom in gevallen waarin geen sprake … recente basisherfinancieringstransactie, vermeerderd met 3 procentpunt. 4.11.5 In het geval de in artikel 6:119 BW bedoelde wettelijke rente lager is dan (in de onderhavige jaren) 4 procent, wordt de in artikel
- Civiel recht overigCassatie14 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/167HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1…
Hoge Raad|14 januari 2005|ECLI:NL:HR:2005:AR0220Aangehaald in 47 uitspraken
deze stelling dient, wat de wettelijke rente aangaat, het volgende vooropgesteld te worden. Art. 6:119 BW strekt, evenals art. 1286 (oud) BW, ertoe de schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening … tekst noch uit de geschiedenis van de totstandkoming van de art. 6:109 en 6:119 BW", aldus immers de Hoge Raad in zijn beschikking van 2 maart 2001, nr. R00/080
- Civiel recht overigCassatieBegroting van schade. Onbegrijpelijke uitleg vordering? Vaststelling hypothetisch scenario.
Hoge Raad|27 september 2024|ECLI:NL:HR:2024:1314Aangehaald in 6 uitspraken
bedrag van € 2.108.886,83, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 30 juni 2002; - veroordeelt Wolsden c.s. hoofdelijk tot betaling van een bedrag … vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 30 juni 2002; - verwerpt het beroep voor het overige; - compenseert de kosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenlease. Verbintenissenrecht. Ingangsdatum wettelijke rente over de…
Hoge Raad|1 mei 2015|ECLI:NL:HR:2015:1198Aangehaald in 1.020 uitspraken
wordt vanaf het moment waarop een schadepost ontstaat (vgl. de MvA II bij art. 6:119 BW, Parl. Gesch. Boek 6, p. 475). Daaraan doet niet af dat de effectenleaseovereenkomsten
- BelastingrechtCassatieProcesrecht; art. 8:73 en 8:74 Awb; art. 47 Handvest; verzoek om vergoeding van immateriële schade bij…
Hoge Raad|19 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:623Aangehaald in 504 uitspraken
betoog ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieKB-Lux. Art. 8:73 Awb. Wettelijke rente bij veroordeling tot vergoeding van immateriële schade wegens…
Hoge Raad|26 februari 2016|ECLI:NL:HR:2016:315Aangehaald in 71 uitspraken
geoordeeld dat belanghebbende op grond van artikel 8:73 Awb in verbinding met artikel 6:119 BW rente kan vorderen vanaf het moment dat de redelijke termijn is overschreden. 3.3. Het tegen
- BelastingrechtCassatieRedelijke termijn; vergoeding immateriële schade; vanwege samenhang gezamenlijk behandelde zaken; toepassing…
Hoge Raad|31 januari 2020|ECLI:NL:HR:2020:154Aangehaald in 198 uitspraken
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- Civiel recht overigCassatieOvereenkomstenrecht. Uitleg parkeerovereenkomst. Onverschuldigde betaling facturen. Over terugbetaling…
Hoge Raad|30 oktober 2020|ECLI:NL:HR:2020:1710Aangehaald in 74 uitspraken
mindere, te weten de wettelijke rente. Deze komt op de voet van art. 6:119 BW voor vergoeding in aanmerking. 6 Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: vernietigt het arrest
- Civiel recht overigCassatieConsumentenrecht. Richtlijn 93/13 EEG (oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten). Contractuele rente…
Hoge Raad|13 september 2013|ECLI:NL:HR:2013:691Aangehaald in 298 uitspraken
bedongen rente, van 2% per maand, die ruim boven de wettelijke rente van art. 6:119 BW ligt en boven de wettelijke handelsrente van art. 6:119a BW. Hoewel [eiser] de gevorderde
- BelastingrechtCassatieBPM; art. 10, leden 1, 2 en 7, Wet BPM (tekst 2013); art. 8, lid 4, letter a, Uitv.reg. BPM; art. 110 VWEU…
Hoge Raad|21 februari 2020|ECLI:NL:HR:2020:323Aangehaald in 101 uitspraken
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- Civiel recht overigCassatieInternationaal privaatrecht. Vordering tot betaling uit hoofde van een overeenkomst van borgtocht…
Hoge Raad|26 september 2014|ECLI:NL:HR:2014:2838Aangehaald in 173 uitspraken
ander te vermeerderen met de Nederlandse wettelijke rente bedoeld in art. 6:119 BW, te berekenen vanaf 10 april 2006, althans vanaf een door de rechtbank te bepalen datum, telkens met veroordeling
- BelastingrechtCassatieArtikel 30fb AWR. Berekening van belastingrente over een periode waarin de Belastingdienst vanwege de…
Hoge Raad|18 november 2022|ECLI:NL:HR:2022:1673Aangehaald in 65 uitspraken
compenseren. De verzuimrenteregeling in de Awb is gebaseerd op en verwijst naar artikel 6:119 BW. Daarin is bepaald dat het niet-voldoen van een vordering in geld leidt tot renteschade
- Civiel recht overigCassatieBoetebeding. Verschuldigdheid contractuele boete bij blijvende onmogelijkheid tot nakoming van primaire…
Hoge Raad|5 september 2008|ECLI:NL:HR:2008:BD3127Aangehaald in 47 uitspraken
rente verschuldigd wordt over een ingevolge een boetebeding verbeurde geldsom. Daarvoor is ingevolge art. 6:119 BW vereist dat de schuldenaar met de voldoening van de boete in verzuim
- Civiel recht overigCassatieGeschil tussen een uienteler en een dijkbeheerder - die op een nabij het teeltperceel gelegen dijk uien had…
Hoge Raad|7 april 2006|ECLI:NL:HR:2006:AU6934Aangehaald in 42 uitspraken
jaar te vermeerderen met de over dat jaar verschuldigde rente conform art. 6:119 BW, met veroordeling van Bildtpollen in de kosten van de procedure. Bildtpollen heeft de vordering bestreden. De rechtbank
- BelastingrechtCassatieSchadevergoeding; immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van redelijke termijn bij het…
Hoge Raad|4 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1516Aangehaald in 30 uitspraken
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieArt. 229, lid 1, letter c, Gemeentewet. Gelijkheidsbeginsel. Verordening op de vermakelijkheidsretributie te…
Hoge Raad|13 juli 2012|ECLI:NL:HR:2012:BV0264Aangehaald in 48 uitspraken
vorm van rentenadeel is geleden waarop de regeling van de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) van toepassing is. 7. Slotsom Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.4 is overwogen kan 's Hofs
- BelastingrechtCassatieHR verklaart beroep in cassatie gegrond. Zie ook de ECLI:NL:HR:2018:2358 en ECLI:NL:HR:2019:623.
Hoge Raad|28 februari 2020|ECLI:NL:HR:2020:334Aangehaald in 7 uitspraken
heeft gegeven op het verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in beroep betaalde griffierecht. Belanghebbende heeft in haar
- Civiel recht overigCassatieKoopovereenkomst; rechtsgevolgen vernietiging. Vervolg op HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3765, NJ…
Hoge Raad|2 juni 2017|ECLI:NL:HR:2017:1012Aangehaald in 49 uitspraken
januari 2008 opeisbaar was (rov. 9.5.9, slot, van het bestreden arrest). Ingevolge art. 6:119 BW wordt wettelijke rente dan verschuldigd op het tijdstip van het intreden van het verzuim
- Civiel recht overigCassatie7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/039HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1]…
Hoge Raad|7 mei 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO2786Aangehaald in 45 uitspraken
eveneens aan het wettelijk systeem ten grondslag ligt (vgl. de MvA II bij art. 6:119 BW, Parl. Gesch. Boek 6, blz. 475), dient de omvang van de schade die naar objectieve
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Antwoorden op vragen tijdens het pleidooi in hoger beroep. Miskenning tweeconclusieregel of…
Hoge Raad|17 februari 2017|ECLI:NL:HR:2017:281Aangehaald in 28 uitspraken
volgende ten grondslag gelegd. De aard van de regeling van art. 6:119 BW verzet zich tegen een ruime uitleg of analoge toepassing van dat artikel op deze situatie, waarin Amaggi
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.