1.313 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieBelasting van personenauto's en motorrijwielen. Formeel recht. Artt. 47 en 52 van het Handvest van de…
Hoge Raad|18 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1415
Artt. 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; art. 6 EVRM. Vergoeding van immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redeljke termijn; in aanmerking
- Strafrecht overigCassatieVerduistering van geldbedrag (in totaal € 82.094,27), meermalen gepleegd, art. 321 Sr. 1. Post-Keskin…
Hoge Raad|24 september 2024|ECLI:NL:HR:2024:1288
ondervragingsrecht, is kennelijk oordeel hof dat procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2: Oordeel
- BelastingrechtCassatieBelasting van personenauto's en motorrijwielen . Formeel recht. Artt. artikel 47 en 52 van het Handvest van…
Hoge Raad|18 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1492
artikel 47 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; art. 6 EVRM. Vergoeding van immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redeljke termijn; in aanmerking
- Strafrecht overigCassatieMensenhandel (meermalen gepleegd), art. 273f.1.1, 273f.1.4, 273f.1.6 en 273f.1.9 Sr. 1. Grondslagverlating…
Hoge Raad|14 oktober 2025|ECLI:NL:HR:2025:1513
heeft kunnen horen en er geen compensatie is voor ontbreken van mogelijkheid tot ondervraging? Art. 6 EVRM. 3. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefsters voldoende steun in ander
- Strafrecht overigCassatieCaribische zaak. Medeplegen invoer en vervoer van cocaïne (art. 3.1 Opiumlandsverordening 1960), (medeplegen)…
Hoge Raad|22 oktober 2024|ECLI:NL:HR:2024:1492
zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. Dat wat raadsman aan verweer ten grondslag heeft gelegd, kan niet zonder meer tot oordeel
- Strafrecht overigCassatieVervolgingsuitlevering aan Moldavië. Onder verwijzing naar HR NJ 2004, 42 (betreffende het vertrouwen tussen…
Hoge Raad|15 februari 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS6026
opgeëiste persoon zich na uitlevering niet zal kunnen beroepen op schending van art. 6 EVRM dan wel dat zulks na een geslaagd beroep niet voldoende kan worden gecompenseerd. 15 februari 2005 Strafkamer
- Strafrecht overigCassatieArt. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vals identiteitsbewijs, art. 231.2 Sr…
Hoge Raad|1 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1391
kennis te krijgen van die tz. Ook uit rechtspraak van EHRM volgt niet dat art. 6 EVRM een specifieke manier voorschrijft waarop verdachte in kennis wordt gesteld van tz. Die rechtspraak houdt … Europees hof voor de rechten van de mens (hierna: EHRM) volgt niet dat artikel 6 EVRM een specifieke manier voorschrijft waarop een verdachte in kennis wordt gesteld van de terechtzitting (vgl. EHRM
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|26 september 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7235
moet worden verklaard omdat deze een ernstig risico oplevert voor een flagrante schending van art. 6 EVRM in de na een plaatsgevonden hebbende uitlevering in Schotland te voeren procedure. 3.2. Blijkens … Genoemd beginsel, waarvan de Rechtbank terecht is uitgegaan, kan uitzondering lijden voor wat betreft art. 6 EVRM, indien blijkt dat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zou worden blootgesteld aan zodanig risico
- Strafrecht overigCassatieVervolgingsuitlevering aan Moldavië. 1. Of de uitlevering moet worden geweigerd wegens een gegrond vermoeden…
Hoge Raad|25 mei 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO8387
sprake zou zijn van een risico van een flagrante inbreuk op enig recht conform artikel 6 EVRM. Van een zodanig risico is niet gebleken, terwijl ook door de raadsvrouw geen omstandigheden zijn … vertrouwen dat de verzoekende Staat de bepalingen van dit verdrag zal eerbiedigen. Wat betreft art. 6 EVRM kan dit beginsel evenwel uitzondering lijden indien blijkt dat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering
- Strafrecht overigCassatie11 maart 2003 Strafkamer nr. 02416/02 U SG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie…
Hoge Raad|11 maart 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF3312Aangehaald in 27 uitspraken
heeft ter motivering van de ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering het volgende overwogen: "1. Art. 6 EVRM - inzake de behandeling van een strafzaak binnen een redelijke termijn - beoogt te voorkomen … redelijke termijn heeft plaatsgevonden dat deze schending van het hierboven bedoelde bepaalde in art. 6 EVRM oplevert welke, gelet op het voorgaande, zodanig is dat deze niet kan worden gecompenseerd door strafvermindering
- Strafrecht overigCassatie9 september 2003 Strafkamer nr. 02161/02 P SCR/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie…
Hoge Raad|9 september 2003|ECLI:NL:HR:2003:AG2077Aangehaald in 5 uitspraken
berechting van zijn zaak binnen een redelijke termijn, zoals dat is neergelegd in art 6 EVRM en art. 14 IVBPR heeft ook te gelden in procedures als de onderhavige. Met name vanwege … zijn) dient zeer belastend te worden geacht. De 'criminal charge' in de zin van art. 6 EVRM, het moment waarop cliënt [betrokkene] besefte dat vanwege Justitie ter zake van wederrechtelijk verkregen voordeel
- Strafrecht overigCassatieBedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr) en opruiing (art. 131.1 Sr). Bevel voorzitter hof tot…
Hoge Raad|10 december 2024|ECLI:NL:HR:2024:1783
verwijdering van verdachte bij ordeverstoring, is in beginsel niet onverenigbaar met het in art. 6 EVRM gegarandeerde recht van verdachte op eerlijk proces. Wel kan daaruit voortvloeiend recht van verdachte om aanwezig
- Strafrecht overigCassatieOverdragen van vuurwapen (art. 31.1 WWM) en voorhanden hebben van vuurwapen (art. 26.1 WWM). Vrijspraak in…
Hoge Raad|11 februari 2025|ECLI:NL:HR:2025:226
verdachte al tevoren was gericht. Dit voorschrift strekt mede tot bescherming van het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces. HR herhaalt relevante overwegingen uit EHRM nr. 74420/01 (Ramanauskas tegen
- Strafrecht overigCassatie1. Aanwezigheidsrecht. 2. Redelijke termijn, ontvankelijkheid. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN…
Hoge Raad|3 juni 2008|ECLI:NL:HR:2008:BC8669
moet worden geoordeeld dat in die fase van het geding de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM is geschonden. Ook indien het totale procesverloop in aanmerking wordt genomen, brengt dit nog niet
- BelastingrechtCassatieNr. 37.465 27 februari 2004 AB gewezen op het beroep in cassatie van X, wonende te Z, tegen de uitspraak van…
Hoge Raad|27 februari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AF5556Aangehaald in 26 uitspraken
deze zaak sprake is van een strafvervolging in de zin van artikel 6 EVRM, berust het op een onjuiste lezing van de uitspraak. Dat het Hof het verweer van belanghebbende … orde bij "the determination of a criminal charge" in de zin van artikel 6 EVRM tegen de betrokkene. Indien belanghebbende de gevraagde informatie had verstrekt, zou die vraag in de aanhangige strafzaak
- Civiel recht overigCassatieBevoegdheidsverdeling burgerlijke rechter en strafrechter. Strafrechtelijke vervolging tegen agenten wegens…
Hoge Raad|28 september 2018|ECLI:NL:HR:2018:1806Aangehaald in 38 uitspraken
anoniem te laten zijn. Bovendien achten zij deze gang van zaken in strijd met art. 6 EVRM, art. 121 Grondwet en art. 4 RO. Volgens de nabestaanden wordt het slachtofferrecht illusoir indien … EVRM voortvloeiende verplichtingen tot het verzekeren van de in art. 6 EVRM neergelegde rechten en tot het voorzien in een ‘effective remedy’ in geval van schending van die rechten, moet de burgerlijke
- Strafrecht overigCassatie1. Aanvang redelijke termijn ex art. 6 EVRM. 's Hofs oordeel dat die termijn is aangevangen bij eerste…
Hoge Raad|7 december 2004|ECLI:NL:HR:2004:AR3709
Aanvang redelijke termijn ex art. 6 EVRM. 's Hofs oordeel dat die termijn is aangevangen bij eerste verhoor als verdachte in het Nederlandse onderzoek en niet bij eerste verhoor als getuige
- Strafrecht overigCassatiePublicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een…
Hoge Raad|20 december 2016|ECLI:NL:HR:2016:3407
zijn vormen verzuimd. In het bijzonder zijn de artikelen 359 jo 415 Sv en artikel 6 EVRM geschonden doordien ’s-Hofs overweging, inhoudende dat het hof de verklaring van requirant, gelet … zijn vormen verzuimd. In het bijzonder zijn de artikelen 359 jo 415 Sv en artikel 6 EVRM geschonden doordien het bewezenverklaarde onder 1 niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Toelichting
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|5 december 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA8823
responderen. 16. Het middel faalt derhalve. 17. Het derde middel klaagt over schending van art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR, op de grond dat reeds het tijdsverloop tussen het instellen … berechting niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. 18. Blijkens de cassatieakte is het cassatieberoep op 16 juli 1998 ingesteld. Uit een op de inventaris
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheid hennep, art. 3.C jo. 11.5 Opiumwet. Post-Keskin. Afwijzing…
Hoge Raad|28 maart 2023|ECLI:NL:HR:2023:390
verklaring wordt bevestigd door “meerdere feitelijkheden”. Afwijzing verenigbaar met recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576 (post-Keskin) m.b.t. beoordeling van verzoeken
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.