675 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtCassatieVerweerster in cassatie - verder te noemen: NTM - heeft tezamen met Ingenieursbureau [A] B.V. - verder te…
Hoge Raad|23 maart 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0700Aangehaald in 6 uitspraken
Verweerster in cassatie - verder te noemen: NTM - heeft tezamen met Ingenieursbureau [A] B.V. - verder te noemen: [A B.V.] - bij exploit van 23 december 1994 (1) eiseres tot cassatie - verder te noemen: Ofasec - alsmede (2) Mrs. F. Meeter en A.A.M. Deterink, in hun hoedanigheid van curatoren in de faillissementen van…
- Civiel recht overigCassatie9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C04/038HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. MAREB SHIPPING…
Hoge Raad|9 juli 2004|ECLI:NL:HR:2004:AP0428
inwerkingtreding van die wet, de bij die wet vastgestelde bepalingen, waaronder art. 401a lid 2 Rv, van toepassing zijn. Ingevolge art. 401a lid 2 kan, nu het hof niet anders heeft bepaald
- Personen- en familierechtCassatie27 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/068HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|27 februari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO1336
schorsing van de werking van de eerdere beschikking op grond van art. 360 lid 2 Rv. verzocht. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft
- Internationaal privaatrechtCassatieInternationaal privaatrecht. Erkenning en tenuitvoerlegging. Burgerlijk procesrecht. Verzoek om verlof tot…
Hoge Raad|22 december 2023|ECLI:NL:HR:2023:1797
beheerst door het Verdrag NL-VS Levensonderhoud. De hier toepasselijke appeltermijn van art. 989 lid 2 Rv bedraagt één maand en was reeds verstreken ten tijde van de hiervoor in 2.5 bedoelde
- Civiel recht overigCassatieBelastingrecht; Beslag; Cessie; Dagvaarding (belastingdeurwaarder); Derdenbeslag; Deurwaarder; Fiduciaire…
Hoge Raad|10 januari 1992|ECLI:NL:HR:1992:ZC0467
heeft de Ontvanger onder verwijzing naar een overgelegde overeenkomst als bedoeld in art. 398, sub 2° Rv. beroep in cassatie ingesteld bij een tweetal gelijkluidende dagvaardingen, onderscheidenlijk op 1 juni 1991 uitgebracht
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|19 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3379
bijstand. Een en ander brengt mee dat in deze procedures de in art. 429n lid 2 Rv. gegeven regeling van de appeltermijn van overeenkomstige toepassing is, zodat de appeltermijn voor [verweerder
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|9 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD5300
daarvan is afgeweken. Het onderdeel voldoet niet aan de eisen van art. 426 lid 2 Rv., nu het niet stelt dat en evenmin waar het Hof van de vaststaande feiten zou zijn
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Erfrecht. Art. 4:218 lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw; art. 358 jo. 261 Rv. Verzet van erfgenaam…
Hoge Raad|21 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2423
deze zaak moeten worden bepaald aan de hand van art. 358 leden 1 en 2 Rv in verbinding met art. 261 Rv. Daarom stond volgens de onderdelen gedurende drie maanden
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|19 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA1062
bijstand. Een en ander brengt mee dat in deze procedures de in art. 429n lid 2 Rv. gegeven regeling van de appeltermijn van overeenkomstige toepassing is, zodat de appeltermijn voor [verweerder
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|29 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE7368
hier toepasselijke art. 203 lid 2 (oud) Rv. - zie thans het gelijkluidende art. 177 lid 2 Rv. - bepaalt dat de getuigen, alvorens hun getuigenis af te leggen
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9402
artikel, stond tussentijds cassatieberoep tegen deze tussenbeschikking niet open (art. 401a lid 2 Rv. in verbinding met art. 426 lid 4 Rv.). 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk
- Personen- en familierechtCassatieGeschil na beëindiging van een affectieve relatie over de vaststelling - op de voet van art. 1:377f lid 1 BW…
Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU5233
beschikking is dus een tussenbeschikking, waartegen tussentijds beroep in cassatie niet openstond (art. 401a lid 2 Rv. in verbinding met art. 426 lid 4 Rv.). 5. Beoordeling van het middel
- Civiel recht overigCassatie6 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C03/135HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad|6 februari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AN8484
Rv. Deze klacht kan, nu zij niet voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv., niet tot cassatie leiden. 3.4 Onderdeel II komt onder meer met een rechtsklacht op tegen
- InsolventierechtCassatie20 juni 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/099HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|20 juni 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF7542
onderdeel 3.2 faalt omdat zij niet voldoet aan de daaraan ingevolge art. 426 a lid 2 Rv. te stellen eisen. 3.4.2 De tweede klacht van onderdeel 3.2 houdt in dat het oordeel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|9 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6181
heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd en rechtdoende krachtens art. 355 lid 2 Rv. voor recht verklaard dat [verweerder] c.s. ter zake van hun opzegging geen uittreedgeld aan Campina
- Civiel recht overigCassatieAansprakelijkheidsrecht. Bevrijdende verjaring, bekendheid art. 3:310 lid 1 BW, ‘civiel plafond’ staat in de…
Hoge Raad|26 januari 2007|ECLI:NL:HR:2007:AZ4566
geding in cassatie Partijen zijn op de voet van art. 398, aanhef en onder 2, Rv. overeengekomen het hoger beroep over te slaan. Tegen het vonnis van de rechtbank hebben
- Personen- en familierechtCassatie30 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/044HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|30 januari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AN8080
maand sedert deze datum. Deze klacht voldoet niet aan de daaraan ingevolge art. 426a lid 2 Rv. te stellen eisen en kan daarom niet tot cassatie leiden. 3.5 Het middel bevat voorts
- Civiel recht overigCassatie13 mei 2005 Eerste Kamer Nr. C04/061HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STICHTING…
Hoge Raad|13 mei 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS4174
aanstonds duidelijk is, voldoet het middel in zoverre niet aan de ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een middel van cassatie te stellen eisen. 4.2.5 Onderdeel 1.e heeft betrekking
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|18 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4871
onder 3.15 2) weergegeven klacht voldoet niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. 3.18 Hiervoor heb ik reeds aangegeven dat m.i. inderdaad van belang kan zijn of sprake
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|23 mei 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF4607
risico van de wedstrijden draagt. Het middel voldoet niet aan de ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een middel van cassatie te stellen eisen. Het noemt weliswaar andere mogelijke vormen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.