675 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|15 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2148
onbesproken heeft gelaten, voldoet deze klacht niet aan de daaraan ingevolge art. 407 lid 2 Rv. te stellen eis dat het middel moet aangeven welke stellingen het op het oog heeft
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4937
oordeel is [eiser] tijdig - namelijk binnen twee maanden, art. 5:130 BW jo. 426 lid 2 Rv - in beroep in cassatie gekomen. De vereniging heeft bij verweerschrift voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2434
zijn aangevoerd. Het onderdeel voldoet derhalve niet aan de eisen van van art. 407 lid 2 Rv. en kan daarom niet tot cassatie leiden. 3.7 De overige in middel II naar voren
- Civiel recht overigCassatieCollectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing…
Hoge Raad|17 juli 2026|ECLI:NL:HR:2026:1198
Collectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing ontvankelijkheidseisen in hoger beroep ex tunc of ex nunc? Representativiteitsvereiste. Mocht hof oordeel over vereisten art. 80 AVG in verbinding met art. 82 AVG uitstellen tot inhoudelijke fase? Uitzondering op…
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6232
vonnis van de Rechtbank heeft Nedship op de voet van art. 398 aanhef en sub 2° Rv. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel
- Civiel recht overigCassatie3 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/205HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Hoge Raad|3 december 2004|ECLI:NL:HR:2004:AR0275
cassatie leiden omdat zij niet voldoen aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld. 4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt het arrest
- Civiel recht overigCassatieErfpacht. Geschil tussen - de rechtsopvolgers van - medegerechtigden tot een recht van erfpacht betreffende…
Hoge Raad|22 september 2006|ECLI:NL:HR:2006:AX6732
klacht, voldoet die klacht niet aan de daaraan ingevolge art. 407 lid 2 Rv. te stellen eisen, aangezien het onderdeel geen vindplaatsen in de processtukken noemt waarin deze stelling in de feitelijke
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|30 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD2679
behoeft geen behandeling. Onderdeel 3e voldoet niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. en kan daarom niet tot cassatie leiden. 3.9 In rov. 41 van het tussenarrest heeft
- Civiel recht overigCassatieOctrooirecht. Procesrecht. Grondslag vordering. Toepasselijkheid art. 85 lid 1 Rv. Is beroep gedaan op…
Hoge Raad|10 juli 2015|ECLI:NL:HR:2015:1872
geding te brengen, en meer subsidiair een bevel op basis van art. 85 lid 2 Rv om die bescheiden ter griffie te deponeren. 3.2.4 Het hof heeft bij tussenarrest de incidentele vordering
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|10 december 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3841
10 december 1999 Eerste Kamer Nr. C98/209HR FD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr W. Heemskerk, t e g e n 1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr J.L.W.…
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie. Beklag, (door RC afgewezen vordering tot machtiging van OvJ tot leggen van) beslag ex art. 94a…
Hoge Raad|15 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1591
beslagexploit uit hoofde van art. 715 j° de artt. 474c, lid 3, onderscheidenlijk 475, lid 2 Rv (nieuw); - de aantekening van het getal en de nummers van in beslag genomen aandelen
- OndernemingsrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Ondernemingsrecht
Hoge Raad|4 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE8320
zijn, zodat het in zoverre niet voldoet aan de op grond van art. 426a, lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel te stellen eisen en dus tevergeefs is voorgesteld. Hieruit volgt
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|8 juli 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1843
hetgeen voor het civiele recht geldt (vgl. art. 5, lid 1 aanhef en onder 2? Rv ) - ook een uitnodiging tot betaling, gericht tot de vennootschap onder firma willen aanvaarden
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|24 september 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3383
bezwaren daartegen bestaan. Het onderdeel voldoet daarmee niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. 4.16 Ten overvloede: in rov 5.6 heeft de Rechtbank de grief verworpen dat de Kantonrechter
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|23 maart 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0698
23 maart 2001 Eerste Kamer Nr. C99/051HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mrs. F. MEETER en A.A.M. DETERINK, in hun hoedanigheid van curatoren in de faillissementen van: 1. DAF N.V., 2. VAN DOORNE’S BEDRIJFSWAGENFABIEK DAF B.V., 3. DAF ONROEREND GOED MAATSCHAPPIJ B.V., 4. DAF NEDERLAND B.V., 5. DAF…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.