119 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF0136
hierover, (M) de wettelijke rente over de hier vorenstaande bedragen als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de dag dat deze bedragen betaalbaar hadden dienen te worden gesteld
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|7 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE0644
BW over voornoemde bedragen; - de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de datum van opeisbaarheid over de eerste twee genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening
- Civiel recht overigCassatieGeschil over de in een CAO opgenomen regeling tot vervroegd uittreden; uitleg; 81 RO.
Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU2861
wettelijke rente, berekend naar het percentage van de wettelijke interesten bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 5 oktober 2000 over ƒ 175.005,72 tot aan de dag der algehele voldoening. [Eiseres
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|11 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1525
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|4 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4731
vanaf 8 oktober 1993, te vermeerderen met rente op rente als vermeld in art. 6:119 BW, althans vanaf de dag van deze dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Proceskostenveroordeling. Vrijheid feitenrechter. 81 RO
Hoge Raad|4 september 2009|ECLI:NL:HR:2009:BI5905
betalen een bedrag van € 10.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 1 oktober
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting en belastingrente; art. 1, aanhef en letter a van het Besluit belasting- en…
Hoge Raad|10 april 2026|ECLI:NL:HR:2026:591Aangehaald in 6 uitspraken
percentage van de belastingrente voor deze belastingen gelijk aan de in artikel 6:119 BW bedoelde wettelijke rente voor verbintenissen tot betaling van een geldsom in gevallen waarin geen sprake
- Civiel recht overigCassatie8 juli 2005 Eerste Kamer Nr. C04/120HR JMH/AW Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT4070
vermeerderen met de over dat jaar verschuldigde rente conform het bepaalde in art. 6:119 BW, en voorts de Gemeente te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage
- Civiel recht overigCassatieGeschil over de vraag of ten overstaan van de burgerlijke rechter de rechtmatigheid van de door een…
Hoge Raad|23 december 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU4526
jaar te vermeerderen met de over dat jaar verschuldigde rente conform art. 6:119 BW, en 2. de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en in de kosten
- BelastingrechtCassatieKapitaalsbelasting. Schadevergoeding. Art. 8:73 Awb (oud). Schadevergoeding wegens kosten van rechtsbijstand…
Hoge Raad|11 april 2014|ECLI:NL:HR:2014:837
gedaan (1 oktober 2002). Het Hof heeft daartoe overwogen dat op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente is verschuldigd vanaf het moment waarop de vordering tot schadevergoeding opeisbaar is geworden
- Civiel recht overigCassatieArbeidsrecht. Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging (art. 7:681 lid 2 onder b (oud) BW)…
Hoge Raad|22 december 2017|ECLI:NL:HR:2017:3232
BW, moet worden aangesloten bij het bepaalde in art. 6:119 BW in verbinding met art. 6:83, aanhef en onder b, BW. Dat betekent dat de wettelijke rente verschuldigd wordt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|1 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE7356
schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke beëindiging van het dienstverband; b. wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf de datum van dagvaarding; c. buitengerechtelijke incassokosten ad 15%, zoals hierboven toegelicht. [Verweerster] heeft
- Civiel recht overigCassatieArbeidsrecht. Uitleg bonusregeling in arbeidsovereenkomst. Bewijslastverdeling. Betekenis van gegeven dat…
Hoge Raad|13 december 2024|ECLI:NL:HR:2024:1871
geen recht is op toekenning van wettelijke rente op de voet van art. 6:119 BW, en zich op matiging beroepen voor zover de rechtbank wel grond zou zien voor toekenning
- BelastingrechtCassatieVernietigd en door HR afgedaan (zonder toepassing art. 81 RO)
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1116
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 september 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE3377
verhoging ex art. 7:625 BW ad 50%; C. de wettelijke rente ex art. 6:119 BW; D. de buitengerechtelijke incassokosten ad 15%. DTI heeft de vordering bestreden. De Kantonrechter heeft
- BelastingrechtCassatieVernietigd en door HR afgedaan (zonder toepassing art. 81 RO)
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1115
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Hof is buiten de rechtsstrijd getreden door op basis van de stukken ambtshalve de juistheid van…
Hoge Raad|20 november 2009|ECLI:NL:HR:2009:BJ8340
eiseres] te veroordelen tot voldoening van de wettelijke vertragingsschade c.q. rente ex art. 6:119 BW over de waarde van de paardencarrousel en de jeeps op 13 juli 2001, te rekenen vanaf
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|14 februari 2020|ECLI:NL:HR:2020:253
kennelijk door belanghebbende gedaan verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW bij vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|4 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1511
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|26 oktober 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD3923
hiervoor gevorderde bedragen wegens niet tijdige betaling daarvan; 3. de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over voornoemde bedragen, te rekenen vanaf de eerste van iedere maand dat [eiseres] in gebreke
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.