119 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieBank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is…
Hoge Raad|12 juni 2015|ECLI:NL:HR:2015:1559
Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is gehandeld moet worden vernietigd. Belanghebbende mag na verwijzing opening van zaken geven. 12 juni
- BelastingrechtCassatieBank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is…
Hoge Raad|12 juni 2015|ECLI:NL:HR:2015:1562
Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is gehandeld moet worden vernietigd. Belanghebbende mag na verwijzing opening van zaken geven. 12 juni
- BelastingrechtCassatieBank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is…
Hoge Raad|12 juni 2015|ECLI:NL:HR:2015:1558
Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is gehandeld moet worden vernietigd. Belanghebbende mag na verwijzing opening van zaken geven. 12 juni
- BelastingrechtCassatieBank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is…
Hoge Raad|12 juni 2015|ECLI:NL:HR:2015:1547
Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is gehandeld moet worden vernietigd. Belanghebbende mag na verwijzing opening van zaken geven. 12 juni
- BelastingrechtCassatieBank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is…
Hoge Raad|12 juni 2015|ECLI:NL:HR:2015:1555
Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is gehandeld moet worden vernietigd. Belanghebbende mag na verwijzing opening van zaken geven. 12 juni
- BelastingrechtCassatieBank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is…
Hoge Raad|12 juni 2015|ECLI:NL:HR:2015:1548
Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen. Beslissing Hof dat niet voortvarend is gehandeld moet worden vernietigd. Belanghebbende mag na verwijzing opening van zaken geven. 12 juni
- BelastingrechtCassatieBank Zonder Naam. Aanvangstijdstip overschrijding redelijke termijn bij samenhangende zaken. Art. 16, lid 4…
Hoge Raad|13 november 2015|ECLI:NL:HR:2015:3292
Bank Zonder Naam. Aanvangstijdstip overschrijding redelijke termijn bij samenhangende zaken. Art. 16, lid 4, AWR. Eis van voortvarend handelen 13 november 2015 nr. 14/01723 Arrest gewezen op het beroep in cassatie
- BelastingrechtCassatieProject Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR; art. 63 VWEU. Verlengde navorderingstermijn…
Hoge Raad|2 mei 2014|ECLI:NL:HR:2014:1029
Project Bank Zonder Naam. Art. 16, lid 4, AWR; art. 63 VWEU. Verlengde navorderingstermijn. Voortvarendheidseis. Onjuistheid in dictum Hofuitspraak i.v.m. vermindering boeten. 2 mei 2014 nr. 13/04726 Arrest gewezen op het beroep
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Art. 16, lid 4, art. 25, lid 3, en art. 27e, lid 1 AWR. Geen omkering van de bewijslast…
Hoge Raad|16 maart 2018|ECLI:NL:HR:2018:359Aangehaald in 36 uitspraken
bijzonder hield partijen verdeeld of de verlengde navorderingstermijn als bedoeld in artikel 16, lid 4, AWR daarop van toepassing is. 2.8. De Rechtbank heeft geoordeeld dat het inkomen uit sparen en beleggen … vraag of navordering mogelijk is met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR. Een andersluidende opvatting zou ook onvoldoende recht doen aan de in artikel 16 AWR vervatte
- BelastingrechtCassatieArtikel 16, lid 4, artikel 25, lid 3, en artikel 27e, lid 1, AWR. Omkering van de bewijslast bij verlengde…
Hoge Raad|20 november 2020|ECLI:NL:HR:2020:1810Aangehaald in 7 uitspraken
toepassing is, en of de Inspecteur terecht de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR heeft toegepast. 2.2.2 Het Hof heeft de over 2004 opgelegde navorderingsaanslag vernietigd en de over … beoordeling van de klacht wordt het volgende vooropgesteld. Op grond van artikel 16, lid 4, AWR vervalt de bevoegdheid tot navordering na twaalf jaren indien te weinig belasting is geheven over
- BelastingrechtPrejudiciële beslissingInkomstenbelasting; art. 2.17 (4) Wet IB 2001; art. 25e AWR; collectieve uitspraak in…
Hoge Raad|27 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:495
binnen zes maanden na de kennisgeving van de collectieve uitspraak op bezwaar (artikel 25e, lid 4, AWR). De betrokken belanghebbenden kunnen ter zake hiervan geen rechtsmiddel aanwenden. Tegen de collectieve uitspraak … duidelijk worden na de individuele verminderingsbeschikking van de inspecteur als bedoeld in artikel 25e, lid 4, AWR. Uit overwegingen van uitvoerbaarheid dient hier niet bepalend te zijn wanneer die duidelijkheid
- BelastingrechtCassatieMassaal bezwaar; omzetbelasting; privégebruik auto; art. 25c e.v. AWR; artikel 4, lid 2, onderdeel a Wet OB…
Hoge Raad|18 augustus 2023|ECLI:NL:HR:2023:1094
verleent de inspecteur in zo’n geval volgens de tweede volzin van artikel 25e, lid 4, AWR een teruggaaf binnen zes maanden na de kennisgeving van de collectieve uitspraak. Deze bepaling maakt … evenzeer van toepassing is. Het besluit van de inspecteur over een in artikel 25e, lid 4, AWR bedoelde teruggaaf is niet voor bezwaar vatbaar. De regeling van artikel 25e, lid 4, AWR
- BelastingrechtCassatieArtikel 9 AWR; artikel 25, lid 3, AWR; artikel 27e, lid 1, AWR; artikel 67d AWR; artikel 67e AWR; is…
Hoge Raad|10 oktober 2025|ECLI:NL:HR:2025:1500Aangehaald in 6 uitspraken
deze bepaling kan – tot de invoering per 1 januari 2020 van artikel 9, lid 4, AWR – op grond van dat arrest alleen worden gesproken indien de betrokkene (i) is uitgenodigd … termijn te doen. 5.3 Opmerking verdient nog dat, tot de invoering van artikel 9, lid 4, AWR per 1 januari 2020, voor het opleggen van een vergrijpboete op grond van artikel
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|22 september 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA2896
geldende bepalingen van de WBR de vestigings-plaats bepaald aan de hand van art. 4 AWR. Over het feit, dat Y PLC in de zin van art. 4 AWR in het Verenigd … mening. 2.2.2 De Tweede Richtlijn geeft aan het begrip vestiging een ruimere omschrijving dan art. 4 AWR en daarmee dus een ruimere mogelijkheid tot het heffen van assurantiebe-lasting dan voorheen
- BelastingrechtCassatieVennootschapsbelasting. Art. 8:73 (oud) Awb; verzoek om vergoeding van rente bij een…
Hoge Raad|24 mei 2024|ECLI:NL:HR:2024:751
omvat, aldus het Hof. 3.3 Het Hof heeft verder geoordeeld dat artikel 30g, lid 4, AWR (tekst tot 1 januari 2013) niet in de weg staat aan vergoeding van rente. Dit artikellid … zich tegen het hiervoor in 3.3 weergegeven oordeel van het Hof dat artikel 30g, lid 4, AWR niet in de weg staat aan vergoeding van rente. Ook in zoverre slaagt het middel
- BelastingrechtCassatieArt. 66, lid 1, aanhef en ten tweede, art. 28 en art. 46 Successiewet 1956. Voor toepassing van de verlengde…
Hoge Raad|10 november 2017|ECLI:NL:HR:2017:2840Aangehaald in 7 uitspraken
gedaan. 2.3.2. Bij de behandeling van het middel wordt vooropgesteld dat artikel 16, lid 4, AWR voorziet in een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaren voor gevallen waarin te weinig belasting is geheven … gedaan bepaalt de bijzondere navorderingsregeling dat de verlengde navorderingstermijn, in afwijking van artikel 16, lid 4, AWR, aanvangt na de dag van de inschrijving van de akte van overlijden van de schenker
- BelastingrechtCassatieVennootschapsbelasting. Art. 15e, leden 1 en 2, Wet op de vennootschapsbelasting 1969; artt. 7 en 23…
Hoge Raad|6 juni 2025|ECLI:NL:HR:2025:850Aangehaald in 6 uitspraken
navorderen. Dit was volgens belanghebbende met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR mogelijk over alle jaren (2004 tot en met 2012) en anders, met toepassing … Rechtbank dat in dit geval de verlengde navorderingstermijn bedoeld in artikel 16, lid 4, AWR niet van toepassing is, faalt het op de gronden vermeld in onderdeel 8.10 van de conclusie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|12 april 1995|ECLI:NL:HR:1995:AA1549
navorderingsaanslag begrepen verhoging en het genomen kwijtscheldingsbesluit gehandhaafd. 3.2. Artikel 18, lid 4, AWR strekt slechts ertoe dat de Inspecteur indien zich één der in lid 3 bedoelde gevallen voordoet, het bedrag … niet dient te vervallen op grond van het bepaalde in artikel 18, leden 3 en 4, AWR. 3.4. Dienaangaande heeft het volgende te gelden. Artikel 18, lid 3, AWR verbiedt naar zijn
- BelastingrechtCassatieArt. 17, lid 3, Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk…
Hoge Raad|20 december 2024|ECLI:NL:HR:2024:1881
aanslag is opgelegd in overeenstemming met de aangifte als bedoeld in artikel 30fc, lid 4, AWR (tekst 2016). 4.2.4 Het gevolg daarvan is dat de Inspecteur op grond van deze wetsbepaling geen … aanslag niet langer is vastgesteld overeenkomstig een ingediende aangifte als bedoeld in artikel 30fc, lid 4, AWR. De aanslag is immers door de Inspecteur geheel gebaseerd op de feitelijke gegevens die belanghebbende
- BelastingrechtCassatieArtikel 8:29 en 8:42 Awb. Op de zaak betrekking hebbende stukken. KB-Lux rekening? Aanhouding.
Hoge Raad|25 april 2008|ECLI:NL:HR:2008:BA3823Aangehaald in 187 uitspraken
heeft geoordeeld (in onderdeel 5.18 van zijn uitspraak) dat de navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR niet in strijd is met artikel 56 EG. De beoordeling van de tegen dit oordeel
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.