130 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatie in het belang der wetCassatie in het belang der wet. Mogelijkheid van instellen h.b. in geval rechter tul van voorwaardelijke…
Hoge Raad|6 maart 2020|ECLI:NL:HR:2020:389Aangehaald in 13 uitspraken
termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd, heeft te voldoen: (...).” - Artikel 14g lid 1 en 3 Sr: “1. Indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd kan de rechter, na ontvangst
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr…
Hoge Raad|1 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:954
zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting.” 2.4 Als de rechter toepassing geeft aan artikel 36e lid 3 Sr is oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting niet mogelijk, omdat artikel 36e lid 7 Sr
- Strafrecht overigCassatieKilometerblokker. OM-cassatie. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het…
Hoge Raad|17 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:349Aangehaald in 11 uitspraken
Kilometerblokker. OM-cassatie. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed (art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen), art. 36b, 36c en 36d Sr. Kon Rb oordelen…
- Strafrecht overigCassatieOpiumwetdelicten; productie van en handel in synthetische drugs in georganiseerd verband vanuit verschillende…
Hoge Raad|19 januari 2021|ECLI:NL:HR:2021:66
combinatie met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in art. 22b lid 3 Sr is niet aan de orde, omdat dat naar het oordeel van het hof onvoldoende recht
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|13 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB3188
onbetaalde arbeid en thans de taakstraf (zie art. 9, eerste lid onder a sub 3°, Sr) zijn te begrijpen. De geschiedenis van de totstandkoming van de wetten waarbij indertijd de onbetaalde arbeid
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|22 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4894Aangehaald in 9 uitspraken
22 februari 2000 Strafkamer nr. 112611 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 oktober 1998 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1936, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak 1.1.…
- Strafrecht overigHerzieningHerziening. Feitelijk leiding geven aan eenvoudige bankbreuk bij rechtspersonen. Aanvraag n-o omdat deze in…
Hoge Raad|11 april 2017|ECLI:NL:HR:2017:649
bestuurder van twee in staat van faillissement verklaarde rechtspersonen - zoals art. 342, aanhef en onder 3°, Sr inscherpt - gehouden was de administratie van die rechtspersonen tevoorschijn te brengen opdat de curator deze
- Strafrecht overigCassatieWOTS-zaak. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT7122. Het oordeel van de Rb dat de feiten die door…
Hoge Raad|24 januari 2012|ECLI:NL:HR:2012:BU6017
basis van het artikel 278 paragraaf 1 Sr, in samenhang met het artikel 11 paragraaf 3 Sr 8 maanden vrijheidsstraf." De rechtbank heeft betrokkene een "totaalstraf" opgelegd van 15 jaar vrijheidsberoving
- Strafrecht overigCassatieVerdachte en haar toenmalige vriend hebben in het bijzijn van haar destijds 13-/14-jarige en 10-/11-jarige…
Hoge Raad|26 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:1002
strafrechtelijke aanpak van de in artikel 22 van het Verdrag omschreven gedragingen. Artikel 239, onder 3°, Sr stelt strafbaar de schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, indien een ander
- Strafrecht overigCassatieAbsolute verjaringstermijn schuldwitwassen door geldbedragen om te zetten in chalets, art. 72.2 en…
Hoge Raad|5 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:842
tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis. 2.4. Op grond van art. 70, aanhef en onder 3°, Sr in verbinding met het tweede lid van art. 72 Sr beloopt de verjaringstermijn wat betreft
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|2 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3838
inleidende dagvaarding houdt primair het aan verzoeker verweten feit van art. 141, tweede lid, sub 3 Sr in. Zakelijk weergegeven was primair tenlastegelegd dat verzoeker op 13 september 1997 te Leeuwarden
- Strafrecht overigCassatieMeineed (meermalen gepleegd) door als getuige in tuchtzaak en strafzaak tegen zijn broer, die wordt verdacht…
Hoge Raad|13 december 2022|ECLI:NL:HR:2022:1824
woorden “onder ede” hebben in die bepaling. 2.3.2 Artikel 207 leden 1 en 3 Sr luidt: “1. Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie. Bouwfraude-zaak. Art. 177 (oud) Sr. 1. HR ambtshalve: verjaring. 2. n.o.-verklaring OM. Ad 1. De…
Hoge Raad|6 juli 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK6346
moet worden uitgegaan van het nieuwe strafmaximum. Op grond van art. 70, eerste lid onder 3°, Sr vervalt het recht tot strafvordering door verjaring in dit geval derhalve in twaalf jaren
- Strafrecht overigCassatieVerdachte en zijn toenmalige vriendin hebben in het bijzijn van haar destijds 13-/14-jarige en 10-/11-jarige…
Hoge Raad|26 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:1001
strafrechtelijke aanpak van de in artikel 22 van het Verdrag omschreven gedragingen. Artikel 239, onder 3°, Sr stelt strafbaar de schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, indien een ander
- Strafrecht overigCassatieKilometerblokker. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van…
Hoge Raad|22 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1435
grond van artikel 36b lid 1, aanhef en onder 1 tot en met 3, Sr heeft de rechter de bevoegdheid om in de strafzaak de maatregel van onttrekking aan het verkeer
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|5 september 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6992
geen verweer gevoerd. 5.4 Naar Nederlands recht vervalt, gelet op art. 70 aanhef en onder 3°, Sr het recht tot strafvervolging ter zake van de feiten waarvoor de uitlevering is verzocht
- Civiel recht overigCassatie in het belang der wetCassatie in het belang der wet. Caribische zaak. Integriteit (kandidaat-)minister Curaçao. Omvat term…
Hoge Raad|21 juni 2024|ECLI:NL:HR:2024:917
patiënt aan zijn hulp en/of zorg heeft toevertrouwd ontucht plegen” (art. 249 lid 2, onder 3, Sr). Het gerechtshof heeft betrokkene op de voet van art. 9a Sr schuldig verklaard zonder oplegging
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr…
Hoge Raad|1 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:955
zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting.” 2.4 Als de rechter toepassing geeft aan artikel 36e lid 3 Sr is oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting niet mogelijk, omdat artikel 36e lid 7 Sr
- Strafrecht overigCassatieSeksueel corrumperen door zich in bosjes naast mountainbikeroute af te trekken, terwijl viertal 13- en…
Hoge Raad|11 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1422
strafrechtelijke aanpak van de in artikel 22 van het Verdrag omschreven gedragingen. Artikel 239, onder 3°, Sr stelt strafbaar de schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, indien een ander
- Strafrecht overigBeschikkingBeklag ex art. 552a Sv door supermarkt na vordering ex art. 126nda Sv tot verstrekken beelden van…
Hoge Raad|27 februari 2024|ECLI:NL:HR:2024:286
heeft geoordeeld, kan ook een rechtspersoon of een daarmee op grond van artikel 51 lid 3 Sr gelijk te stellen entiteit een beroep doen op artikel 126nda
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.