119 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|12 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1192
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieVernietigd en door HR afgedaan (zonder toepassing art. 81 RO)
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1110
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|12 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1189
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieVernietigd en door HR afgedaan (zonder toepassing art. 81 RO)
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1129
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|12 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1191
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieVernietigd en door HR afgedaan (zonder toepassing art. 81 RO)
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1133
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieVernietigd en door HR afgedaan (zonder toepassing art. 81 RO)
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1103
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieVernietigd en door HR afgedaan (zonder toepassing art. 81 RO)
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1119
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieVernietigd en door HR afgedaan (zonder toepassing art. 81 RO)
Hoge Raad|5 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1101
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond, zie ook 18/04777.
Hoge Raad|31 januari 2020|ECLI:NL:HR:2020:153
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|4 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1506
belanghebbende ligt besloten een verzoek om vergoeding van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW wegens vertraging in de vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht. Gelet
- Civiel recht overigCassatie11 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/067HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Hoge Raad|11 juni 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO6917
oktober 1994 - 1 april 1995, vermeerderd met de wettelijke rente op grond van art. 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening. Nadat tegen de niet verschenen
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|4 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE4359
betalen een bedrag van ƒ 131.980,-- vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf 10 september 1992, althans de CMR-rente ad 5% vanaf genoemde datum, althans vanaf
- BelastingrechtCassatieArt. 229, lid 1, letter c, Gemeentewet. Gelijkheidsbeginsel. Verordening op de vermakelijkheidsretributie te…
Hoge Raad|13 juli 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX0883
vorm van rentenadeel is geleden waarop de regeling van de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) van toepassing is. 7. Slotsom Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.4 is overwogen kan 's Hofs
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|7 april 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5407
haar grondslag niet in de art. 57 en 58 (oud) ABW, maar in art. 6:119 BW. Dit is, wat het ont-staan van de verbintenis tot terugbetaling betreft, anders
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2377
jaar te vermeerderen met de over dat jaar verschuldigde rente conform art. 6:119 BW. KBB heeft de vordering bestreden. De Rechtbank heeft bij vonnis van 21 mei 1996 de vordering afgewezen
- VerbintenissenrechtCassatieVerbintenissenrecht. Uitleg van overeenkomst tot verkoop van percelen cultuurgrond aan gemeente…
Hoge Raad|8 maart 2024|ECLI:NL:HR:2024:333
genoemde vordering van [verkoopster] toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 3 juli 2016. Over de ingangsdatum van de rente heeft het hof overwogen
- Civiel recht overigCassatie12 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/226HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Hoge Raad|12 december 2003|ECLI:NL:HR:2003:AN7819
over het bedrag van ƒ 31.032,-- bruto; - de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over alle voornoemde bedragen, te rekenen vanaf 21 april 1998 tot de dag der algehele voldoening. [Verweerder
- Civiel recht overigCassatie27 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/311HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man]…
Hoge Raad|27 februari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AN9689
gebreke is gesteld, zodat niet valt in te zien waarom de man, zoals art. 6:119 BW vereist, te dezer zake sedert 28 juli 2000 in verzuim zou zijn geweest. Deze laatste
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.