1.313 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2742
openbaar ministerie in zijn strafvervolging niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn
- BelastingrechtCassatieArtikel 8, lid 1, aanhef en letter c, van de Structuurrichtlijn minerale oliën 92/81/EEG; artikelen 2 en 66…
Hoge Raad|20 februari 2009|ECLI:NL:HR:2009:BA3304
cassatieprocedure betreft een overschrijding op van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM met meer dan twaalf maanden. De Hoge Raad zal om die reden de verhoging verminderen
- Strafrecht overigCassatieAflatoxinepinda's. Contra-expertise. Beroep op afwezigheid van alle schuld. HR ontslaat verdachte van alle…
Hoge Raad|2 februari 1993|ECLI:NL:HR:1993:AB7899Aangehaald in 5 uitspraken
strafrechtelijke vervolging vanwege de Staat geconfronteerd worden en derhalve de minimumwaarborgen uit art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR kunnen en mogen geldend maken. Anders dan de Rechter overwoog brengen
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|20 januari 2009|ECLI:NL:HR:2009:BH0249
zekere richtlijnen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst onderscheidenlijk art. 6 EVRM niet bij zijn overwegingen heeft betrokken. In zoverre behelst de aanvrage geen beroep op een feitelijke omstandigheid
- Strafrecht overigCassatieFeitelijk leiding geven aan medeplegen oplichting begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 326.1…
Hoge Raad|8 oktober 2024|ECLI:NL:HR:2024:1361
voorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 EVRM stelt. (...) 5.7.1 Op grond van artikel 348 en 350 Sv beslist de rechtbank op de grondslag
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 mei 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1517
geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting, met name ook niet van het bepaalde in art. 6 EVRM, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. 3.8. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat het middel tevergeefs
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|4 maart 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF3334
behoorlijke strafrechtspleging, althans met de eisen die aan een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM moeten worden gesteld. Het [Hof] overweegt hierop als volgt. Het hof is van oordeel
- Strafrecht overigWrakingVerzoek om wraking. De Hoge Raad stelt het verzoek buiten behandeling.
Hoge Raad|5 december 2025|ECLI:NL:HR:2025:1833
weer op dezelfde wijze wordt "doorgedrukt" en mij het recht op een eerlijk proces (6 EVRM) wordt ontnomen, kan ik niet anders dan het paardenmiddel van wraking inzetten om deze handelswijze
- Civiel recht overigCassatieIPR, internationaal publiekrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake vorderingen tot opheffing van in…
Hoge Raad|22 februari 2019|ECLI:NL:HR:2019:292Aangehaald in 5 uitspraken
beroep van SHAPE op immuniteit van executie is niet in strijd met art. 6 EVRM. (rov. 3.15-3.15.1) Het belang van SHAPE bij handhaving van immuniteit van executie prevaleert boven het belang
- Strafrecht overigCassatieMega ‘Zevenblad’. Boilerroomfraude. Medeplegen oplichting (art. 326.1 Sr), medeplegen valsheid in geschrift…
Hoge Raad|8 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:1089Aangehaald in 6 uitspraken
beoordeling of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces – van belang (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend
- Strafrecht overigCassatieHernieuwde overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, nadat het hof op dezelfde grond tot…
Hoge Raad|19 oktober 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1563
bekende tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof lagere straffen opgelegd - respectievelijk
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|24 juli 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2773
juli 1993 - , het Hof zijn in zijn uitspraak besloten liggende oordeel dat niettemin artikel 6 EVRM niet was geschonden, had behoren te motiveren, nu slechts bijzondere omstandigheden, waarvan uit de uitspraak niet
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|18 december 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD4292
risico zal lopen te worden blootgesteld aan een flagrante schending van enig hem ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht, is dat oordeel evenmin onvoldoende gemotiveerd. 4.5. Voorzover het middel voorts berust
- Strafrecht overigCassatieOndervragingsrecht. Art. 6 lid 3 sud d EVRM is in acht genomen indien de verdachte de gelegenheid is geboden…
Hoge Raad|25 november 2003|ECLI:NL:HR:2003:AM2772
Beoordeling van het eerste middel 3.1. Het middel bevat onder meer de klacht dat art. 6 EVRM is geschonden, nu de verdachte in hoger beroep op geen enkel moment de gelegenheid heeft
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 september 2015|ECLI:NL:HR:2015:4162Aangehaald in 5 uitspraken
aard van de niet in acht genomen vormen, in het bijzonder de artt. 6 EVRM, alsmede 416, 287, 288,315 en 415 Sv, en wel om het navolgende: In zijn appelschriftuur heeft
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA2207
orde zijnde omstreden aansprakelijkheid is bij uitstek een onderwerp dat tot de in art. 6 EVRM bedoelde "burgerlijke rechten en plichten" gerekend moet worden." B. . Onderdeel 2 van de bij deze conclusie
- Strafrecht overigCassatieMoord op vriend en zakenpartner (art. 289 Sr) en verbranding stoffelijk overschot in loods (art. 157.1 Sr) in…
Hoge Raad|28 mei 2019|ECLI:NL:HR:2019:834
leggen straf tot slot rekening gehouden met de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Deze redelijke termijn is in deze zaak aangevangen op 16 december 2012, de dag waarop verdachte
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Fraus legis. Bijzonder tarief. Kapitaalvermindering na gefacilieerde herkapitalisatie…
Hoge Raad|27 juni 1990|ECLI:NL:HR:1990:ZC4329
Verhoging draagt het karakter van een strafrechtelijke boete. Op grond van het bepaalde in artikel 6 EVRM mag geen boete worden opgelegd omdat het tijdsverloop tussen terugbetaling (22 augustus
- Strafrecht overigCassatieMensenhandel, art. 273f Sr. Post-Keskin, overleden getuige. Heeft hof de verklaringen van inmiddels overleden…
Hoge Raad|9 juli 2024|ECLI:NL:HR:2024:1007Aangehaald in 9 uitspraken
Mensenhandel, art. 273f Sr. Post-Keskin, overleden getuige. Heeft hof de verklaringen van inmiddels overleden getuige voor bewijs kunnen gebruiken, terwijl verdediging t.a.v. die, inmiddels overleden, getuige niet ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576 en…
- Civiel recht overigCassatie30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/077HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Hoge Raad|30 januari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AF8839
formele rechtskracht van die belastingaanslag afstuiten. [Eiseres] betoogt dat het haar, mede gezien art. 6 EVRM, vrijstaat als verweer te voeren dat D en R rechtens geen schuld als in de aanslag
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.