142 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|16 oktober 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1721
beroep op het met betrekking tot de woon- en vestigingsplaats in artikel 4, lid 2, AWR bepaalde ervan wordt uitgegaan dat "schip is territoir" een algemeen geldende regel is, moet derhalve worden
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|2 november 1994|ECLI:NL:HR:1994:AA2944
tevens als commuun delict ten laste gelegd. Reeds daarom vervalt ingevolge artikel 21, lid 2, AWR in dit geval de verhoging indien de strafrechter met betrekking tot voormeld complex van feiten
- Strafrecht overigCassatie1. Vordering wijziging tll. en “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr. Art. 69.1 en 69.2 AWR. Niet doen en…
Hoge Raad|4 februari 2014|ECLI:NL:HR:2014:228Aangehaald in 7 uitspraken
valse aangifte, respectievelijk strafbaar gesteld in artikel 69 lid 1 AWR en artikel 69 lid 2 AWR. Dat is een interpretatievraag die aan het hof kan worden voorgelegd, maar
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Art. 6, 48 en 49 Wet IB 1964; art. 7 en 13 Verdrag Nederland-België 1970; art. 16, lid 4…
Hoge Raad|14 april 2017|ECLI:NL:HR:2017:671Aangehaald in 6 uitspraken
bepaalde in artikel 27e, letter b, AWR in samenhang gelezen met artikel 27j, lid 2, AWR ongegrond te verklaren, tenzij blijkt dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting en belastingrente; art. 1, aanhef en letter a van het Besluit belasting- en…
Hoge Raad|10 april 2026|ECLI:NL:HR:2026:591Aangehaald in 6 uitspraken
zijn getreden. 4.1.4 De omstandigheid dat de beschikking op grond van artikel 30fc, lid 2, AWR ook belastingrente dient te omvatten die betrekking heeft op een toekomstig tijdvak, namelijk het tijdvak tussen
- BelastingrechtPrejudiciële beslissingInkomstenbelasting; art. 2.17 (4) Wet IB 2001; art. 25e AWR; collectieve uitspraak in…
Hoge Raad|27 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:495
Zijn bezwaarschrift maakt deel uit van de bezwaarschriften die met toepassing van artikel 25c, lid 2, AWR zijn aangemerkt als massaal bezwaar over de box 3-heffing. 3.3 Dit bezwaar
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Art. 3.8 en 7.2 Wet IB 2001; art. 6, 7 en 11 Belastingverdragen Nederland-België 1970 en…
Hoge Raad|14 april 2017|ECLI:NL:HR:2017:676Aangehaald in 6 uitspraken
bepaalde in artikel 27e, letter b, AWR in samenhang gelezen met artikel 27j, lid 2, AWR ongegrond te verklaren, tenzij blijkt dat en in hoeverre de uitspraken op de bezwaren onjuist zijn
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|28 februari 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1816
behoeft geen behandeling meer nu deze verhoging kennelijk ingevolge het bepaalde in artikel 21, lid 2, AWR is komen te vervallen. 3.16. Het middel behoeft ook geen behandeling
- Strafrecht overigCassatieFeitelijk leiding geven aan opzettelijk (namens BV) onjuiste aangiften omzetbelasting doen (art. 69 AWR)…
Hoge Raad|6 oktober 2020|ECLI:NL:HR:2020:1504
weinig belasting wordt geheven, een en ander in de zin van artikel 69, lid 2, AWR. Daartoe is immers vereist dat de betrokkene opzettelijk heeft gehandeld, dus minst genomen met voorwaardelijk opzet
- BelastingrechtCassatieVennootschapsbelasting; belastingrente; achterwaartse verliesverrekening; art. 30fe AWR; art. 21 Wet Vpb…
Hoge Raad|12 mei 2023|ECLI:NL:HR:2023:695
belastingrente wordt berekend over een bedrag aan niet-verschuldigde belasting. 4.2 In artikel 30fe, lid 2, AWR is het uitgangspunt neergelegd dat geen belastingrente wordt vergoed bij vermindering van een aanslag
- BelastingrechtCassatieBewijsoordeel onvoldoende gemotiveerd.
Hoge Raad|12 augustus 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU0872
omstandigheid dat belanghebbende de voormelde aangiften niet heeft gedaan, ingevolge artikel 29, lid 2, AWR, meebrengt dat belanghebbendes beroep moet worden afgewezen, tenzij gebleken is - dat wil zeggen: door belanghebbende overtuigend
- BelastingrechtCassatieProceskosten; vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn; art. 29f AWR…
Hoge Raad|11 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:1144
tegendeel blijkt, moet het cassatieberoep van de Minister op grond van artikel 24a, lid 2, AWR, in samenhang gelezen met artikel 28, lid 6, AWR, worden geacht mede te zijn gericht geweest
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|21 augustus 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1702
mogelijkheid voor het bestuur opengehouden om een klaarblijkelijk administratieve fout te herstellen." 3.4.Art. 16, lid 2 AWR bevat vervolgens een opsomming van specifieke situaties, waarin navordering in beginsel altijd - d.w.z
- BelastingrechtCassatieArtikel 28 Wet WOZ; op naam van erven gestelde beschikking als bedoeld in artikel 22 Wet WOZ; beschikking op…
Hoge Raad|11 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:1124
artikel 30, lid 1, van de Wet WOZ, in samenhang gelezen met artikel 26a, lid 2, AWR, voor zichzelf een rechtsmiddel had kunnen aanwenden met betrekking tot de waardebeschikking die op naam
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|11 januari 1995|ECLI:NL:HR:1995:AA3054
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 juli 1992 betreffende na te melden beschikking ingevolge artikel 32a, lid 7, van de Wet op de loonbelasting 1964 (in de tot 1 juni 1990 geldende tekst) waarbij belanghebbende aansprakelijk is gesteld voor…
- BelastingrechtCassatieBelasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 22j en 26b AWR; art. 6:10 Awb; art. 52…
Hoge Raad|12 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:914
aanvang van de bezwaartermijn ingediend. Artikel 6:10 Awb, dat ingevolge artikel 26, lid 2, AWR van overeenkomstige toepassing is op belastingheffing bij wege van voldoening op aangifte, brengt mee dat niet
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|14 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6199
boekhou-ding - met eventueel aansluitend omkering van de bewijslast ex art. 29, lid 2, AWR (vereiste aangifte niet gedaan); vgl. R.J. K-oopman, in de Verburg-bundel, 1994, blz. 105-106 - maar
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|22 april 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2419
anderzijds nog in 1991 op grond van art. 21, lid 2, AWR, oorspronkelijke tekst, van de verhoging (boete) een bedrag van ƒ 39.240,- terugbetaald. G. . De inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen P (hierna
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2329
onrechte of tot een te hoog bedrag (...) teruggaaf van belasting is verleend.” Art. 20, lid 2 AWR luidt: “De naheffing geschiedt bij wege van naheffingsaanslag, die wordt opgelegd aan degene
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting ten name van rechtspersonen, art. 69.1 AWR. 1…
Hoge Raad|24 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:424
Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting ten name van rechtspersonen, art. 69.1 AWR. 1. Bewijsklacht. Kan verdachte als pleger worden aangemerkt, nu hij niet hoedanigheid van ‘aangifteplichtige’ heeft? 2. Volgens daarvan opgemaakte akten is beroep o.m. niet gericht tegen vrijspraak van tlgd.…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.