Zoekresultaten

Voor “"7 Wet OB 1968"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

10 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • BelastingrechtCassatie
    Bijdrage uit BTW-compensatiefonds; art. 3, aanhef en letter a, Wet op het BTW-compensatiefonds; art. 7 Wet OB…

    Hoge Raad19 juni 2020ECLI:NL:HR:2020:1070Aangehaald in 16 uitspraken

    compensatiefonds; art. 3, aanhef en letter a, Wet op het BTW-compensatiefonds; art. 7 Wet OB 1968; handelen in hoedanigheid van overheid; uitgifte grafrechten tegen vergoeding. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer

  • BelastingrechtCassatie
    inkomstenbelasting; omzetbelasting; art. 3.4 Wet IB 2001; art. 7 Wet OB 1968; artt. 67d en 67e AWR…

    Hoge Raad14 februari 2020ECLI:NL:HR:2020:270Aangehaald in 10 uitspraken

    inkomstenbelasting; omzetbelasting; art. 3.4 Wet IB 2001; art. 7 Wet OB 1968; artt. 67d en 67e AWR; werkzaamheden voor een multi-level marketingorganisatie; bron van inkomen; ondernemerschap; bewijs van voorwaardelijk opzet. HOGE

  • BelastingrechtCassatie
    Omzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Ondernemerschap van directeur-grootaandeelhouder bij…

    Hoge Raad23 december 2016ECLI:NL:HR:2016:2898Aangehaald in 5 uitspraken

    Omzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Ondernemerschap van directeur-grootaandeelhouder bij terbeschikkingstelling van werkruimte in eigen woning aan zijn BV? 23 december 2016 nr. 15/01370 Arrest gewezen op het beroep in cassatie

  • BelastingrechtCassatie
    Omzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Ondernemerschap van directeur-grootaandeelhouder bij…

    Hoge Raad23 december 2016ECLI:NL:HR:2016:2900

    Omzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Ondernemerschap van directeur-grootaandeelhouder bij terbeschikkingstelling van werkruimte in eigen woning aan zijn BV? 23 december 2016 nr. 15/01293 Arrest gewezen op het beroep in cassatie

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad1 juli 1998ECLI:NL:HR:1998:AA2326

    ondernemers in het kader van hun onderneming worden verricht;". 2.2. Ondernemer is ingevolge art. 7 Wet OB 1968 ieder die een bedrijf, waaronder mede verstaan wordt een beroep, zelfstandig uitoefent … Rijk) gevestigde ondernemers moeten aantonen, dat zij ondernemer zijn in de zin van (art. 7 Wet OB 1968).' Vervolgens heeft de toenmalige bewindsman in de Uitv. besch. OB 1968

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad5 november 1997ECLI:NL:HR:1997:AA3313

    omzetbelasting als zij is aan te merken als ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968. Daarbij wordt onder meer de eis gesteld dat er sprake moet zijn van deelname

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad9 oktober 1996ECLI:NL:HR:1996:AA2057

    aanzien van beide vestigingen als de ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968 moest worden aangemerkt. Die opvatting lijkt mij gelet op de aanvankelijke vermelding in het handelsregister

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad4 maart 1998ECLI:NL:HR:1998:AA2452

    publiekrechtelijke lichamen, c.q. de vraag of zij 'ondernemer' zijn in de zin van art. 7 Wet OB 1968, ligt besloten in art. 4, lid 5, Zesde richtlijn. Daarin is o.m. bepaald

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad25 juni 1997ECLI:NL:HR:1997:AA2106

    Voor de Wet OB 1968 kan men gelet op art. 3, lid 7 Wet OB 1968 hetzelfde aannemen, zij het dat de vestiging, overdracht etc. van zakelijke rechten uitdrukkelijk gelijk is gesteld

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad26 maart 1997ECLI:NL:HR:1997:AA2136

    desbetreffende bepaling (in 1991: art. 27, lid 5, thans art. 27, lid 7, Wet OB 1968) als een lex specialis van art. 25 kan worden beschouwd. Ook het derde argument acht

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.