20 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|13 april 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1057Aangehaald in 38 uitspraken
maar mede gelet op het voorgaande vormt deze verklaring niet het door artikel 213, lid 1 Rv. vereiste onvolledige bewijs om de verklaring van [eiser 1] als partijgetuige te vervolmaken … eiser 1] als partij-getuige beperkte bewijskracht toekomt, zoals is bepaald in art. 213 lid 1 Rv., in strijd is met het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een "fair trial
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|7 december 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD6831Aangehaald in 14 uitspraken
vorige instantie is verschenen, is b & w ingevolge het bepaalde in art. 426 lid 1 Rv. ontvankelijk in zijn beroep. Het betoog van [verweerder] dat het college … ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep, stuit hierop af. 4.2 Art. 426 lid 1 Rv. bepaalt dat beroep in cassatie kan worden ingesteld door degenen die in een der vorige
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|12 januari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9433
gericht tegen de verwerping door het hof van het beroep op art. 81 lid 1 Rv. Het betoogt dat het ervoor moet worden gehouden dat het vonnis aan de rechtspersoon bekend … alvorens een veroordeling definitief is.(7) 2.10 Wat betreft de verzettermijn bepaalt art. 81 lid 1 Rv. zakelijk weergegeven dat verzet moet worden gedaan binnen veertien dagen na betekening van het verstekvonnis
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 april 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1205
beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat, zoals blijkt uit art. 224 lid 1 Rv., het schriftelijk bericht van de deskundige met redenen moet zijn omkleed. Dit heeft het Hof echter … ervaring van de deskundige. Aldus heeft het Hof het bepaalde in art. 224 lid 1 Rv. niet miskend; voor een deskundigenbericht kunnen eigen wetenschap en ervaring van de deskundige in belangrijke mate
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|14 december 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD4504
concurrentiebeding, heeft geoordeeld dat het [eiser] ingevolge het bepaalde bij art. 67 lid 1 Rv. niet meer vrijstond op te komen tegen de gelding van het concurrentiebeding, omdat de Kantonrechter daarvan … gelding van het concurrentiebeding, dit oordeel ingevolge het bepaalde bij art. 67 lid 1 Rv., in het onderhavige geding bindende kracht heeft. In zoverre kan het onderdeel derhalve niet tot cassatie leiden
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|8 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2053Aangehaald in 111 uitspraken
terecht aanvoert, - onderdeel 1 bevat slechts een inleiding - in strijd met art. 176 lid 1 Rv. de feitelijke grondslag van het verweer van [verweerder] aangevuld en/of een onbegrijpelijke uitleg gegeven
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|5 oktober 2001|ECLI:NL:HR:2001:ZC3694Aangehaald in 12 uitspraken
kostenveroordeling ten laste van de vrouw strijdig is met de grondslag van art. 56 lid 1 Rv. De klacht faalt. Het Hof had in deze verzoekschriftprocedure, ingevolge het bepaalde bij art. 429k
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|23 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0201Aangehaald in 27 uitspraken
gaat om verzoeken tot het treffen van nevenvoorzieningen in de zin van art. 827 lid 1 Rv. Uw Raad heeft beslist (7 april 2000, NJ 2000, 377) dat dergelijke verzoeken
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|20 april 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1253Aangehaald in 10 uitspraken
vermeld. Dit request-civiel is gegrond op bedrog in de zin van art. 382 onder 1° Rv., daarin bestaande dat [verweerster 2] en [verweerder 1], ofschoon zij op de hoogte waren
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|23 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD3980
exploit voldoet echter reeds daarom niet aan de eisen die art. 92 lid 1 Rv. stelt aan een herstelexploit, omdat het niet is uitgebracht voor de dienende dag. 2.3 Nu op grond
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2780Aangehaald in 5 uitspraken
beslissingen ook in deze procedure tussen partijen bindende kracht zouden hebben (art. 67 lid 1 Rv.). In de onderhavige procedure is de vraag aan de orde gesteld of [verweerder] toerekenbaar tekort
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|18 mei 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1698
zoals dit artikel sinds 1 januari 1999 luidt, in verbinding met art. 253 lid 1 Rv., had [eiser] van het vonnis van de Kantonrechter bij de Rechtbank te Zwolle in hoger beroep
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|5 januari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9566
advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge het in deze zaak toepasselijke art. 426a lid 1 Rv. moeten de ouders derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in hun beroep. 4. Beslissing De Hoge Raad
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|14 december 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD4933
daadwerkelijk uitoefent of kan uitoefenen. Anders dan het onderdeel betoogt staat art. 431 lid 1 Rv., welke bepaling niet betrekking heeft op parate executie maar op de tenuitvoerlegging van buiten Nederland verleden
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2438
geding worden geschorst. Gedurende de termijn van drie jaren als bedoeld in art. 279 lid 1 Rv. was van een aanhangig geding geen sprake. Immers, na het onder 1 vermelde arrest
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|30 maart 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0802
zoals dit artikel sinds 1 januari 1999 luidt, in verband met art. 253 lid 1 Rv., had [eiser] van het vonnis van de Kantonrechter bij de Rechtbank te Breda in hoger beroep
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|8 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2021
terecht aanvoert, - onderdeel 1 bevat slechts een inleiding - in strijd met art. 176 lid 1 Rv. de feitelijke grondslag van het verweer van [verweerder 1] en [verweerder 2] aangevuld en/of een onbegrijpelijke
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2374
heeft de RvdK als belanghebbende in de zin van art. 426 lid 1 Rv. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vader
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|23 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0221
niet anders bepaalt, stond tegen de bestreden beschikking van het Hof ingevolge art. 426 lid 1 Rv. derhalve gedurende twee maanden na de dagtekening van de beschikking beroep in cassatie open
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|18 mei 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1694
Rechtbank te ¢s-Gravenhage ingediend verweerschrift ex artikel 429q lid 4 jo 429h lid 1 Rv. heeft verzoeker tot cassatie in de zaak R00/020HR - verder te noemen: de notaris - zich gewend
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.