Zoekresultaten

Voor “"1 Rv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

25 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigCassatie
    Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Voorschrift…

    Hoge Raad14 december 2012ECLI:NL:HR:2012:BY2239Aangehaald in 5 uitspraken

    ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Voorschrift van art. 426a lid 1 Rv in strijd met het Europees mededingingsrecht? Art. 5 richtlijn 98/5/EG (PbEG L 77). 14 december … termijn. Het verzoekschrift is niet, zoals wordt voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar door de advocaat die [verzoeker] heeft bijgestaan

  • Civiel recht overigCassatie
    Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullend verzoek in hoger beroep, art. 283, 362 en 130 lid 1 Rv…

    Hoge Raad16 november 2012ECLI:NL:HR:2012:BX0731Aangehaald in 7 uitspraken

    Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullend verzoek in hoger beroep, art. 283, 362 en 130 lid 1 Rv. Rechtsmiddelenverbod, art. 130 lid 2 Rv. Doorbreking niet mogelijk. 16 november 2012 Eerste Kamer 11/05023 EE/RM Hoge … goede procesorde (art. 283 Rv in verbinding met art. 362 en art. 130 lid 1 Rv). Tegen een zodanige beslissing staat geen voorziening open (art. 130 lid 2 Rv in verbinding

  • Civiel recht overigCassatie
    611g lid 1 Rv., aanvang verjaringstermijn dwangsommen door moment van verbeurte. Verjaring niet geschorst…

    Hoge Raad29 juni 2012ECLI:NL:HR:2012:BW1260Aangehaald in 9 uitspraken

    611g lid 1 Rv., aanvang verjaringstermijn dwangsommen door moment van verbeurte. Verjaring niet geschorst door instellen rechtsmiddel tegen veroordeling waarbij zij zijn opgelegd; art. 3:324 lid 2 BW niet van toepassing … Kratos heeft zich verweerd met een beroep op verjaring op grond van art. 611g lid 1 Rv., dat bepaalt dat een dwangsom verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop

  • Civiel recht overigCassatie
    Cassatie; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de…

    Hoge Raad7 september 2012ECLI:NL:HR:2012:BX6713

    Cassatie; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. 7 september 2012 Eerste Kamer 12/02800 TT/IF Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak … termijn. Het verzoekschrift is niet, zoals wordt voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar door de advocaat die [verzoekster] heeft bijgestaan

  • Civiel recht overigCassatie
    Partijen vragen na memoriewisseling arrest in incident op de voet van art. 843a Rv. Arrest in hoofdzaak en…

    Hoge Raad16 november 2012ECLI:NL:HR:2012:BX7886

    hoofdzaak en incident. Recht op pleidooi in hoofdzaak, art. 134 in verbinding met 353 lid 1 Rv. 16 november 2012 Eerste Kamer 11/04066 RM/EP Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak … pleidooi wensten, op welk pleidooi art. 134 Rv in verbinding met art. 353 lid 1 Rv hun recht geeft (vgl. HR 10 juni 2011, LJN BP9038, NJ 2011/272). 3.3 De middelen

  • Civiel recht overigCassatie
    Internationale rechtshulp; Haags Bewijsverdrag. Art. 173 lid 1 Rv. strekt ertoe dat procespartij niet…

    Hoge Raad6 april 2012ECLI:NL:HR:2012:BV3403Aangehaald in 5 uitspraken

    Internationale rechtshulp; Haags Bewijsverdrag. Art. 173 lid 1 Rv. strekt ertoe dat procespartij niet gedwongen mag worden als getuige verklaring af te leggen. Opleggen dwangsom aan weigerachtige partijgetuige is daarom niet toelaatbaar … Bewijsverdrag) gedane verzoek om rechtshulp het Nederlands burgerlijk procesrecht toepasselijk is. 3.4 Art. 173 lid 1 Rv. luidt, voor zover thans van belang: "Indien een getuige weigert zijn verklaring af te leggen

  • Civiel recht overigCassatie
    Cassatie. Verzoekschrift niet, zoals voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv., ondertekend door advocaat bij…

    Hoge Raad27 januari 2012ECLI:NL:HR:2012:BU9887

    Cassatie. Verzoekschrift niet, zoals voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv., ondertekend door advocaat bij Hoge Raad. Nu dit gebrek niet binnen twee weken is hersteld (HR 10 juli 2009, LJN BI0773 … beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift is niet, zoals wordt voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv., ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar door mr. H. Brouwer voornoemd

  • Civiel recht overigCassatie
    Geding na cassatie (HR 9 juli 2010, LJN BM0976). Enquêteverzoek. Beoordeling ontvankelijkheid op grond van…

    Hoge Raad30 maart 2012ECLI:NL:HR:2012:BV1435Aangehaald in 13 uitspraken

    eerste aanleg; ontvankelijkheid in cassatie bepaald door verschijning verzoekers in vorige instantie (art. 426 lid 1 Rv). Grenzen rechtsstrijd na cassatie in verwijzingsgeding, HR 25 maart 2011, LJN BP8991. 30 maart … besloten vennootschap. Wat de ontvankelijkheid in cassatie betreft, gaat het ingevolge art. 426 lid 1 Rv. slechts erom of Hermes c.s. in de procedure voor de ondernemingskamer verschenen zijn

  • Civiel recht overigCassatie
    Verklaringsprocedure; art. 477a Rv. Procesrecht. Incidentele vordering tot oproeping geëxecuteerde…

    Hoge Raad13 juli 2012ECLI:NL:HR:2012:BW4008Aangehaald in 6 uitspraken

    Incidentele vordering tot oproeping geëxecuteerde. Gehoudenheid tot voorafgaande behandeling en beslissing? Maatstaf art. 209 lid 1 Rv. (HR 2 maart 2012, LJN BU8176, NJ 2012/158). Uitleg processtuk; appelgrieven aangevoerd? 13 juli

  • Civiel recht overigCassatie
    Herroeping wegens bedrog. Art. 383 Rv; aanvangstijdstip herroepingstermijn; “bekend worden” met bedrog…

    Hoge Raad2 november 2012ECLI:NL:HR:2012:BW9877Aangehaald in 26 uitspraken

    zuster verworpen. Zij oordeelde dat de termijn van drie maanden van art. 383 lid 1 Rv aanvangt vanaf de ontdekking van het bedrog, en vervolgde: "In beginsel is het bedrog eerst ontdekt … aanzien van het tijdstip waarop de herroepingstermijn van drie maanden van art. 383 lid 1 Rv aanvangt en wijst erop dat de vrouw in haar verweerschrift gesteld heeft dat de moeder

  • Civiel recht overigCassatie
    (Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi…

    Hoge Raad27 januari 2012ECLI:NL:HR:2012:BU7254Aangehaald in 22 uitspraken

    vonnis in hoger beroep gekomen. Nadat beide partijen de in art. 347 lid 1 Rv. bedoelde conclusies hadden genomen, is de zaak naar de rol van 10 augustus 2010 verwezen voor partijberaad … taak van de rechter, in het bijzonder geregeld in art. 20 lid 1 Rv, om die maatregelen te nemen om onredelijke vertraging tegen te gaan. De bepalingen van het rolreglement, althans

  • Civiel recht overigCassatie
    (Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi…

    Hoge Raad27 januari 2012ECLI:NL:HR:2012:BU8513Aangehaald in 11 uitspraken

    zijn van dit vonnis in hoger beroep gekomen. Nadat partijen de in art. 347 lid 1 Rv. bedoelde conclusies hadden genomen, is de zaak naar de rol van 20 oktober 2009 verwezen … beoordeling van middel I wordt het volgende vooropgesteld. Ingevolge art. 353 lid 1 Rv. is onder meer het bepaalde in art. 134 lid 1 Rv. in hoger beroep van overeenkomstige toepassing. Volgens

  • Civiel recht overigCassatie
    Cassatie. Beoordeling verstek. Vermelding in cassatiedagvaarding van niet toepasselijke sanctie in geval van…

    Hoge Raad5 oktober 2012ECLI:NL:HR:2012:BX9301

    niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht. Die gevolgen zijn vervat in art. 411 lid 1 Rv dat bepaalt dat in dat geval het recht van de verweerder vervalt om in cassatie … komen vervalt." 2.3 De dagvaarding vermeldt aldus niet alleen het in art. 411 lid 1 Rv genoemde gevolg, maar ook dat in geval van niet tijdige betaling van het griffierecht de rechter

  • Civiel recht overigCassatie
    Cassatie. Beoordeling verstek. Vermelding in cassatiedagvaarding van niet toepasselijke sanctie in geval van…

    Hoge Raad5 oktober 2012ECLI:NL:HR:2012:BX9298

    niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht. Die gevolgen zijn vervat in art. 411 lid 1 Rv dat bepaalt dat in dat geval het recht van de verweerder vervalt om in cassatie … komen vervalt." 2.3 De dagvaarding vermeldt aldus niet alleen het in art. 411 lid 1 Rv genoemde gevolg, maar ook dat in geval van niet tijdige betaling van het griffierecht de rechter

  • Civiel recht overigCassatie
    Documentair krediet. Toepasselijk recht. Procesrecht. Oordeel dat geopende documentaire accreditieven…

    Hoge Raad6 april 2012ECLI:NL:HR:2012:BV1523

    wordt terecht betoogd dat het hof de art. 24 en 149 lid 1 Rv. heeft geschonden. Rasheed Bank heeft in haar memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel uitdrukkelijk aangevoerd dat Irving … verlaging afleidt", heeft het hof in strijd met de art. 24 en 149 lid 1 Rv. gehandeld. Genoemde stellingen van Rasheed Bank vormen immers niet slechts een betwisting van de door Solvochem

  • Civiel recht overigCassatie
    Procesrecht; art. 337 lid 2 Rv. Incidentele vordering op de voet van art. 843a Rv.; uitsluiting tussentijds…

    Hoge Raad13 juli 2012ECLI:NL:HR:2012:BW3264Aangehaald in 54 uitspraken

    incidentele vordering is toegewezen, noch een provisioneel vonnis is als bedoeld in art. 337 lid 1 Rv., noch een eindvonnis. Dat standpunt is juist. Art. 843a Rv. biedt weliswaar in het algemeen … betrekking heeft op het verkrijgen van een voorlopige voorziening als bedoeld in art. 337 lid 1 Rv. Heeft de rechter op een zodanige vordering beslist in een afzonderlijk vonnis, dan moet

  • Civiel recht overigCassatie
    (Appel)procesrecht. Recht op pleidooi in incident; art. 134, 208 en 353 Rv. Appelverbod van art. 337 lid 2…

    Hoge Raad28 september 2012ECLI:NL:HR:2012:BX0598Aangehaald in 33 uitspraken

    hiervoor in 3.2.6 vermelde grond. Het middel is terecht voorgedragen. In art. 208 lid 1 Rv, dat op grond van art. 353 lid 1 Rv ook van toepassing is in hoger beroep

  • Civiel recht overigCassatie
    Bewijskracht aanvullende arbeidsovereenkomst. Ondertekend geschrift, onderhandse akte, art. 156 lid 1 en 3…

    Hoge Raad5 oktober 2012ECLI:NL:HR:2012:BV6698Aangehaald in 12 uitspraken

    niet is voldaan aan het vereiste van ondertekening als bedoeld in art. 156 lid 1 Rv klaarblijkelijk heeft laten meewegen dat de parafering is geschied door een niet Nederlands sprekende persoon … geparafeerd geschrift kan gelden als een ondertekend geschrift in de zin van art. 156 lid 1 Rv indien de paraaf de desbetreffende persoon in voldoende mate individualiseert. De omstandigheid dat de persoon

  • Civiel recht overigCassatie
    Verval van instantie (art. 251 Rv.). Na verlening laatste uitstel daartoe had appellant geen grieven genomen…

    Hoge Raad2 maart 2012ECLI:NL:HR:2012:BU8176Aangehaald in 49 uitspraken

    februari 2010 geplaatst. De zaak is vervolgens op de voet van art. 251 lid 1 Rv. verwezen naar de rol van 16 maart 2010. (iv) Op 16 maart 2010 heeft [eiser] niet

  • Civiel recht overigCassatie
    Herroeping. Uitleg art. 388 lid 2 Rv. Reikwijdte. Mogelijkheid van doorbreking appelverbod op in rechtspraak…

    Hoge Raad21 september 2012ECLI:NL:HR:2012:BW4896Aangehaald in 25 uitspraken

    gerechtshof, bij de verwijzingsbeslissing zoveel mogelijk rekening kan houden met het in art. 384 lid 1 Rv tot uitdrukking gebrachte uitgangspunt dat de rechter die in laatste feitelijke instantie heeft beslist over

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.