15 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9249
eiser] ontvankelijk heeft verklaard, en/of waarom het geen toepassing heeft gegeven aan art. 96a lid 2 Rv. 3.4.2 De vraag of de door SKV genomen sanctiebesluiten beschikkingen van een bestuursorgaan … toegelaten of ongewenste stoffen bij vleeskalveren, voldoet het niet aan de ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een middel van cassatie te stellen eisen. In zoverre kan het onderdeel derhalve niet
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|25 januari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD6103
behandeling over te leggen, dient zij op grond van artikel 429o lid 2 Rv. niet ontvankelijk te worden verklaard." (rov. 1) 3.3 Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof blijk … geeft van een onjuiste rechtsopvatting inzake de strekking van art. 429o lid 2 Rv., althans dat de beschikking van het Hof niet is voorzien van een voldoende (begrijpelijke) motivering
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|11 januari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD4932Aangehaald in 20 uitspraken
gevraagde machtiging. [Verweerder] wordt daarbij, gelet op het bepaalde in art. 798 lid 2 Rv., als belanghebbende aangemerkt en is in zoverre in zijn hoger beroep ontvankelijk (rov. 8). 3.4 Onderdeel … betoogt dat de Rechtbank aldus is uitgegaan van een onjuiste opvatting omtrent art. 798 lid 2 Rv. Bij de behandeling van het onderdeel moet het volgende worden vooropgesteld. Bij onderbewindstelling geldt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|11 januari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD4922Aangehaald in 6 uitspraken
aangevoerd, voldoet de klacht niet aan de daaraan op grond van art. 407 lid 2 Rv. te stellen eisen en is zij daarom tevergeefs voorgesteld. 3.4 De in onderdeel 5 van middel … klacht derhalve niet voldoet aan de daaraan op grond van art. 407 lid 2 Rv. te stellen eisen. 3.5 De middelen II en III kunnen reeds daarom niet tot cassatie leiden omdat
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|1 februari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD5355
eerste aanleg." In deze stellingen ligt, aldus onderdeel 2a, een beroep op art. 181 lid 2 Rv. besloten. Onbegrijpelijk is dan ook, zo betoogt onderdeel 2a voorts, dat het Hof vaststelt … niet is gesteld of gebleken dat één van de in art. 181 lid 2 Rv. gestelde omstandigheden zich voordoet. Onderdeel 2b strekt ten betoge dat de door [eiser] gestelde fout (vergissing
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE1547
Rechtbank heeft de curator op de voet van art. 398, aanhef en onder 2°, Rv. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|24 mei 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2881
heeft het Hof hetzij blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent art. 178 lid 2 Rv. hetzij zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd. Onderdeel 1.4 dat hierover klaagt, is derhalve gegrond. 3.7 Zoals hiervoor
- OndernemingsrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Ondernemingsrecht
Hoge Raad|1 februari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD8832
tijdvak april 1997 tot april 1998, en voeging op de voet van art. 429m lid 2 Rv van het verzoek van De Vries Robbé met deze vordering verzocht. Bij beschikking
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE1538
Gemeentewet, dat op zijn beurt is ontleend aan art. 611g leden 1 en 2 Rv. Voor elk van deze artikelen geldt dat de verjaringstermijn van zes maanden is ingegeven enerzijds door
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9391
juni 2001 op de voet van het bepaalde in art. 398, aanhef en onder 2°, Rv. beroep in cassatie ingesteld tegen het op 7 mei 2001 door de President in kort geding
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|15 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AF0576
hebben zich tot de Rechtbank gewend en op de voet van art. 477a lid 2 Rv. gevorderd de notaris te veroordelen tot het doen van een gerechtelijke verklaring van de vorderingen
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|24 mei 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD9601
voldoet het middel op dit punt niet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld, zodat het in zoverre niet tot cassatie kan leiden
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|29 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE7368
hier toepasselijke art. 203 lid 2 (oud) Rv. - zie thans het gelijkluidende art. 177 lid 2 Rv. - bepaalt dat de getuigen, alvorens hun getuigenis af te leggen
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9402
artikel, stond tussentijds cassatieberoep tegen deze tussenbeschikking niet open (art. 401a lid 2 Rv. in verbinding met art. 426 lid 4 Rv.). 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk
- OndernemingsrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Ondernemingsrecht
Hoge Raad|4 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE8320
zijn, zodat het in zoverre niet voldoet aan de op grond van art. 426a, lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel te stellen eisen en dus tevergeefs is voorgesteld. Hieruit volgt
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.