8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|5 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE8855
oorspronkelijke dagvaarding ten grondslag ligt. De rechtbank baseert zich hierbij op artikel 314a lid 2 Sv die uitsluit de laatste volzin van art. 313 lid 2 Sv. In de laatste bepaling … artikel 313 lid 2 Sv wordt aangegeven dat wijziging van de tenlastelegging niet ertoe mag leiden dat de tenlastelegging niet langer hetzelfde feit, in de zin van artikel 68 Sr zou inhouden
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|5 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE8856
oorspronkelijke dagvaarding ten grondslag ligt. De rechtbank baseert zich hierbij op artikel 314a lid 2 Sv die uitsluit de laatste volzin van art. 313 lid 2 Sv. In de laatste bepaling … artikel 313 lid 2 Sv wordt aangegeven dat wijziging van de tenlastelegging niet ertoe mag leiden dat de tenlastelegging niet langer hetzelfde feit, in de zin van artikel 68 Sr zou inhouden
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD9583
sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. Daartoe wordt - onder verwijzing naar een overgelegd vonnis van de Rechtbank te Amsterdam … dezen niet voordoet een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv zodat de aanvraag ongegrond is. 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|12 februari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD9162Aangehaald in 26 uitspraken
verschoningsgerechtigde hoofdregel is en de vatbaarheid van de in het slot van artikel 98 lid 2 Sv. bedoelde stukken voor inbeslagneming, uitzondering. Een uitzondering die, gelet op het belang van de vertrouwelijkheid
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 januari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD5594
verdachte, zoals dat bij voorbeeld wel het geval is indien art. 398 onder 2° Sv of art. 48, eerste lid WED in verbinding met laatstgenoemde bepaling van toepassing
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE3389
ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de art. 36e Sr. en 577 lid 2 Sv. rekening wordt gehouden met de positie van benadeelde derden levert, anders dan het onderdeel voorts
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|29 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AF0494
niet hebben geleid tot een van de in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv genoemde beslissingen, maar tot schorsing van het onderzoek ter terechtzitting door de Politierechter
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|1 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE5209
hoogte van het feit dat er nog een rechtsmiddel openstond. Hoewel artikel 399 lid 2 Sv - in verband met aanvang van de termijn waarbinnen verzet kan worden ingesteld - slechts eist dat sprake
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.