9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieToepassing art. 116 Sv. Nu niet blijkt van een afstandverklaring als bedoeld in art. 116 lid 2 Sv, kon het…
Hoge Raad|18 november 2003|ECLI:NL:HR:2003:AL6185
Sv. Nu niet blijkt van een afstandverklaring als bedoeld in art. 116 lid 2 Sv, kon het inbeslaggenomene uitsluitend ingevolge een afzonderlijke rechterlijke beslissing als bedoeld
- Strafrecht overigHerziening30 september 2003 Strafkamer nr. 02562/02 H SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot…
Hoge Raad|30 september 2003|ECLI:NL:HR:2003:AL6140
geen sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid onder 2°, Sv. 4.3. De tweede herzieningsaanvraag, welke heeft geleid tot het arrest van 7 februari 1989, was onder
- Strafrecht overigHerziening9 september 2003 Strafkamer nr. 01499/02 H DAT Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot…
Hoge Raad|9 september 2003|ECLI:NL:HR:2003:AH9954
sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, aangezien uit de aan de aanvrage gehechte bescheiden moet worden afgeleid dat op 23 augustus … zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist. 6. Beslissing De Hoge Raad
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|1 april 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF4232
geworden of niet onderzocht" (een en ander als bedoeld in art. 255 lid 1 en 2 Sv.) slechts kunnen gelden zodanige bezwaren welke dateren van na de datum van betekening … verdediging wil, is noch uit de bewoordingen van artikel 255 lid 1 en 2 Sv, noch uit de wetsgeschiedenis af te leiden dat de daar bedoelde "nieuwe bezwaren" slechts kunnen dateren
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|11 februari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF5250
welke een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat zij ook in zoverre niet kan worden ontvangen. 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|10 juni 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF9724Aangehaald in 8 uitspraken
samenhang beschouwd - geen ernstig vermoeden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv kan worden ontleend. De aanvraag is kennelijk ongegrond. 6. Beslissing De Hoge Raad wijst
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|4 maart 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF0227
samenhang beschouwd - geen ernstig vermoeden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv kan worden ontleend. Het tweede onderdeel van de aanvrage is daarom ongegrond. 6. Beslissing
- Strafrecht overigHerziening1 juli 2003 Strafkamer nr. 00095/02 H SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van…
Hoge Raad|1 juli 2003|ECLI:NL:HR:2003:AE8165
zich op een zestal omstandigheden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De in dat artikelonderdeel genoemde grond voor herziening betreft, voorzover hier van belang, een omstandigheid
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|21 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF1588
straat 1] [...] [woonplaats]". 4.5. Ingevolge art. 588, eerste lid aanhef en onder b sub 2°, Sv dient de uitreiking van een gerechtelijk schrijven, zoals de onderhavige aanzeggingen, te geschieden aan de feitelijke
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.