9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatie in het belang der wetCassatie in het belang van de wet. Onvolkomenheden bij beëdiging van raadsheren bij hof ’s-Hertogenbosch…
Hoge Raad|21 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1438Aangehaald in 105 uitspraken
onder 4 weergegeven wettelijke regelingen en in het bijzonder artikel 5 lid 2 Wet RO volgt dat de beschikkingen, vonnissen en arresten in burgerlijke zaken en strafzaken alleen worden gewezen … heeft voor de betreffende uitspraak. Of die onvolkomenheid, mede gelet op artikel 5 lid 2 Wet RO, ook tot vernietiging van de betreffende uitspraak moet leiden, is daarbij afhankelijk van de aard
- Strafrecht overigCassatieMilitaire zaak, Schaarsbergen-zaak. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht…
Hoge Raad|5 april 2022|ECLI:NL:HR:2022:513Aangehaald in 7 uitspraken
burgerraadsheren en een niet tot de rechterlijke macht behorend militair lid (artikel 68 lid 2 wet RO). Omdat artikel 68 lid 2 voorschrijft dat de militaire kamer bestaat uit twee rechterlijke ambtenaren … weergegeven samenstel van bepalingen uit de Wet RO - in het bijzonder artikel 68 lid 2 Wet RO - en de Wrra vloeit voort dat artikel 44 lid 3 Wrra niet van overeenkomstige toepassing
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Beschikking mede gegeven door raadsheer-plaatsvervanger die nog niet als zodanig beëdigd was…
Hoge Raad|6 oktober 2017|ECLI:NL:HR:2017:2561Aangehaald in 18 uitspraken
rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast in een rechtbank is ingevolge art. 40 lid 2 Wet RO van rechtswege rechter-plaatsvervanger in de overige rechtbanken, maar geen raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof. Hieruit … gewezen niet door drie, maar door twee raadsheren en daarom ingevolge art. 5 lid 2 Wet RO dient te worden vernietigd (zie ook HR 18 november 2016, ECLI
- Civiel recht overigRaadkamerUitspraak vierde kamer. Vordering van de Procureur-Generaal als bedoeld in art. 7, 9 en 17 Regeling toezicht…
Hoge Raad|24 mei 2024|ECLI:NL:HR:2024:741Aangehaald in 5 uitspraken
aanleiding gezien de zaak met toepassing van de hoofdregel van art. 75 lid 2 Wet RO te laten behandelen en beslissen door vijf leden van de vierde meervoudige kamer. 2.2 Het tweede
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|24 september 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE4241
inhoudelijk gelijke bepaling is in vrijwel identieke bewoordingen, die kennelijk aan artikel 44 lid 2 Wet RO zijn ontleend, neergelegd in artikel 56 lid 6 Wet RO. In de Memorie van Toelichting … Wet RO een zelfde effect te bewerkstelligen als met artikel 44 lid 2 Wet RO. Uit de Memorie van Toelichting noch uit enig ander Kamerstuk - en evenmin uit het rapport 'De toegang
- Civiel recht overigRaadkamerArt. 7 en art. 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad…
Hoge Raad|19 december 2025|ECLI:NL:HR:2025:1980
nieuwsbericht moet worden aangepast. 2 Het verloop van de procedure 2.1 Art. 75 lid 2 Wet RO bepaalt onder meer dat bij de Hoge Raad zaken, behalve in bij de wet bepaalde … aanleiding gezien de zaak met toepassing van de hoofdregel van art. 75 lid 2 Wet RO te behandelen en beslissen door vijf leden van de vierde meervoudige kamer. 2.2 Op 3 november
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Vonnis van meervoudige kamer rechtbank mede gewezen door…
Hoge Raad|13 april 2018|ECLI:NL:HR:2018:604Aangehaald in 38 uitspraken
2. Is een vonnis in burgerlijke zaken nietig op grond van artikel 5 lid 2 Wet RO indien dit in een meervoudige kamer is gewezen door drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|13 maart 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1822
hoewel slechts beleidsregel, als "recht" in de zin van artikel 99, eerste lid, onder 2?, Wet RO te worden aangemerkt, te weten: door een bestuursorgaan binnen zijn bestuursbevoegdheid vastgesteld, behoorlijk bekendgemaakt
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|23 maart 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0693
23 maart 2001 Eerste Kamer Nr. C99/048HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de vennootschappen naar Engels recht 1. LEYLAND DAF LTD., 2. LEYLAND DAF INTERNATIONAL LTD., beide gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n 1.…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.